daar gaan we weer. alweer.

Jullie weten dat ik vaker van blog verhuis van dan van woonhuis en dat wil wat zeggen. Iets minder dan twee jaar geleden leek het me leuk om mijn eigen domein te hebben. Advertentievrij enzo.

Maar in de praktijk maakt het helemaal niets uit, ik heb toch geen zin in geld verdienen aan mijn blog en die ene advertentie op een gratis blog -waar ik niets aan verdien, maar wel een fijn gratis blog door heb- die negeren jullie gewoon door er omheen te lezen of te blokkeren met een adblocker.

Toch?

In elk geval, over een tijdje is de hosting van dit blog afgelopen en ik zette het stop. De kinderen zijn tegenwoordig op padvinderij en de barnehage en al die onzin, ik moet zuinig zijn 😉

Ik maakte een nieuw blog en typte die vol met bla.

Dat ging nogal makkelijk.

Met als gevolg, dat ik hier niets meer schreef.

Maar daar des te meer.

Dus mijn nieuwe blog is hier.

Wie zin heeft om te volgen is van harte welkom, ik waardeer het zeer 🙂

Ik heb nog nooit zo veel te vertellen gehad 🙂

Varkens.

Allereerst: dit is een stukje over vlees. En ik snap dat er mensen voor kiezen het niet eten van vlees, of het helemaal niet gebruiken van dierlijke producten.

Dus.

Ik heb lang (bijna) vegetarisch gegeten, maar ben daar op een moment ook weer mee gestopt. Ik begon er weer mee toen de jongen een baby was, achteraf was dat niet het beste moment.

Veganistisch eten heb ik geprobeerd, maar het is niets voor mij. Altijd honger en na een aanvankelijk prima start me na een paar maanden voelen als een beige vaatdoekje.
Ik denk dat iedereen anders gemaakt is en ik geloof best dat er mensen zijn die prima functioneren op compleet plantaardig eten, maar ikzelf niet. Of misschien niet deze fase van mijn leven.Of misschien deed ik het fout. Whatever.

Vlees eten is niet leuk voor het beest, maar voor kaas worden ook geen madeliefjes gemolken maar babybeestjes weggehaald bij mams.

In elk geval, het is kiezen uit kwaden maar eten moet men toch. Met de vee-industrie in zijn huidige vorm heb ik grote problemen. Nu is het in Noorwegen lang niet zo achterlijk als in Nederland maar… toch…

Daarom was ik ook heel blij toen de man op facebook de Natursvin fra Reddal tegenkwam. Reddal is een alleraardigst boerendorpje bij Grimstad, een kilometer of twintig hier vandaan. De natursvin zijn Heel Blije Varkens. Wel, die ene nu niet meer, maar toen ie leefde nog wel.

Ze leven in een bos en een stuk onlangs gerooid bos. Ze lopen daar van mei tot oktober in de vrije lucht en als ze in de stal zijn, zitten ze daar niet op de tralies maar hebben ze het goed.

We bestelden een half varken. De varkens hadden het zo goed gehad dat ze veel groter waren geworden dan gedacht. We hebben nu een compleet afgeladen vriezer met van alles, van het hele varken. Behalve het hoofd. Maar wel poten enzo. Voor erwtensoep.

 

 

Het is wel heel erg dubbel om ze op te eten, als je ziet hoe schattig en leuk ze zijn. Op de facebookpagina kan je filmpjes van ze zien. Prachtig.

Des te meer reden om er heel zuinig mee om te springen, heel dankbaar te zijn voor het beestje, te beseffen hoe ongelofelijk fvcked up de supermarktvarkens zijn en hoe heel erg we die niet zouden moeten eten.

Maar ik denk ook dat ik de komende tijd toch de nodige veganistische recepten ga proberen 😉

Hieronder wat plaatjes van de varkens.

 

 

Klimaat?

Zonder als Rita te willen klinken, ik ben niet links en ik ben niet rechts. Als ik een stemwijzer invul kom ik altijd bij de gekste dingen uit, omdat het ding nu eenmaal geen ruimte laat voor nuance.

Ik vind het gruwelijk om te zien dat we met ons kortetermijndenken en blinde vertrouwen in het nut van economische groei de wereld in krap 100 jaar totaal hebben verne*kt.
De vee-industrie is ontspoord, overal is afval, het water is vervuild en we gaan om met onze grondstoffen alsof over tien jaar het licht toch definitief uitgaat.

Het milieu is een gebruiksartikel. In de bijbel staat dat de mens de aarde moet beheren. Dat was geen goed idee. We zijn de aarde.
De aarde moet ons beheren. Beheersen. Ik ben soms bang dat dat laatste niet lang meer op zich laat wachten. Ragnarok, yo!

Tegenwoordig is het klimaat en in het bijzonder CO2 een heet hangijzer. Je kan geen (linkse) politicus lezen of zien of het is klimaat dit, Parijs dat, CO2 yadda yadda.
Voor de goede orde refereert rechts er ook zo nu en dan aan, om te bewijzen dat ze het milieu heus heel hoog hebben zitten. Hoorrrr.

Ik ben geen klimaatwetenschapper, ik weet het niet met die CO2. Ik kan geen standpunt hierin hartstochtelijk verdedigen.
Toch vind ik het verdacht dat er zo’n heisa wordt gemaakt om alleen maar CO2. Dat er amper ruimte is voor nuance en zeker niet voor tegengeluiden.
Als mensen die het CO2-verhaal niet geloven of durven te betwijfelen, zijn ze klimaatontkenners. Oei. Foute boel.

Naar mijn idee is CO2, en het gedoe erover, vooral een makkelijke manier om 1. het gewone mensen nog moeilijker te maken 2. meer geld binnen te harken 3. goede sier te maken voor politici.

Het is meetbaar, dus kan je er belastingen en doelstellingen aan ophangen.
Dan zeg je bijvoorbeeld dat er alleen nog maar electrische auto’s in je binnenstad mogen parkeren.

Dat elders op de wereld de mensen stikken omdat die *schone* accu’s ook moeten worden geproduceerd, maakt niet uit. Als ons eigen stoepje maar schoon is.
Dat een electrische auto sowieso moet worden geproduceerd wat enorm vervuilend is, maakt ook niet uit.
Dat een electrische auto rijdt op stroom opgewekt in alles behalve groene energiecentrales, is evenmin een probleem. (maar ondertussen mag je stofzuiger niet meer dan 900 watt gebruiken, want dat is slecht voor Het Milieu).
Dat de accu aan het einde van zijn leven een grote klont chemisch afval is, boeit evenmin. Je hebt toch de milieudoelstellingen van je eigen 2.5 km2 binnenstad gerealiseerd!

De hele milieudiscussie slaat nergens op als CO2 het enige punt is. Ik zeg niet dat ik niet geloof dat de aarde opwarmt of dat CO2 geen negatief effect heeft. Ik zou het niet durven 😉

Maar dit is naar mijn idee hetzelfde als iemand die op de eerste hulp wordt binnengebracht met een hartinfarct eerst een manicure geven en iedereen die dat gek vindt, uitmaken voor rotte vis. Die nagels zien er misschien niet uit, maar het probleem is vele malen groter en bovendien hebben we geen idee of er een verband is tussen de lelijke nagels en de hartaanval.

Een bijkomend nadeel van het CO2-verhaal is dat mensen in slaap worden gesust. Als we nu maar onze CO2 doelstellinkjes halen, dan kunnen we partyen like it’s 1999 want we rijden toch electrisch, we hebben toch groene stroom en de wetenschap vindt wel een antwoord op onze problemen.
Als we gaan vliegen laten we een paar compensatiebomen planten, als we ziek worden poppen we wat pillen en die tv van die drie jaar oud, die wordt toch gewoon gerecycled als we hem bij de milieustraat binnenpleuren? Niets aan de hand.

Als we maar lekker kunnen blijven consumeren wat we altijd consumeerden en het liefst elk jaar een beetje meer. We pleuren gewoon wat windmolens en zonnepanelen neer voor onze immer groeiende behoefte aan energie.

Als je het als ‘klimaatontkenner’ vervolgens waagt om ook nog eens vragen te stellen bij de milieuvriendelijkheid daarvan, dan ben je zeker een redneck, een hummerrijder, niet van deze tijd en in elk geval gewoon een rechtse hufter.

Ik begrijp het niet. De wereld gaat kapot aan onze levensstijl, egoïsme, onze eeuwige hebzucht en kortetermijndenken. Aan de uitstoot van dioxines en zwavel, aan intensieve veehouderij, bestrijdingsmiddelen en nog veel meer, omdat we te stom zijn om een paar jaar vooruit te denken en geen haar op ons hoofd eraan denkt dat een beter milieu misschien echt bij onszelf begint.

En het enige waar we ons druk om maken is CO2. Ik vind dat stom.

