Noors leren, de kinderen.

Toen we naar Noorwegen gingen, hadden we redelijk wat uren Noors gestudeerd. De kinderen hebben geen Noorse les vooraf gehad. We wisten niet wanneer we zouden vertrekken en toen we eenmaal gingen, ging alles zo snel dat er geen tijd meer voor was. Ik denk ook dat het vrij nutteloos geweest zou zijn.

De oudste (zes, toen we verhuisden)

Toen we zes weken in Noorwegen waren, ging de oudste naar school. Ze heeft drie maanden haar mond amper open gedaan maar daarna kwam er keurig Noors uit en aan het einde van het jaar zei haar lerares dat ze op hetzelfde taalniveau zat als de Noorse kinderen.
Ze kreeg, samen met een Hongaars jongetje, wel extra Noorse les van een heel lieve Iraanse juf. Ja, multicultureel schooltje πŸ˜‰

Noors en Nederlands houdt ze goed uit elkaar. In het begin sprak ze Nederlands met een Noorse intonatie, het zangerige en zachte. Klonk heel schattig. Ze haalt zelden de talen door elkaar, hoewel ze wel vertelde dat ze zich met Halloween moesten uitkleden op school. Het Noors heeft veel woorden die bijna het zelfde betekenen, maar niet helemaal. Of helemaal niet πŸ˜€

(ze bedoelde natuurlijk verkleden, duh)

De jongen (vier, toen we verhuisden)

De jongen ging een jaar later. Ik had hem alleen verteld hoe hij moest zeggen dat hij naar de wc moest. Hij probeerde meteen van alles in Noors te zeggen, wat niet altijd even goed lukte. Gelukkig zit er een Nederlands meisje dat geboren is in Noorwegen bij hem in de klas, die soms kon vertalen. Hij krijgt nu extra les in lezen en schrijven, dat had hij het eerste jaar niet.

Hij schakelt vaak over op het Noors, die taal lijkt hem ook beter te liggen. Inclusief het wat achter in de keel uitgesproken dialect van de regio hier. In het Noors moet hij echt netjes praten om verstaan te worden, in tegenstelling tot het Nederlands waarbij wij vaak wel weten wat hij bedoelt te zeggen.

Geregeld vernederlandst hij Noorse woorden en dat is soms erg onhandig. Als hij ziek is en vraagt om een butje. Dude, wat bedoel je? Wat is een butje? Een butje om in te spugen!!! *spoooooeeeeg*

Oh ja, een bΓΈtte is een Noorse emmer πŸ˜‰

Fietje (een, toen we verhuisden)

Sophia spreekt zonder Noors onderwijs goed Noors. Ze leert het van barne-tv en natuurlijk van haar broer en zus die driekwart van de tijd in het Noors communiceren. Als ik haar iets vraag in het Noors, krijg ik een Noors antwoord, ze doet dat echt zonder erbij na te denken. Als ze iets geks ziet roept ze ‘hva i all verden!’ wat zoiets betekent als ‘wat is dat in vredesnaam!’.

Noors leren aan je kinderen?

Ik leer aan Sophia en Torhild Noorse woordjes, maar geen zinnen. Mijn Noors is niet het Noors dat mijn kinderen moeten leren. Wel klets ik af en toe met Sophia in het Noors, als we zitten te tekenen bijvoorbeeld. Gewoon, voor het leuk.

Eenmaal op school en in contact met andere kinderen, gaat het Noors leren razendsnel. Net als ik leren ze tien keer sneller van echte conversaties, dan van saaie lessen. Intensieve lessen nemen met je kinderen is naar mijn mening verspilde moeite als je ze hier naar school of barnehage stuurt.

Ik denk dat je er niet al te krampachtig mee moet omgaan. Ze krijgen heus geen lelijk Nederlands accent als ik een Noors gesprekje met ze voer en het ligt aan het kind zelf hoe ze met de tweetaligheid omgaan. Een taal oppikken gaat in een razendsnel tempo.

Gelukkig krijgen kinderen hier goede begeleiding en wordt er weinig aan ze getrokken wat betreft prestaties. Dat ze mee kunnen doen in de groep en zich veilig voelen, is het belangrijkste doel in de eerste schooljaren. En dan gaat het als vanzelf.

