Waarom je naar Sørlandet op vakantie wil.

Toen we naar Noorwegen vertrokken, had ik mezelf meer in een wat Noorwegeriger deel van Noorwegen terecht zien komen. In de buurt van Elverum in het lage oosten, of juist aan de westkust, ergens tussen Bergen en Steinkjer. Maar het werd de zuidkust en dat is prima.

Deze diashow vereist JavaScript.

Onze woonplaats ligt centraal, Oslo en Stavanger zijn beide vier uur rijden van hier. Net als de ‘echte’ bergen. Er zijn op een half uur van hier rechtstreekse vluchten naar Schiphol en de ferry naar Denemarken is even ver rijden. Dat je geen drie dagen hoeft te reizen, is voor bezoekers ook wel prettig.

We zijn, voordat we hier gingen wonen, vaak op vakantie geweest in Noorwegen, maar nooit in deze regio. Ik kende het alleen van de foto’s.

De naam van deze regio is Sørlandet, het zuidland. Het zijn de provincies Vest en Aust Agder. In het zuiden van Sørlandet is er de scherenkust, dieper landinwaarts zijn er bergen tot 1500 meter hoogte. De regio is net zo groot als half Nederland, er wonen net geen 300.000 mensen. Het is relatief dichtbevolkt.

Ook voor vakantie is het hier prachtig. Waarom Sørlandet een leuke vakantiebestemming is?

  • Het is -relatief- dichtbij. Dordrecht – Hirtshals is precies 1000 kilometer. In Hirtshals neem je de ferry naar Kristiansand, die er in de zomer 2 of bijna 3,5 uur over doet, afhankelijk van de maatschappij.
    Hoe lang je over het stuk NL – DE – DK doet, varieert echter. Het kan in 10, maar ook in 14.
  • De overtocht is goedkoop. Voor zo’n 100 euro vaar je met je auto en je gezin naar de overkant. Net even iets anders dan bijvoorbeeld Kiel – Oslo, waar je al snel 400 euro kwijt bent, en vervolgens nog ‘gedwongen’ wordt aan boord te eten en te drinken.
  • Er zijn weinig Nederlanders. Voor sommige mensen een groot pluspunt. Sørlandet is vooral populair bij de Noren zelf, rijke Osloërs en mensen van de westkust hebben er huisjes aan de kust.
  • Er zijn geweldige vaarmogelijkheden. De Blindleia is de vaarroute vanaf Lillesand naar het zuiden, die tussen het vasteland en de eilanden door gaat. Je vaart hier redelijk beschut en je hebt veel minder invloed van het weer op het Skagerrak. Als je hier een huisje huurt van een particulier, kan je vaak ook een bootje huren.
  • Het heeft het allebei. En gezellige stadjes en dorpjes met hier en daar een terrasje maar ook stille eilandjes, uitgestrekte bossen, mooie bergtoppen en heldere meren. Je kan in zee zwemmen, dagen wandelen zonder iemand tegen te komen of naar (gratis) concerten en activiteiten.
  • Je kan met je Hollandse benen redelijk wandelen en fietsen. Er is hoogteverschil, maar ook als je alleen maar polderpaadjes gewend bent, kan je hier lekker wandelen. Ga je liever verticaal de berg op: die mogelijkheid is er ook.
  • Je kan prachtig vissen. Om in zee te vissen heb je geen moeilijke vergunningen nodig. Er zijn mogelijkheden te over hiervoor.
  • Het weer is mooi. Ja, het mooiste van Hele Norge. De meeste zonuren en redelijk hoge zomertemperaturen maar zoals overal in Noorwegen: je moet het treffen. Je kan verregenen, maar ook hele dagen heerlijk buiten zijn, van ’s morgens vroeg tot ’s nachts, want rond de zomerzonnewende wordt het amper donker.

Als je rechts klikt op de tag ‘vakantie in Noorwegen’ kan je onder andere posts lezen over hoe je er komt. Op de site van visitnorway lees je toeristische informatie.

Een makkelijke regel voor een opgeruimd huis.

Een van de makkelijkste dingen om je huis netjes te houden, is de ‘regel’ van één erin, één eruit. Dat geldt niet voor kinderen, dat zou zielig zijn. Maar voor spullen werkt het prima! Op twee manieren zelfs!

Als er iets nieuws wordt aangeschaft, verhuist bij veel mensen het oude ding naar de schuur, de garage, de kinderkamer, de logeerkamer, de zolder of de tuin.
Soms is dat prima, als je daar nog geen lamp / bezem / stoel / watdanook hebt, maar die daar wel nodig hebt. Maar over het algemeen is het gewoon onzin om het vervangen ding dan te bewaren, hoeveel excuses je er ook voor verzint.