Eenvoudiger brood bakken / superlekker no knead bread

bron foto: het geweldige kingarthurflour.com

En alweer een broodrecept van zij die geen brood eet.

Zelden dan. Maar deze is zo makkelijk en het brood is zo lekker! Heel zacht maar niet zompig. Heel licht zurig, omdat het deeg lang bewaard kan worden en dan een beetje zuurdesemsmaakje krijgt. Heel luchtig. Normaal krijg ik er last van mijn maag van, maar van dit brood niet.

In eerste instantie wilde ik eenvoudiger brood maken. Elke keer de herrie van de keukenmachine en dat vieze plakdeeg… blergh!

Ik probeerde de nodige no-knead broden en vond uiteindelijk een fijne op de site van King Arther Flour. Deze is heel erg lekker en bovendien makkelijk te maken, zonder electrische apparaten en nog mooier, zonder kneden.

Ik vind Amerikaanse recepten met cups en teaspoons en tablespoons erg handig. Ik heb een set cupmaatbeters en teaspoonmaatschepjes, dat is genoeg.  Voor wie het handiger vindt, op de site kan je elk recept veranderen naar volume, ounces of grammen.

Hoe ik het maak:

Vet een grote (grote!) kom of pan in met wat olie. Ik gebruik een pan, een standaard formaat pan is prima. Een pan vind ik handig omdat deze is af te sluiten met een deksel.

In deze soeppan of kom meng je:

  • 6.5 / 7.5 cups gewone bloem. strooi je het meel in de cups, dan doe je 7.5 en schep je het meel met de cupmaatschep uit de zak, dan neem je 6.5
  • 3 cups lauwwarm water.
  • 1 tbsp tablespoons (3 teaspoons) zout
  • 1.5 tbsp gist (4,5 teaspoon)

Meng het met een (houten) lepel, totdat alles goed door elkaar is gemengd. Dat duurt niet lang.

Bedek de pan of kom met een vochtige theedoek of een deksel en zet hem twee uur weg op kamertemperatuur. Daarna kan je het in de koelkast zetten en bewaren tot je het wil gebruiken.

Als je een brood wil gaan maken, strooi dan wat bloem bovenop het gerezen deeg. Maak je niet druk over of het genoeg gerezen is, dat komt wel goed.

Pak vervolgens een derde tot de helft van het deeg met twee handen.
Strooi wat bloem op het aanrecht en vorm min of meer een bal van het deeg. Zachtjes dus, niet kneden! Alleen voorzichtig in de juiste vorm ‘duwen’.

Ik leg het deeg in een iets kleinere  pan, met een vel bakpapier erin. Laat het een uurtje op kamertemperatuur komen. Iets langer als het kouder is binnen.

Leg een lage ovenschaal op de onderste richel van de oven en verwarm de oven voor op 230 graden.

Voor je gaat bakken, snijd je het brood twee of drie keer in, ongeveer 1.5 cm diep. (Voor zover het lukt) Je kan het brood in de pan bakken, of het met bakpapier en al eruit halen en op een ovenschaal leggen.

Plaats het brood midden van de oven.

Op de ovenschaal aan de onderkant, gooi je een cup warm water. Sluit de deur van de oven snel.

Bak het brood ca 30 / 35 minuten

doe de ingredienten bij elkaar…
roer ze door… dit is goed genoeg. het hoeft geen elastisch deeg te worden

 

dit is ongeveer de helft van het deeg. ik heb het voorzichtig opgepakt, op een aanrecht bloem gelegd, er min of meer een bolletje van gemaakt en in een pan gedaan om straks te bakken. (neem een pan zonder plastic delen, als je in een pan gaat bakken)
zo ziet het deeg eruit als het een tijdje heeft gerezen en in de koelkast heeft gestaan. ziet er niet uit, maar dat geeft niets!

 

 

Zelf supermakkelijk zeep maken.

Zeep maken is heel leuk om te doen. En supermakkelijk! Serieus.

Er zijn talloze recepten en manieren, maar dit is voor mij goed genoeg. Het doet wat het moet doen: schoonmaken. Ik gebruik er dingen voor die ik toch al in huis heb, dat is ook altijd belangrijke factor bij het doe-het-zelven. Voor je het weet zit je anders met talloze potjes met dingen die je 1 x gebruikt en daarna nooit weer. Zonde!

het is ook een essentieel onderdeel in de bereiding van het gerecht ‘lutefisk’ (loogvis)

Allereerst: veilig werken is belangrijk.

Gebruik handschoenen, een veiligheidsbril en zorg dat je in alle rust kan werken! Het is makkelijk om te doen maar natriumhydroxide is bijtend.

NaOH (natriumhydroxide, bijtende soda) kan je onder meer bij bouwmarkten en drogisten kopen, maar let erop dat er 99% natriumhydroxide in zit, en geen 97% + dubieuze toevoegingen.

Gebruik ook geen aluminium of houten lepels of bakjes.

Je weegt eerst de ingrediënten af.

In een schoon, glazen bakje doe je 63 gram NaOH.
In een groter glas doe je 150 gram water.

Zorg dat je een grote, rommelvrije en vlakke werkplek hebt, het liefste onder een afzuigkap want het gaat enigszins walmen en die walm is niet fijn.

Als je je handschoenen aan hebt, je veiligheidsbril op hebt en de afzuigkap hebt aangezet, ga je natronloog maken. (natronloog is NaOH + water)

Voeg nu, beetje bij beetje, terwijl je roert met een ijzeren lepel, de NaOH bij het water. 

Doe het NOOIT andersom!

NaOH BIJ HET WATER!
roeren

Als alles is opgelost, zet je het glas met natronloogveilig weg om af te koelen want het wordt ca. 60 graden tijdens het maken.

De volgende stap in het maken van zeep is het op dezelfde temperatuur krijgen van de natronloog als de olie die je gaat toevoegen.
Dat kan moeilijk, met thermometers en olie verwarmen maar het is veel simpeler om de natronloog af te laten koelen tot kamertemperatuur.

Wacht een paar uur tot je natronloog is afgekoeld 🙂

Weeg 500 gram olijfolie af in een schaal of pan. 500 gram is niet hetzelfde als een halve liter! Gebruik een weegschaal.

Neem de goedkoopste olijfolie die je kan vinden, die is prima.

Doe de natronloog in de pan of schaal met olijfolie.

olijfolie met hierin de natronloog

Vervolgens neem je een staafmixer en daarmee ga je mixen. Langzaamaan wordt het mengsel dikker en als het eruit ziet als cakebeslag, is het klaar. Wees voorzichtig als je begint met staafmixeren, dat niet alles rond je oren vliegt.

 

Als je etherische olie wil toevoegen, is voor je begint met staafmixen het moment om dat te doen.

Gebruik tea tree voor een antibacteriële zeep, grapefruit voor een zeep waar je vrolijk van wordt, pepermunt voor een extra verfrissende zeep of patchouli voor een oosters tintje. Neem wel goede, etherische olie en geen parfumolie.

Giet het mengsel over in een leeg melkpak. Gebruik een flessenlikker om al het mengsel uit de kom te krijgen.

Laat het een dag of 3 a 4 met rust. Daarna kan je het melkkarton verwijderen en de zeep in stukken van de gewenste dikte snijden. Daarna laat je de zeep nog een maandje rijpen, zodat alle loog eruit kan verdwijnen.

Langer laten liggen is echter aan te bevelen, omdat olijfoliezeep beter wordt mettertijd.

De kosten van zelfgemaakte zeep

Met de hierboven genoemde hoeveelheden maakte ik zes van zulke stukken. Ik heb ze gemaakt in een extra groot melkpak. Een jaarvoorraad zeep maak je, uitgaande van 6 euro voor een kilo natriumhydroxide en 3 euro voor een fles goedkope olijfolie, voor nog geen 2 euro.

Daar kan natuurlijk geen Sunlight tegenop, zeker niet omdat die zeep ook nog eens runder- of palmvet bevat, afhankelijk van wat op dat moment het goedkoopste is.

Deze zeep heb ik drie maanden geleden gemaakt.

Klean Kanteen vs (geïsoleerde) Hydroflask

Klean Kanteen flessen gebruiken we hier al bijna acht jaar. Hoewel ze heel duurzaam en stevig zijn, verdwijnt er in het dagelijks leven met kinderen mijn zoon wel eens een.

Of ze vallen 3 miljoen keer en dan kunnen ze niet meer netjes rechtop staan. En dan vallen ze uit de kast op je hoofd als je die open doet. Doet wonderen voor je humeur 😉

Dat verdwijnen is de reden dat de jongen tegenwoordig een (argh, fout!) plastic drinkfles mee heeft.
Ik blijf geen retedure flessen kopen voor de kat zijn spreekwoordelijke viool en evenmin voor een jongen die alles kwijtmaakt.