De ruimte!

Ik houd van een behoorlijk leeg huis. Bij andere mensen vind ik dingen aan de muur en in boekenkasten leuk maar bij mijzelf niet. Toch heeft een huis volgens mij een minimale hoeveelheid spullen nodig, om niet het gevoel te hebben dat je midden in een verhuizing zit.

Ja, echt.

Als de man alleen een minimalistisch verantwoord een boeddhistisch miniatuurtuintje zou hebben, in plaats van kasten vol cd’s, modelbouwtroep en autopoetsmiddelen, was het hier toch wel akelig leeg.

Maar misschien hadden we dan wel kasten vol met miniatuur zen-tuintjes spullen. Hm.

Ja, we vullen elkaar zo goed aan πŸ˜‰

We zouden makkelijk op een kleiner oppervlak kunnen wonen. We hebben hier behoorlijk wat ‘loze ruimte’. Een luxe, dat wel. Leuk voor de kinderen om te spelen, vooral.

Volgens mij is voor het ‘gevoel’ belangrijker dat je de kasten niet helemaal volpropt, dan de daadwerkelijke ruimte die je tot je beschikking hebt.
We logeerden eens twee maanden in een klein maar mooi appartement. Het was licht, nieuw, van hout en schoon. Maar in de enorme keuken stond serviesgoed voor 35 man en alles was er vijfdubbel aanwezig, waardoor de vaatwasser uitruimen een puzzel was. Elke keer weer. Waah!

Ik was echt blij toen we eindelijk ons ‘nieuwe’ huis in konden. Met een klein keukentje, maar ook onze eigen spullen. Precies genoeg. Met nog redelijk wat ruimte over.

Onze slaapkamer hier is klein, maar voelt niet klein of benauwd. Er staat alleen het hoognodige in.

Wat we niet in de slaapkamer (of kledingkast) nodig hebben, bewaar ik daar ook niet. (Behalve foto’s, administratie en kinderkunst)

Hoe houd je het lekker luchtig?

Ruim op! Doe weg! Want tot op een zekere hoogte, is minder toch echt meer.

Verzin een betere oplossing. In plaats van een enorme wasmand, kan je je wasgoed ook ophangen in een zak aan een deur. In plaats van groteΒ  nachtkastjes kan je je spullen ook naast je bed of in de vensterbank leggen en gewoon niet zo veel zooi naar je nest slepen πŸ˜‰ In plaats van een grote massieve tafel, heb je wellicht ook genoeg aan een laptoptafeltje.

Pas het aan. Spullen op een andere plek zetten, dingen anders opbergen of anders gebruiken is ook een oplossing.

Doe flexibel. Je spullen organiseren in bakjes, doosjes, lades en andere handige opberg-oplossingen is soms handig maar flexibel zijn met wat je waar neergooit ook. Dus stouw niet alles vol handige oplossingen, maar laat spullen de ruimte hebben in je kasten en lades. Zo gooi je ze makkelijk ergens anders neer en kan je eenvoudig iets weghalen of toevoegen.

Ja, ruimte is fijn!

Planten levend houden voor mensen met grijze vingers

Ik houd van plantjes. Het liefste zie ik ze buiten maar voor binnen begin ik ze ook te waarderen. Kamerplanten gaan vaak makkelijk dood en mensen roepen dan ‘ik heb geen groene vingers! ik laat een cactus nog doodgaan!’ en kiepen gedesillusioneerd het zoveelste stuk vergane groen in de kliko.

Of je planten in leven kan houden, heeft echter weinig met groene vingers te maken, maar meer met een goede verzorging en dat kan elke idioot.

Plantjes willen graag goed verzorgd worden en dat is logisch, een huiskamer is voor geen enkel levend ding een natuurlijke habitat.

Daarom moet je bij de meeste planten een beetje je best doen om hun natuurlijke omgeving enigszins te imiteren.

Hoe houd je planten in leven? Het is best simpel!