Als ze ‘på tur’ gaan, nemen ze een thermosfles mee met thee of chocolademelk. Daarom hadden we een RVS drinkfles en een thermosfles voor ze. Dat kon makkelijker en daarom kocht ik geïsoleerde RVS drinkflessen. Lekker fris voor in de zomer, en warm in de winter. Twee in een. Minder spullen, hiep hoera.

Er was in de winkel waar ik ze kocht keuze tussen Klean Kanteen en Hydroflask. Ik was avontuurlijk en koos voor Hydroflask, mede omdat iemand die hier in de commentaren had aanbevolen.

Het vergelijken van een gewone fles met een geïsoleerde fles is natuurlijk als appels met peren vergelijken, maar ik ben erg blij met de Hydroflask flessen.

Ze voelen heel stevig, de dop is iets groter en de verflaag die erop zit blijft erop zitten, in tegenstelling tot de al gauw bladderende Klean Kanteens. Dat heb je niet met een lakloze variant, maar de kinderen bliefden een kleurtje.

Beide flessen zijn lekdicht en ze lekken, komt het omdat een lampie het ding zo ongeveer zonder dop in de rugzak heeft gestopt.

Ik zou in de toekomst geen ‘gewone’ RVS drinkfles meer kopen, maar sowieso gaan voor een geïsoleerde variant en vermoedelijk een Hydroflask. Want:

 

  • Je drinken blijft veel langer op de juiste temperatuur
  • De geïsoleerde flessen zijn steviger dan de gewone
  • Hydroflask flessen blijven veel mooier, tot heden
  • Je hebt niet twee, maar een fles nodig voor alles

Voor een appels met appels vergelijking, kan je hier terecht. Ook daar komt de Hydroflask iets beter uit.

 

Suikervrije glutenvrije bordkartonnen muesli!

lekker met kokosroom, cranberries en stukjes appel 🙂

Cruesli. Granola. Whatever, ik ben niet zo thuis in die wereld.

Mijn arme kindertjes mogen geen brood meer bij het ontbijt. Dus moeten we andere dingen verzinnen. Ik maak geregeld Amerikaanse pancakes met roggemeel en zelfs havermout krijgen ze redelijk weg. Maar afwisseling is altijd leuk, dus maakte ik muesli. Cruesli. Granola. Whatever.

Het is vanmorgen goedgekeurd door de jongen en inmiddels ook door mij.Het vult behoorlijk, veel meer dan de varianten die je in de winkel koopt, maar dat komt natuurlijk door de noten.

Het voorbereiden is 10 minuutjes werk, het moet een uurtje in de oven en daarmee heb je een flinke pot vol. Natuurlijk kan je de hoeveelheden in het recept ook gewoon in twee delen, mocht je dat te veel vinden.

Je neemt:

  • 4 cups droge havermout
  • 1/2 cup cashewnoten, ongebakken en grof gehakt
  • 1/2 cup amandelen, geschaafd of zelf gehakt
  • 1/2 cup sesamzaad
  • 2 el. kaneel
  • 1 theelepel zout

Dat alles meng je in een kom door elkaar.

In een andere kom klop je zes eiwitten stijf tot het pieken kan maken. Roer het eiwit door het havermoutmengsel, tot alles bedekt is. Spreid het uit op een bakplaat bekleed met bakpapier. Ik had twee bakplaten nodig.

Zet de oven op 100 graden en bak een uur lang. Zorg dat je het een keer of 3 omroert zodat het wat gelijkmatiger droogt / bakt.

Aan het einde van de baktijd zou het redelijk krokant moeten zijn. Het wordt nog iets knapperiger als het afkoelt.

Je kan het recept naar eigen inzicht aanpassen. Je kan de noten vervangen door zonnebloempitten en je kan cacao, gedroogde vruchten, een beetje honing of bijvoorbeeld sukrin toevoegen.

In elk geval: het is hartstikke makkelijk om te maken en vele malen gezonder, lekkerder (en zelfs goedkoper) dan die Nestle-crap uit de winkel.

Doekjes!

Zo, alweer een spannend onderwerp voor jullie! Hoe verzin ik het elke keer.

Ik had veel doekjes. Wasbaar. Is goed. Maar merde, veel doekjes. Veel is niet goed. Behalve veel kinderen en veel liefde enzo.

Omdat ik geen fijne microvezeldoeken kon vinden gebruikte ik wasbare ‘papieren’ doekjes maar die werden snel vies en maakten niet goed schoon.

Voor mijn gezicht gebruikte ik een boel kleine doekjes. Ooit waren ze wit, inmiddels grijs/grauw gevlekt.

Heel veel doekjes gebruiken betekent veel doekjes wassen. Sorteren. Wegleggen. Oh ja, echt vreselijk. Zo veel werk, ik was er dagen mee bezig.

Dus was ik blij dat ik goede microvezeldoeken vond. Wel, zo blij als je kan zijn met zoiets.

(dat kwam omdat de eigenaar van het huis een berichtje wilde sturen naar een simkaart in een apparaatje waarmee je op afstand kan communiceren naar de warmtepomp en ik vermoedelijk het kabeltje heb ‘opgeruimd’ en met ‘opgeruimd’ bedoel ik naar de kringloop of vuilstort gebracht en toen moest er op stel en sprong een kabeltje komen anders verliep zijn abonnement en toen moesten we in de biltema, de jula, de elkjøp en allemaal voor jan doedel tot we ten einde raad in de clas ohlson gingen en fvck wat een drama overal plastic overbodige zooi maar wel een kabeltje en bij de kassa lagen dus ecologisch verantwoorde microvezeldoeken. bla.)

Fijn want:

  • Geen schoonmaakmiddel nodig.
  • Ze maken supergoed schoon.
  • Ze zijn meerdere keren te gebruiken voor ze in de was moeten.
  • Ik heb er veel minder van nodig.
  • Ze gaan laaang mee terwijl die andere na drie keer wassen vol gaten zitten.

Ik kocht er eerst een paar voor mijn hoofd. Ja, je kan ze gewoon voor je hoofd gebruiken om make up te verwijderen. Moet je er niet eerst de vloer / wc / pekkig aanrecht mee doen natuurlijk.
Mijn oma scrubde haar benen altijd gewoon met een schuursponsje. (ze leeft nog wel maar scrubt haar benen niet meer)

Ze zijn inderdaad fijn en ik kocht er nog 8 voor het huis. In plaats van een miljard doekjes, heb ik nu 12 doekjes in de was. Per week.
En dat scheelt weer een was per week.

Nog minder te doen.

hammamdoeken! 🙂

Ook kocht ik hammamdoeken voor de kinderen. Ik vond een fijne Turkse Etsywinkel die de handdoeken waar ik hier 40 euro voor betaalde, verkoopt voor een kwart van die prijs.

Voor elk kindje kocht ik een strandhanddoek en een klein handdoekje.
Een voor na het badderen en een grote voor als ze gaan zwemmen.

Het fijne van die doeken is dat ze zelfs hier in huis in de winter nog drogen, in tegenstelling tot gewone handdoeken. En heel weinig ruimte innemen. En fijn zijn voor het ook wat willende oog.

De oude versleten handdoeken kunnen in de caviakooi het caviakasteel, onder een fleecedeken, als bodembedekking.  Dat levert dan wel weer meer was op, maar scheelt een boel plastic zakken en gezeul met vieze houtpellets.

Moraal van dit verhaal: minder was is goed. Nog minder was is beter. Geen was is het best maar met zes mensen moet het maar. Wat zeg ik, zelfs met 1 mensen kom je er niet onderuit.

Doekjes, jeej!

Maar we gingen ook nog på tur.

Is pasta twee keer koken beter?

Wat een intrigerende titel he? 😉 Ik las het op een blog vol spelfouten, dus ik trok de informatie behoorlijk in twijfel. Iets met een klok en een klepel en het zal wel niet kloppen.

Mijn kinderen zijn gek op pasta. En op brood. En op van die gore gehomogeniseerde en gepasteuriseerde supermarktmelk. Uiteraard ook op snoep. Eigenlijk op alles wat ze van mij niet of alleen in zeer beperkte mate mogen eten 😉

De man en ik houden van HEET eten. Heet als in de allerheetste sambal van de toko is de lekkerste. Als we dat eten krijgen de kinderen iets anders. Pasta met een tomatensaus waarin een berg groenten verwerkt zit en een plens olijfolie is dan altijd een makkelijk te maken en makkelijk gegeten optie, maar pasta.

Ik had het verhaal van het twee keer koken wel onthouden en besloot het toch maar eens te vragen aan Almighty Google.

En het is waar. Althans, het schijnt waar te zijn. Niets is zeker natuurlijk 😉

Als ik het goed zeg: normaal worden de koolhydraten afgebroken in je maag en geabsorbeerd als suikers. Bloedsuiker gaat hop omhoog, de hoogte in en je insuline ook omdat je lijf het weer probeert te normaliseren. Doe je dat vaak genoeg dan krijg je vanzelf suikerziekte van die oh-zo-gezonde granen.

Als de insuline zijn werk goed doet, flikkert je bloedsuikerniveau weer net zo hard naar beneden. En heb je weer honger. De reden dat mensen die veel koolhydraten eten zich van maaltijd naar tussendoortje naar maaltijd naar tussendoortje moeten worstelen en nagenoeg flauw vallen als ze een keer vijf minuten later eten dan gewoon.

In een serie van de BBC werd een test gedaan met het twee keer opwarmen van pasta en het bleek dat de structuur van de pasta werd veranderd in een ‘resistant starch’, een zetmeel dat heel goed is voor je binnenwerk. Dit zetmeel wordt niet in je maag verwerkt en geeft dus geen bloedsuikerpieken, maar het gaat door naar de dikke darm waar het zich gedraagt als een voedingsvezel en goede darmbacteriën voedt.

Dus: kook pasta twee keer (koken, af laten koelen en weer koken)  en het wordt niet door je lijf omgezet als een suiker met alle nare gevolgen van dien, maar als een voedingsvezel, dat positief is voor de goede bacteriën in je dikke darm.

Het lijkt mij alleen maar beter om te doen! Geen reden om onbeperkt pasta te geven aan de kinderen (ik vind het zelf sowieso niet lekker), maar wel een manier om het een stuk minder slecht voor ze te maken en me niet schuldig te voelen als ze het eten.

Voor wie denkt: ‘wat kletst ze nou weer’, hierbij een link naar het artikel van de BBC.

De lastiger kanten van minder?

Allereerst moet ik zeggen dat ik alles behalve een lastig leven heb. Samen met mijn grootste liefde heb ik lieve kinderen, we wonen in het allerbeste land en ik heb fijne ouders. We wonen in een geweldig huis waarvan de eigenaar zelfs mijn idee van een enorme moestuin prima zegt te vinden.

Ik denk wel dat we het mede zo makkelijk hebben, omdat we snel tevreden zijn.
We kopen we wat we nodig hebben + een beetje extra voor de leuk.

Het maakt me een relaxtere moeder, denk ik. Het is makkelijk om praktisch nooit naar spullen hoeven zoeken, een makkelijk huishouden te hebben, om niet gehecht te zijn aan spullen en om lege ruimte te hebben in huis.

En dat is soms best lastig omdat het zo tegendraads is in deze wereld, van sneller, beter, meer en musthaves. Anderen snappen niet waar je je druk om maakt. Ja, categorie #firstworldproblems dit 😉 Maar toch!

Nutteloos gespendeer onder ogen zien is au

Zeker in het begin is de confrontatie met alle overbodige dingen pijnlijk. Zo. Veel. Weggegooid. Geld. (Want nee, van het in je kast laten hangen wordt het echt niet meer waard, het geld is al weggegooid toen je het afrekende bij de kassa.) Alleen dat al houdt veel mensen tegen.

andere mensen werken niet echt mee

Tussen op je eigen minimalistische strepen gaan staan en anderen de lol van het cadeautjes geven laten hebben is het soms lastig balanceren. Dan wil je niet de partypooper uithangen, maar snap je ook niet waarom anderen geen besef van ‘genoeg’ hebben.

Het houdt nooit (lang) op!

Ik geef de kinderen de schuld 😉 maar ik weet dat ik zelf ook debet ben hieraan. Verhuizen is ook een goede manier om veel dingen dubbel, over of nodig te hebben. We hebben de afgelopen 8 jaar in 4 huizen gewoond, dat helpt niet.

Old habits die hard

Het is makkelijk om redenen te verzinnen waarom je iets zou moeten houden of aanschaffen.

Ik vind zo veel dingen leuk, maar ben de meeste dingen ook snel zat. Ik ben de witte muren of lege eettafel nooit zat, in tegenstelling tot gezellige dienbladen met kaarsen op tafel of kunstige kunstwerkjes op de muur, dat heeft een beperkte houdbaarheid.

Daarom is plaatjes kijken op pinterest of etsy een beter idee. Onderstaand een paar screenshots van digitale hoarding-activiteiten op etsy… (das wel van een maand of acht hoor)

En ja, dat ding bovenaan is een gevilte pauwenspin. Schuld van de jongen, die spinnen (en konijntjes) het allerliefste van de wereld vindt.

Overdrijven is makkelijk.

Dat klinkt zo tegenstrijdig met wat ik hierboven schrijf maar heel soms is het  handig om wel te denken aan toekomstig gebruik van een momenteel nutteloos ding. Ik had al bijna de luchtbedden op finn.no gezet toen ik bedacht dat de kinderen die nodig gaan hebben bij de padvinders. Zulke dingen.

Het blijft veel.

Ik kan minimaliseren tot ik een ons weeg (nou dat is pas minimaliseren!) maar met vier kinderen met 600 knuffeldieren, een man met hobby’s, een microbrouwerij, houtkachel, twee katten en twee cavia’s -daarover later meer-, een bedrijfje en een liefde voor cd’s geluisterd via een ouderwetsche cd-speler, blijven we veel spullen hebben. En dat is prima.

Instanties, winkels, verzekeringsmaatschappijen

-Alstublieft, een onhandige onrecyclebare map met dito schutbladen voor uw overbodige papieren verzekeringspolis die wij u ook al gemaild hebben!

– Gefeliciteerd met de geboorte van uw kind, hier heeft u een meurende giftige PVC zwemring voor ’t spruitje, van uw zorgverzekeraar!

– Alsjeblieft, hier heb je een leuk plastic nutteloos bakje voor je kinderen. Oh, je hebt er vier zie ik. Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft en alsjeblieft! Je spaart zeker ook wel smurfen, moestuintjes, miniatuur freek-vonkjes en proefmonsters van oogrimpelcreme? Alsjeblieft! Tasje erbij? Zegels dan?

– Hier is voor de 50e keer onze catalogus in je bus omdat je in 2003 een doosje paperclips bij ons hebt gekocht en we het onmogelijk hebben gemaakt voor je om je af te kunnen melden van dit drukwerk.

Bedrijven wringen zich in allerlei bochten om je zo veel mogelijk afval in de maag te splitsen.

En toch hè. Zwem ik liever tegen de stroom in 🙂

Lamy Joy kalligrafiepen / converter

Vandaag eens een ouderwetsche, handgeschreven blogpost, zoals we dat vroeger allemaal gewoon gewend waren.

Over schrijven. En pennen. Wel, over 1 pen. Wel met drie punten en vier potjes inkt. Voorraad hè, dat is belangrijk.

Dit zijn de dingen waar ik het over heb:

De converter voor de Lamy Joy

Lamy Joy met drie kalligrafiepunten

Lamy Joy met een punt, keuze uit 1,1 1,5 en 1,9 mm.

Inkt (van Pelikan)

De inhoud van de vulpen met drie punten (en wat oude losse vullingen)

Potjes met inkt. Als je de converter gebruikt, hoef je geen losse wegwerpvullingen meer te gebruiken. Je houdt de punt van het ding in de inkt en draait aan het uiteinde. De converter zuigt zich vol met inkt, je stopt hem in de pen als een gewone vulling en voila.

Actiefoto.

De vulpen van mijn dochter, de Pelikan Junior. Het handje op de foto is van het kleinste kind. Die mag nog geen vulpen. Helemaal geen pen.

Overbodige foto van de vulpen en de converter

En dan komt hier eindelijk mijn ambachtelijke verhaal over de vulpen.

Oh ja, ik krijg niets van penstore om ze te noemen en ik heb de spullen daar alleen gekocht omdat ze alles hadden wat ik nodig had. Maar alles was prima in orde en daar was ik blij mee. (maar ik heb niets tegen een leuk potje bijzondere inkt voor de moeite 😉 )

Minimalistische dreumes

Vandaag zag ik echt de meest ‘nydelige’ kleine baby. Ik zei dat tegen de mama en ze vertelde hoe het babietje heet, hoe oud ze is (3 weekjes) en hoe veel ze woog. Ik luisterde maar ik keek vooral maar compleet verliefd naar die grote wakkere ogen, dat kale hoofdje en die piepsige handjes. Awww! (nee, niet meer voor mij)

Die beul van ons wordt alweer bijna twee en er is niets baby meer aan, behalve dat ze nog steeds op haar buik slaapt, met haar knietjes opgetrokken onder zich en haar voetjes over elkaar. Het is verder al een heel mens. Fijn hoor!

Inmiddels is al het babyspul ook uit huis verdwenen. Het enige dat ik nog gebruik, is de ergobaby drager.