  • Kies planten die bij je passen. Geen planten die elke dag water willen als je nauwelijks thuis bent. Neem liever een sansevieria.
    Heb je inderdaad geen zin om planten te verzorgen, kies dan voor makkelijke planten. Ook makkelijke planten hebben wel enige aandacht nodig, maar je kan ze ook makkelijk een tijdje verwaarlozen zonder dat ze je dat gelijk aanrekenen. Supersympathiek!
  • Koop geen planten (alleen) omdat ze zo mooi zijn. Vergewis je ervan dat de plant past bij jouw huis en levensstijl, anders kan je een paar maanden later weer 25 euro wegflikkeren. Zo zonde!
  • Kies planten die bij je huis passen. Heb je een koud appartement op het noorden, neem dan geen bananenpalm die zon, licht en warme wil. Neem liever schaduwplant. Neem ook geen te grote planten, planten houden er niet van als je tegen ze aan loopt of als ze steeds verplaatst worden. Als je er goed voor zorgt, worden ze vanzelf groter.
  • Geef ze een fijne pot. In de winkel staan ze in een zo klein mogelijk potje. Als je ze koopt, zet ze dan in een andere, grotere pot met wat extra goede aarde. Sommige planten worden graag bespoten of gedoucht, doe dat ook af en toe.
  • Vraag de naam van de plant bij de verkoper. Plak een stickertje met de naam op de pot of zet het in je telefoon. Als je plant dan zielig gaat lopen doen, kan je googlen waarom.
  • Houd de verzorging bij. Zet het in je telefoon of agenda dat je in het voorjaar planten verpot en verse aarde geeft, dat je twee maal per week checkt of ze genoeg water hebben (zeker in de zomer!) en dat je ze eens per week besproeit, bijvoorbeeld.
  • Verdiep je even in de verzorging van je plant. Die drie icoontjes op de verpakking zeggen wel iets, maar niet alles. Lees op internet hoe je de plant blij houdt en handel daarnaar. Kost je maar vijf minuten.
  • Kijk naar de plant om te weten wat ie wil. Maakt ie lange lelijke stengels, dan wil ie liever naar een lichtere plek. Krijgen de bladeren een lelijke kleur, dan staat ie misschien te licht. Verandert je plant om een niet positieve manier, dan is er vaak nog genoeg tijd om in te grijpen. Beetje voeding, grotere pot, andere plek: vaak is het probleem makkelijk opgelost.

Eigenlijk moet je ze gewoon geven wat ze willen en dan komt het meestal wel goed! πŸ™‚

Vakantierecept: pancakes.

Moet dat nu echt op zijn Amerikaans? Ja. Want ze zijn zo anders dan gewone pannekoeken. Die vind ik echt een drama om te maken. De kinderen willen dat op verjaardagen altijd eten en ik word er stikchagrijnig van.
Zo niet van pancakes. Die zijn serieus leuk om te maken! Ze zijn handzaam en bakken niet aan. Ze worden hoogstens zwart, als je het vuur te hoog zet πŸ™‚

Men neme voor 3,5 hongerig kind:

3 flinke eetlepels roomboter. Smelt die op een zacht vuurtje.*

4 eieren. Klop ze luchtig met 2,5 cup melk.

roer hierbij 3 cups bloem en een flinke theelepel bakpoeder of baking soda.

voeg de gesmolten boter toe en (optioneel) een paar eetlepels suiker, kaneel, bosbessen of wat citroenschil

roer tot je een mooi glad beslag hebt en laat dit ongeveer 10 minuten rusten.

* in plaats van boter smelten, kan je ook vloeibare olie gebruiken

Bakken:

Smelt wat boter of olie in een flinke koekenpan. Zet het vuur niet te hoog.

Maak pannekoekjes van een kwart cup. Dat is iets minder dan een juslepel.

Als er belletjes aan de bovenkant verschijnen, kan je ze omdraaien. Laat ze nog even gaar worden.

bakken…
omgedraaid…

Als je geen cupmaatschep hebt kan je de hoeveelheden op internet opzoeken maar dat is nogal gedoe, 1 cup meel weegt minder dan 1 cup suiker bijvoorbeeld.

Als je een gewoon limonadeglaasje gebruikt, zit je ook prima. Zo nauw komt het allemaal niet! Tot het bovenste gekleurde randje, zo veel is 1 cup.

Serveren met wat je lekker vindt. Stroop, suiker, bessen, slagroom, roomboter of wat dan ook.