Eigenlijk is onze Toetje best een minimalistische dreumes. Logisch, ze was ook een minimalistische baby 😉

Bed

Ze slaapt op een matras op lage pootjes. Aan de open kant ligt onder het hoeslaken een opgerolde deken, die ervoor zorgt dat ze er niet uit kan rollen. Precies, geen moeilijke opzetrandjes nodig.

Daarvoor lag ze in een Hemnes bedbank, dat met de ‘verkeerde kant’ tegen de muur stond en weer daarvoor sliep ze in ons bed.

In elk geval: geen moeilijke uitschuifbare peuterbedjes en -dekbedjes nodig.

Kinderstoel

Ik vind ze lelijk, onhandig en onpraktisch bovendien, die kinderstoelen. Die onhandige ikea-kinderstoelen zijn ideaal voor baby’s die leren eten maar na een jaar begon het onpraktische de overhand te krijgen.

Sindsdien zit ze gewoon aan tafel, zoals iedereen. Dat wilde ze ook zelf. Qua geknoei scheelt het niets, maar het aantal gebroken benen, verstuikte enkels en aantal vloekwoorden hier in huis is een stuk afgenomen sinds de PLØR naar de kringloop verhuisde. Bovendien is de gewone houten bank aan tafel makkelijker schoon te maken dan de kinderstoel.

Kinderwagen

Afgelopen winter gaf ik de kinderwagen weg. Hij stond in de weg en bovendien probeerde ze eruit te klimmen. Haar erin zetten was ook als een kat in de reismand proberen te proppen.

Op de barnehage had ze er wel weer een nodig, om in te slapen. Dat doet ze wel he, het monstertje!
Voor 5 euro vond ik een heel nette ‘barnehagewagen’ bij de kringloop  maar verder kan ze of in de drager, of zelf lopen. Ze wandelt gelukkig heel erg goed.
Eigenlijk hebben we dus geen kinderwagen, maar ook weer wel.

Kleding

Dat is niet echt minimaal. Of wel aangezien ze bijna alles wel nodig heeft. Op een koude dag dragen ze een wollen onderlaag en daarover fleece. Ze moeten twee verschoningen bij zich hebben. Ik was niet dagelijks. Ze zijn daar drie dagen in de week. Behalve onooglijk fleece moet ze ook wel eens leuk aangekleed. Hop, 15 broeken in de kast.

Speelgoed enzo

Deze is echt zielig. Haar favoriete en enige knuffel is een Nijntje, die haar zus op haar eerste verjaardag kreeg. Ze heeft wat houten blokken in co-eigenaarschap met haar broer en zussen en een set potloodjes die overal rond het huis en in de wasmachine liggen.

En net nadat ik de duplo tot een zeer minimale en bijna vergeten hoeveelheid had teruggebracht, kreeg ze een ENORME doos van het spul van mijn ouders. Vervolgens spelen haar grote zussen er al vijf dagen achter elkaar mee.

Ze heeft geen speelgoed verder, maar ze mist ook niets. Vind ik 😉

En verder?

Een rugzakje. Een rvs drinkfles. Een eigen bestekje. Een klein houten stoeltje voor als ze aan de salontafel tekent. Een Nijntjeboekje. Een derdehands driewieler waar ze niet op vooruit komt (bergop) of juist veel te hard (bergaf). Een soortgelijk stepje.

Moraal van dit verhaal: ze hebben het wel altijd over baby’s die niets nodig hebben maar dreumesen en peuters hebben nog minder nodig. Liefde, eten en aandacht. Okee en een autostoeltje 🙂

Paddestoelen plukken. (of laten staan)

Nederlanders zijn mycofoben, las ik eens. Ze zijn bang voor paddestoelen.
Een in een soort paddestoelenfabriekje gekweekte champignon kan nog net, maar verder dan een portobello komt het zeker niet. Deels terecht, het overgrote deel wil je niet in je spijsverteringskanaal. Maar verder ook onterecht want zo erg is het ook weer niet.

Je kan jaren studeren op alle soorten paddestoelen om zo de giftige van de niet giftige en eetbare te onderscheiden.
Sommige mensen vinden dat leuk. De vader van mijn tante gaat al jaren op paddestoelreizen om samen met andere bejaarden met spiegeltjes en vergrootglazen te kijken naar schimmels en sporen en onder de hoedjes van nietsvermoedende zwammetjes en boleetjes.

Bij zulke mensen kan je hier op bepaalde dagen je geplukte paddestoelen laten beoordelen op eetbaarheid. Ook in de klas van de oudste doen ze dat want de juf weet er veel van. ‘Oooh, kantellen, dat is skogens gull!’ zegt de oudste dan en vindt weinig lekkerder dan dat, gebakken in boter.

CHECK!

Wel, natuurlijk check check en dubbelcheck je wat je doet en doe je het waar het mag. Hier is het een allemansrecht en het bos staat er stijf vol van.

Bij sommige paddestoelen zit het verschil tussen eetbaar of zwaar giftig echt in een heel klein minuscuul onderdeeltje. Die paddestoelen laat ik uiteraard links liggen. Ik maak er een foto van maar meer ook niet.

Als je denkt dat je een foute paddestoel hebt gegeten moet je altijd contact opnemen met een arts. Ook al heb je geen last, want soms duurt het best even voordat je merkt dat je aan het overlijden bent.

Okee, misschien heeft die mycofobie van de Nederlanders best een goede reden… 😉

Ook moet je altijd bekend zijn met de paddestoelen van het land zelf. Hier liggen Aziaten bij bosjes in het ziekenhuis omdat ze kleverige knolamaniet eten, een paddestoel die lijkt op een die daar groeit maar ook wel ‘Engel des Doods’ genoemd wordt en dat komt niet omdat ie het zo leuk doet in de saus bij de biefstuk. Of juist wel, afhankelijk van je disgenoten.

Er is een aantal paddestoelen dat veilig is om te plukken. Omdat ze niet verward kunnen worden met een giftige variant. Onderstaand vijf betrouwbare soorten.

Kanterel
bron: https://kaskjerno.wordpress.com/2008/08/07/jakten-pa-skogens-gull/

Kanterell is een paddestoel die je veilig kan plukken.  En ze zijn inderdaad ongelofelijk lekker. Als je die bakt met wat roomboter, vraag je je af waarom we in vredesnaam met zijn alleen die waterige, smaakloze champignons weg zitten te kanen. Zo zonde!

Eekhoorntjesbrood

Ook een heel veilige is eekhoorntjesbrood, hier steinsopp (sopp is een paddestoel) geheten. Ook deze zijn makkelijk te herkennen. Ze zijn kleverig aan de bovenkant en de onderkant heeft een soort poriën. Het lijkt op een soort sponsje.

Door © Hans Hillewaert, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=5714955
geschubde inktzwam

Makkelijk te herkennen. Wordt donkerder als hij ouder wordt. Je moet hem alleen plukken en eten als hij nog niet verkleurd is. Op de foto kan je het verschil goed zien.

oranjegroene melkzwam (furumatriske)

Deze groeit bij dennenbomen en als je er in knijpt, komt er een knaloranje sap uit. Het is een populaire paddestoel in minder paddestoelbange naties. Ze zijn roodachtig, met soms groene vlekken.

bron: dagbladet.no

FÅRESOPP

Deze groeit vooral in Østlandet en Trøndelag. Ook deze is niet echt te verwisselen met een giftige soort. Ze groeien vaak in grote kuddes, bijna altijd met sparren in de buurt. Ze zijn 5 tot 25 centimeter groot en witachtig tot licht grijsbruin. Extra leuke feature: hij wordt geel als je hem bakt. Toverdetover!

Pluk jij wel eens paddestoelen?

Sleetje opknappen.

Heel, heel lang geleden had ik een sleetje. Het sleetje ging mee als we gingen schaatsen, want dat deden we vroeger in de jaren tachtig. Toen was het nog wel eens Koud in Nederland. Wel leuker dan die acht maanden durende herfst van tegenwoordig.

Mijn vader gebruikte het sleetje een keer om zijn schaatsen op uit te trekken. Krak, deed het sleetje. ‘Hahahaha’ deed ik. Of ‘weeeeeeh’. Ik weet het niet meer. Allebei, dat kan ook.

Mijn opa vond dat heel zielig en maakte voor mij een nieuw sleetje from scratch uit zijn schuurtje. Opa had veel scratch in zijn schuurtje. Zijn buurman had een lasapparaatje.

Het sleetje sleet prima in Nederland, op een paar centimeter aangevroren sneeuw. Ook is het ding magisch als je van de dijk naar beneden een bevroren sloot op glijdt, met een beetje vaart blijft ie gaan over het ijs.

Het sleetje verhuist al decennia lang met ons mee. De oudste twee zijn er allebei als ukkie een keer of vijftien afgevallen omdat ze nog niet snapten dat je je vast moet houden op een bewegend sleetje zonder rugleuning. Ja, herinneringen…. 😉

Hier in Noorwegen is het sleetje onbruikbaar. Over een dun laagje sneeuw glijdt het niet op de stenige grond en in een laag dikker dan 5 centimeter blijft het hopeloos steken. De sneeuw schuift omhoog, tegen het gezicht van de onfortuinlijke peuterpassagier die erop zit en het is aus met de spass.

Het heeft dienst gedaan als plantenkrukje en als stoeltje bij de tafel buiten maar het blijft een sleetje. Een beetje shabby sleetje. De tand des tijds had er flink aan geknabbeld.

Mijn broertje adoreert alles wat ons opaatje ooit heeft gedaan, gemaakt of gezegd. Ik heb hem voor zijn dertigste verjaardag opa’s oude scheermes gegeven dat bij mijn vader in de kast lag te verroesten. Een schot in de roos 🙂

Hm. Ik had een idee 🙂

De man laste het sleetje weer heel. Laagje lak op de geschuurde latjes. Mooie nieuwe schroefjes. Een nieuw touwtje eraan, helemaal verantwoord geknoopt.

En aw, hij is echt prachtig geworden ♥

Niet meer helemaal origineel, maar dat is wel in de geest van Opa Kees. Die had niet zo veel met ‘origineel houden’, wel met opknappen, verstevigen en zorgen dat het Nooit! Meer! Kapot Kan.

Het sleetje is 30 jaar oud. Zou ie nu weer dertig jaar mee gaan? Vast wel.

Morgen gaat er een cadeaupapiertje omheen en gaat ie mee met mijn pa en ma naar Nederland. Krijgt broertje ‘m woensdag. Ik ben er nu al blij om 🙂

 

Flauw schema / to-do ding.

De kinderen gaan met plezier naar de barnehage. Dat betekent een ander ritme voor ons.

Overdag is het rustiger maar de avonden worden drukker want kleintjes zijn heel vrolijk als ze uit de barnehage komen, maar ook eerder moe ’s avonds. Mediterrane tijden wat betreft het avondeten, dat is geen goed idee.

Ik doe vaak maar wat, maar uiteindelijk ziet de dag er vaak toch min of meer hetzelfde uit omdat ze sowieso al ‘gedicteerd’ worden door school, huiswerk, etenstijden en klussen die gewoon gedaan moeten worden en ik zit nu eenmaal lekkerder als ik weet dat ik heb gedaan wat ik moest doen.

Zo ongeveer. In heel grote lijnen.

7:00 Opstaan, douchen, eten maken voor de kinderen
7:35 L. en E. naar de bus brengen, keuken opruimen, kleintjes eten geven
8:00 Koffie / lezen / voorlezen / di do wo voorbereiden barnehage
8:30 Koffie / lezen / voorlezen / di do wo S. en T. naar de barnehage
9:00 Slaapkamer opruimen, kinderkamers opruimen, wasgoed sorteren, evt. wassen, toiletten en wasbakken schoonmaken, keuken opruimen, stofzuigen, blablablabla
9:30   Eten voorbereiden voor de avond, of zo lang vooruit als mogelijk
10:00 Vrije tijd
12:00 Ontbijtlunch maken / keuken opruimen
12:30 Vrije tijd
13:30 /14:30: Kinderen uit school
14:30 Drinken + groentensap / fruit voor de kinderen
14:45 Huiswerk maken
15:15 Wandeling maken / zwemmen / buiten spelen
15:30 M. kinderen halen van de barnehage
16:30 Evt. eten voorbereiden
17:00 Barne-tv / minecraft tijd
17:30 Eten
18:00 Keuken opruimen, kinderen in bad / douche / koffie en thee zetten
19:00 Voorlezen
19:30 Kleintjes naar bed
20:15 Groten naar bed

Doorgaans aten we een half uur tot een uurtje later. Vroeg eten vind ik helemaal niets, maar eten met een hangerige, moeie dreumes vind ik nog minder.
Ik wil alle ‘moets’ gedaan hebben voor een uur of zeven, zodat we daarna fijn kunnen lezen, tekenen, een filmpje kijken of een spelletje spelen en wanneer het ons uitkomt de kinderen in bed kunnen steken. Voor de kinderen ook wel zo fijn.

We gaan het proberen en kijken of het een beetje werkt, vroeger eten. Weer een treetje hoger op de ladder van de Verantwoordelijke Volwassene.

Jeej.

Tromøy vikingmarked

De afgelopen dagen vlogen voorbij. We gingen vandaag met de hele familie naar de vikingmarkt. Er waren leuke dingen voor de vikingtijdminnende consument.

Om onverklaarbare reden waren we met zijn allen om 11 uur klaar met eten, dingen inpakken, opmaken, sokken aantrekken, liflafjes verzamelen voor onderweg, kinderen tellen, jassen zoeken en de deuren op slot doen (mijn ouders, wij doen dat nooit met het idee dat je met een welgemikte trap de afgesloten deur ook zo open hebt)

Mijn ouders waren ook mee. Het was absoluut niet druk maar voor Noorse begrippen was het denk ik een prima opkomst.

Eerst was er muziek van Folket Bortafor Nordavinden. Die hadden we vorige week ook gezien, zoals wel meer bezoekers en mensen achter de kraampjes 🙂

Dat rechtse mannetje kan ook erg mooi verhalen vertellen en hij vertelde later een verhaal uit de Noorse mythologie. (dit verhaal, om precies te zijn. maar dan met wat meer schwung.

Vervolgens was er een man met heel weinig tanden maar heel veel talent voor het tegelijkertijd in de lucht houden van bijzondere en gevaarlijke voorwerpen. Hij kon niet alleen jongleren met messen en fakkels en ondertussen een appel eten maar ook een brandende fakkel aan de ene kant in zijn broek stoppen, en bij zijn voet weer eruit halen. Ook stak hij zijn eigen haar in brand en andere domme dingen, tot grote hilariteit van de kinderen.

Hier waren mensen (nu even niet) bezig met nålbinding, een oude breitechniek waarmee je stevige breiwerkjes kan maken. Ook verkochten ze een aantal dingetjes, en ik kocht er vier kommetjes.

Zoiets doe ik zelden, maar ik vond ze echt prachtig.

 

Ook waren was er een vikinggevecht.je. Ze waren maar met zijn vieren, dus dan ben je natuurlijk al gauw uitgevochten. Tot de zoontjes van een van hen zich in het gevecht mengden.

Ze namen het uiterst serieus. Toen ze werden verslagen bleven ze ook doodstil liggen en later toen ze samen iemand hadden uitgeschakeld, klommen ze er triomfantelijk bovenop.

Dus ja, dat was allemaal reuzeleuk.

Mijn ouders huren vanaf volgende maand het appartement onder ons want de Poolse buurman vertrekt weer naar zijn Heimat. Het wordt schoongemaakt en daarna moeten wij het witten en voorzien van praktische zaken als theedoeken, borden en meubels voordat ze in oktober weer komen.

Ik hoef me in elk geval niet te vervelen. Niet dat ik daar erg bang voor was.

Morgen staat er gelukkig weinig op het programma behalve een kinderfeestje van een klasgenootje van de jongen. Ook wel lekker.

Midgardsblot

We waren vrijdagochtend vroeg weggegaan omdat we boven verwachting snel klaar waren met inpakken, katten vangen en kinderen bijelkaar sprokkelen . We kwamen dus ook vroeg aan. Superhandig, alles begon net.

De naam van het festival betekent trouwens een bijeenkomst (blot) in Midgard, waar volgens de Noorse mythologie de mensen wonen.

Het festivalterrein bestaat uit de grafheuvels, ‘gildehallen‘, de grote versierde hal die je hieronder ziet, het bezoekerscentrum en het park eromheen.

We aten wat en keken naar mensen die onder leiding van een enorme dikbuikige viking vikingspelletjes deden. Aan touwen trekken, tegen elkaar aanduwen (ja leuk), bijlwerpen en boogschieten.

Toen het eerste bandje begon zijn we het festivalterrein opgegaan. We wandelden wat in de hoop dat de kleinste in slaap zou vallen in de drager maar nee, die vond alles veel te mooi.

Voor de kinderen was er een knutseltafel. Ze konden runen schilderen, houten armbanden versieren, boomschijven opleuken, amuletten schilderen en kleurplaten maken. Dat deden ze ook in hun gebruikelijke tempo dus na een uurtje had ik een halve rugzak vol met kunstwerken.

Er waren ook meditaties in de ochtend, lezingen van deskundigen van de vikingtijd en de Noorse metalscene, paneldebatten, je kon kamperen vlakbij de zee en speciaal bier proeven. Alle medewerkers waren super vriendelijk.

mooie foto in het bijbehorende museum

We keken naar een bandje, op enige afstand wegens herrie. Tussendoor waren er vikinggevechten. Dat was wel heel indrukwekkend voor ze. We wandelden wat rond tussen de kraampjes.

De oudste kletste al maanden over een vikingketting en vond een mooi zilveren amulet met een draak in vikingstijl. Ze is er helemaal blij mee.

De slungel en ik liepen een rondje en gingen op de herrie af. Leuk, een bandje! We keken om het hoekje van de tent en ik vond het nogal typisch, al die mensen voor het podium die precies dezelfde gebaren maakten. Het bleek metal yoga te zijn. Vreselijk grappig, zeker de dag erna toen de vloer echt helemaal vol was.

We keken een ongelofelijk gaaf bandje, met wortels deels Mongolië. Traditionele Mongoolse muziek (keelzang, sjamanistische bellen enzo) gecombineerd met metal: wow! Ik kende het niet, maar vond het geweldig.

Rond half zes vonden we het weer genoeg. Wij niet, maar de ‘wij als verantwoorde ouders’ wel. Af en toe vingen  in het huisje een flard op van de muziek, over het water en met de stilte verder draagt dat ver.

Het is een ander landschap dan bij ons. De kust is veel grootser en meer open dan hier met alle baaitjes en scheren. Het licht is ook prachtig.

Op dag twee hebben we op het gemakje gepicknickt en vervolgens hebben de kinderen zich vermaakt met bijlwerpen, schieten met pijl en boog, elkaar van een balk afmeppen met een zak vol spul en spelen in een klein huisje.

 

Effe wat geschiedenis…

Daarna waren we nog net op tijd om een gids aan te lopen met de wandeling rond, langs en over de grafheuvels. De vindplaatsen in Borre, of Horten hoe het tegenwoordig heet, hebben veel gemeen met vindplaatsen in Zweden en het is vooral bekend als vindplaats van het Oseberg-schip.

Deze grafheuvels zijn in 1850 ontdekt, het schip dat was begraven in een van de grafheuvels werd in 15.000 kleine stukjes tevoorschijn gehaald.

de plek waar de grafheuvels van Gulli eens lagen. De foto is van januari 2011. ik word er een beetje verdrietig van.

In vroeger tijden werden voorname doden vaak met hun spullen begraven. Je kan het nog maar eens nodig hebben. Handig voor later 😉 Er werden ook botten gevonden en tal van gebruiksvoorwerpen.

Sommige grafheuvels werden eerder leeggehaald. Waarom? Deense agressie kan een reden zijn geweest. Soms deden mensen het zelf: een voorwerp enkele generaties bij de voorouders bewaren om het daarna weer terug te halen. Soms werd dat gedaan om de voorouders een christelijke begrafenis te geven.

Uiteindelijk vonden de meesten hier dat geloof helemaal niks, maar de rijken en machtigen wilden dat iedereen het christendom ging aanhangen.
Als heiden kon je namelijk niet echt lekker zaken doen met het verder christelijke Europa. Dus werd van bovenaf het christelijk geloof opgelegd aan de mensen.

Inmiddels was ook de rest van het terrein open. De kinderen hebben wederom (letterlijk!) uren zitten knutselen met stokjes en runen en verf en kralen. We hebben leuke bandjes gekeken, rondjes gewandeld, vikinggevechten gekeken… de jongen mocht een Echte Bijl van een Echte Viking vasthouden en was gans gelukkig. Ik kocht een vest van Midgardsblot waar ik evenzogans gelukkig mee ben.

De sfeer was echt super. Erg Noors: heel rustig en vriendelijk. Geen dronken mensen overdag en geen SLAAAYYYYEERRRRR-brullende mensen. Hoewel dat ook zo zijn charme heeft. Er waren ook behoorlijk wat mensen met kinderen.

En nu na twee dagen ben op. Oud wijf. Met vier kinderen is het op zijn zachtst gezegd nogal intensief, hoe lief en schattig en blij en enthousiast ze ook waren. Maar het was helemaal geweldig. Dus volgend jaar gaan we weer.

Dan nog maar wat sfeerkiekjes.

details, ook erg belangrijk 😉
gave houtsnijwerkdetails

 

houtsnijwerk op de reconstructie van de hal

 

Te doen: niets.

Ja leuk hoor, blogvriendinnetje met haar  boekenblog voor niet-doorsnee boeken.

Ik vind altijd alles wat ze schrijft een goed idee. Sinds ik het idee heb weer tijd te krijgen om te lezen, heb ik ook wat meer boeken in omloop en die verdienden een mooi kastje.

Werd gratis weggegeven en de boeken zijn blij, net als ik. De tijdschriftcassettes zijn niet zo mooi maar wel ideaal om mooie dingen in te pyrograferen (?). Dingen in te branden met een soort soldeerbout, dat is

Ja, dat kwam dus omdat we het even over boekenkasten hadden. Ze heeft goede ideeën.

Het leven bij haar is net als bij ons behoorlijk hectisch geweest de laatste jaren. Haar jongste, die overigens goed als tweelingzus van onze derde door het leven zou kunnen gaan, gaat naar school.

En dan? Heb je opeens rust. Tijd die je probleemloos vol krijgt met andere dingen, maar enige ademruimte geeft het wel na acht jaar werken, kinderen en huizen- en baangedoe. Ik vroeg haar wat ze ging doen, nu de kinderen straks allebei op school zitten.

‘Eerst maar eens zelf rust nemen en opladen’. Daar kwam het op neer.

Ik vond het een briljant idee.

Ondanks dat de dametjes nauwelijks twee weken naar de barnehage zijn en de andere twee vandaag pas weer op school zijn begonnen, vind ik de rust van 1 of 2 kinderen minder overdag weldadig en het huis helemaal voor mij- of onszelf nog meer.

Ik snap mensen die zeggen dat ze een leukere moeder zijn omdat ze werken ook absoluut.

En straks? Na dit weekend hebben we elke week drie dagen zonder kinderen. Oh help. Wat moet ik dan? Ik heb al van alles bedacht. Want ledigheid is des duivels oorkussen, right?

Nee joh. Valt zo mee! 😀

Wat is dat, dat we denken elk vrij uurtje in te moeten vullen met iets ‘productiefs’. Oh jee, straks vinden ze (wie?) me lui omdat ik drie dagen een uurtje of zes, zeven heb om andere dingen te doen dan met de kinderen bezig zijn. Omdat ik misschien wel overdag op de bank een boek ga lezen. Omdat ik ga wandelen om het wandelen.

Waah!

Na tien intensieve jaren heb ik die stilte echt nodig om op te laden. Zonder schuldgevoel, zonder het idee te hebben dat mijn verlangen naar stilte een zwakte is. Want dat is het niet.

Ik begrijp mezelf beter. Waar een ander energie krijgt van een nieuwe uitdaging of goedkeuring van en interactie met anderen -een baan bijvoorbeeld-, krijg ik die energie van alleen zijn, kunnen nadenken en de natuur.

Het is echt een geweldig goed idee. Komende herfst en winter ongestoord, ongegeneerd en ongedwongen genieten van die paar uurtjes waarin even niets hoeft. Zelf weer sterker worden. Mijn energieniveau is na die vierde lang niet wat het daarvoor was.

Daarna zien we wel weer verder.

(ik had de commentaren per ongeluk uitgezet. toen vond ik het wel effe lekker rustig maar ik kreeg ze ook niet meer aan. maar nu doen ze het weer. raar he?)

Ontgooglen. Ontfacebooken.

Zo een keer in de maand delete ik mijn facebook account, om me vervolgens weer terug aan te melden omdat er een aantal mensen is met wie ik graag contact houd. En toch, elke keer als iets lees over de praktijken van facebook, denk ik NEE NEE NEE!

En met mij een groot aantal andere gebruikers, denk ik.

Ik wil niet dat ze mijn surfgedrag bijhouden, tot in de verste uithoeken van het web. Ik wil niet op een medium zitten dat berichten censureert en inmiddels een eigen waarheidspolitie heeft opgericht om ‘valse nieuwsberichten’ te weren.

Dat berichten van een baby die borstvoeding krijgt verwijdert omdat dat  aanstootgevend is maar filmpjes van gruwelijke onthoofdingen vrij laat rondwaren zo lang je geen smurrie ziet.

Dat ondanks adblockers en trackerblockers weet dat ik baking soda en kokosolie heb bekeken (ja, heel zedig) op een webwinkel en dat vervolgens adverteert. Nu boeien die baking soda en kokosolie me niet zo veel maar andere dingen wel.

Ik wil niet dat ze mijn foto’s en berichten opslaan onder de wetten van een ander land en surfgegevens verkopen aan derden waarvan niemand weet wat ermee gebeurt.

We hebben het ons hier al geregeld afgevraagd: hoe in vredesnaam weet facebook dat? Zo kreeg de man een advertentie voor het huren van een container als je vrouw al de troep in huis wilde opruimen, rigoureus.

Echt! En hij had absoluut niets in die richting gezocht.

Dus meldde ik me wederom af en het bevalt me prima. Ik schrijf brieven, lees veel, schrijf en teken meer en mis het absoluut niet.

Idem met google.

Google dat met auto’s rondrijdt die niet alleen foto’s maken maar ook gegevens  van je apparaten in huis opslaan.
Google dat belastingen ontduikt.
Google dat alles van je weet, nog voordat je het zelf weet zo ongeveer.
Google dat de email van gebruikers bekijkt.
Google dat keer op keer dingen doet die niet door de beugel kunnen maar zo groot is dat het geen fvck geeft.

Ik lees nu ‘Je hebt wel iets te verbergen‘.

Facebook weet bij wie je gisteren op bezoek ging
De Belastingdienst zag hoe je er kwam
Apple hield bij hoe lang je er bleef
Samsung hoorde wat je er zei
En Google wist al dat je het van plan was

“Privacy niet belangrijk vinden omdat je niets te verbergen hebt, is hetzelfde als niet geven om vrijheid van meningsuiting omdat je niets te zeggen hebt.”
Edward Snowden

In Je hebt wél iets te verbergen: over het levensbelang van privacy laten onderzoeksjournalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis zien dat privacy het meest bedreigde mensenrecht van onze tijd is. Ze leggen bloot welke gegevens je allemaal weggeeft en aan wie. En, belangrijker nog: welke ingrijpende gevolgen dat heeft.

Waah! Het is zeer interessant en angstaanjagend om te lezen. Privacybescherming is iets waar ik me wel druk om maak maar waar ik in de praktijk vaak met het oog op gemak van denk: ‘Het zal wel meevallen. Wie geeft een fvck om mijn foto’s of flauwe emailtjes’.

Maar dat is het punt niet. Als ik naar de supermarkt ga wil ik ook niet dat er iemand achter me aanloopt, noteert wat ik koop, wil kopen en naar kijk en vervolgens die gegevens, voorzien van de informatie ‘vrouw, 35 jr, 4 knd’ doorverkoopt.

Als ik met iemand een gesprek heb, wil ik ook niet dat er iemand meeluistert die steekwoorden noteert uit dat gesprek en dit doorgeeft aan de reclamekrantjesbezorger zodat die zijn papierspam erop kan aanpassen onder het mom van ‘betere toegespitste dienstverlening’. Of gewoon aan de buurman, omdat die er ook voor wil betalen.

Dus ik ontgoogle en ontfacebook. Wederom.

Mijn leukste foto’s heb ik opgeslagen op mijn computer in plaats van op google photo’s. Ik had geen idee dat ik google drive had, en toch stonden er meer dan 500 bestanden op? Wat dat zou moeten zijn, geen idee. Vreemd is het wel.

Mijn blog over de kinderen heb ik verhuisd naar een oud wordpress adres.

Tegenwoordig heb je, gewenst of niet, op allerlei plekken een account. Bij de overheid, de bank, digid en je moet er maar op vertrouwen dat iedereen netjes met je gegevens omgaat.

Helaas kan je dat niet, overheid en ict is absoluut geen gelukkige combinatie en met de koppeling van allerlei databases is het einde al lang zoek.
Des te meer reden om heel terughoudend te zijn met gegevens verstrekken aan bedrijven en instanties.

Hoe zeer ik ook voorstander ben van minder dode bomen in de brievenbus, denk ik dat alles digitaal ons behoorlijk op gaat breken. Het voorbeeld van Aleksandr Dolmatov wordt aangehaald; zo wanhopig zijn dat je zelfmoord meent te moeten plegen, (mede) omdat er een vinkje in een computersysteem verkeerd staat?
Dan zijn we toch op het verkeerde pad beland.

Naast een adblocker heb ik ‘privacy badger‘ geïnstalleerd, dat zorgt dat je niet (minder) kan worden achtervolgd door allerlei dataverzamelaars en adverteerders.

Hier vind je een heel handig overzicht met hoe je heel makkelijk je computer of telefoon privacyvriendelijk kan maken, door een aantal simpele instellingen te wijzigen. 

Je windowscomputer heeft bijvoorbeeld een reclame-id, die adverteerders gebruiken om je overal te kunnen volgen.
Die reclame ID staat standaard ingeschakeld tot je het zelf uitzet.

Standaard staan alle opties voor apps om toegang te krijgen tot foto’s, accountinformatie en camera standaard aan. Vreemd. Ik denk niet dat de gemiddelde gebruiker zou kiezen om dit aan te hebben staan.

En wie heeft enig idee wat zijn mobiele telefoon precies doet, verstuurt en bijhoudt? En wie heeft enig idee van de gevolgen zijn als ie in de handen komt van een onwelwillende onbevoegde? Leuk dat je halve leven zich afspeelt op dat ding, maar slim is anders.

Het is soms leuk hoor, die technologie. Maar onze afhankelijkheid en onwetendheid ten opzichte ervan baart me ernstige zorgen.

En als je denkt: wat kletst ze nou: LEES DAT BOEK!

stilte.

Ik hartje herrie. Van death metal tot electronische rotherrie: op zijn tijd word ik er heel, heel erg blij van. Een oude cd van VNV Nation in de auto, System of a Down op zijn hardst of gewoon Napalm Death tot je oren bloeden: jeej voor dat!

Maar verder houd ik best wel van stilte.

Ja, moet je goed vier kinderen hebben. (in elk geval waardeer je de stilte dan enorm intens)

Nee. Dat helpt niet maar dat vind ik lang niet zo erg als de herrie die alles tegenwoordig maakt. (zei opoe).

Daar doen we natuurlijk zelf ook aan mee. Echt niet dat ik dat halve voetbalveld met een handmaaier ga maaien (die obsessie met dat kl*tegras, wat is er mis met inheemse plantjes en die zichzelf gewoon onderhouden en waar je niets aan hoeft te doen) en onze auto maakt herrie. Ik ga ook echt geen brooddeeg met de hand kneden en de man schuurt geen bootjes met een enkel schuurpapiertje.

Lang leve moderne techniek heur.

Maar waarom moet het nu altijd zo veel en overal. En zo overbodig.

Vorige week zaterdag dachten we dat de Blindleia wel weer vol zou liggen met boten. Heel. Veel. Boten. Het is soms net de kermis joh. Een paar jaar geleden was er hier voor de deur een botsing van 15 boten. Dan is het toch druk of n,iet.

Maar af en toe kwam er eens een bootje voorbij getuft. Pruttelpruttel. Plofplof en af en toe iets snellers maar de Drukte bleef uit.
Weg waren de grote ronkende protserige boten van de toeristen met blèrende muziek erop. Nooit iets fatsoenlijks ook, altijd rap of Katie Perry-achtige crap. Of Abba.

Zo zalig. Zo rustig.

Weg zijn de toeristen die tot drie uur ’s nachts feestvieren met keiharde muziek. Het draagt ook zo lekker hier, dat geluid.

Ook zo fijn, van die groenwerkers die ze in plaats van een bezem om mij niet bekende reden een bladblazer hebben menen te moeten geven zodat ze 600 keer hetzelfde blaadje een andere kant op blazen.

De overbuurman die een hele dag zijn tractor aanzet en er niet mee rijdt maar lekker houtjes splijt in een tempo vijftien keer lager dan met een bijl maar je wordt in elk geval niet zo moe.

Gisteren was het lekker weer. Ah fijn, buiten zitten, boekje lezen, bak koffie en livet er godt en toen had de eigenaar van het huis nog wat te doen voor de bezichtiging van de volgende dag: hij is 10 uur bezig geweest met hogedrukspuiten, kantjesmaaien, grasmaaien, grasstofzuigen, paadjes aantrillen en fokking elk apparaat dat ie heeft staan in zijn grote rode schuur en dat zijn er VEEL!

Elk apparaat dat Volker Stevin gebruikt, heeft hij in het klein staan hier.

Ja, ook een klein walsje. Cute.

Ik was echt gaar aan het einde van de dag! Vooral omdat we wel moesten thuisblijven voor een dreumes die vier uur ging liggen pitten die middag.

En dan heb ik zelfs liever een Drammende Dreumes dan Gertjes Gierende Grasmaaiers.

Het is me echt wat veel nu. Vier kinderen van half 8 tot 21 uur. De herrie van allerlei drukke figuren en bezige buren. Druk bezoek. Drukte van het wennen aan de barnehage.

Het is maar goed dat we over een paar dagen met een paarduizend man tegelijk naar dit bandje gaan kijken. Kan ik lekker bijkomen van al die drukte 😉