‘Maar het is zonde om weg te gooien, want het oude is nog prima’.
Wel, als dat zo is, is er natuurlijk in de eerste plaats weinig nut om iets nieuws te kopen. Als je huidige dinges nog prima functioneert, hoef je ‘m ook niet te vervangen en vind je het vervelend om het oude weg te ‘moeten’ doen, dan koop je gewoon nog niets nieuws en houd je je geld lekker in je zak. Zo simpel is het.

Afgelopen winter kocht ik nieuwe winterlaarzen. Ik had winterlaarzen maar die bleven lekken. Het waren prima laarzen voor droger of warmer weer maar ik heb ook al dr. Martens en hoge kaplaarzen, en maar een paar voeten. Dus exit winterlaarzen. Als ik een ander vest vind, gaat het uitgezakte geval in de zak voor de kringloop. Toen ik de perfecte rugzak vond, ging mijn handtas terug naar waar ie vandaan kwam. Als ik beddengoed koop, doe ik dat omdat het oude de staat van poetslap heeft bereikt en niet om het op een stapel in de kast te leggen.

Ook als je niet 1 op 1 iets vervangt, is het handig om even kritisch te kijken naar je spullen. Als je een keukenmachine koopt, heb je misschien je blender niet meer nodig. Koop je een Zeer Degelijke braadpan, dan kan je misschien zonder braadslee. Ik noem maar wat.

Als je deze regel een beetje consequent toepast, scheelt dat een boel troep in je huis.

Gratis dingetjes, argh!

1626Ik voel me net zo’n Maarten van Rossem als ik zeg dat ik de schurft heb aan gratis dingetjes, maar ik heb echt de schurft aan gratis dingetjes. Vooral gratis dingetjes voor kinderen, die je worden aangeboden als je kinderen erbij zijn. Die vinden alles mooi, natuurlijk. Die van mij zeker want die hebben niks 😉

Gelukkig is alles hier duur (behalve bootjes. en luiers) en niet gratis en wordt er niet zo openlijk gedaan aan het omkopen van kinderen door de ouders -of andersom-.

Een tijdje geleden was er een show van de Reddingsmaatschappij. Na afloop kregen ze een zakje met Eliaspleisters, een Elias toverpotlood (retro! jaren 80!) en een foldertje. Dat vond ik dan wel weer leuk, maar vooral ook omdat ze hier niet o-ver-al wat krijgen. Dan is het nog bijzonder.

Zelfs in deze wereld die bijna letterlijk ten onder gaat aan de hoeveelheid spullen die we hebben, menen we nog meer nodig te hebben. Vooral als het gratis is. Koop je een doosje met 20 theezakjes, of een van 40 met een gratis mok? Die laatste natuurlijk. Niet dat je de komende 50 jaar een nieuwe mok nodig zal hebben, maar gratis is gratis en dat is mooi meegenomen. Beter mee verlegen dan om verlegen.

Of van die spaarsystemen. Moet je jarenlang dezelfde dure koffie drinken, elleke keer die punten uitknippen en bewaren en dan mag je na inlevering van 450.000 spaarpunten (gebundeld in stapels van 1000 punten) een ontiegelijk lelijk koffiekopje kopen, dat ook nog eens voorzien is van enorme Douwe Egberts logo’s. (Ik heb het even opgezocht). Onbegrijpelijk.

Koop een tijdschrift en hop, zes proefmonsters erbij die vervolgens jarenlang in je badkamerkastje staan te vegeteren. Neem een abonnement op het tijdschrift en leg je man lekker onder een Janneke Brinkman-dekbed. Zal ie leuk vinden 😉 Koop een pak cornflakes en krijg een gratis sleutelhanger. Pas na drie dagen kapot! Krijg een gratis bananenopbergbakje bij een kilo bananen.

Argh! Ik zou bijna extra betalen om die dingen er niet bij te krijgen. Maar ik koop sowieso geen tijdschriften. Of cornflakes. Of DE-koffie. Dat scheelt weer.

Als je het niet nodig hebt, is het ook nog niet nodig om het gratis te krijgen. Geen wuppies, koekvormpjes, opbergbakjes, bekers, lunchtrommels, sleutelhangers, sleutelkoorden, veters, chocolaadjes, koekjes, pepermuntjes, potloodjes, handige bewaardeksels, babygeschenkdozen, schenktuitjes, t-shirts, opbergmapjes, spaarpotjes, markeerstiften, labello’s, gebaksbordjes, receptenboekjes, parkeerschijven, katoenen tasjes, armbandjes, kurketrekkers, speelkaarten, usbsticks, ruitenkrabbers, stropdassen, te kleine kalenders, pennen, potloden, etuis, toilettassen, beweegmeters, notitieboekjes, rekenmachientjes, tijdschriften of andere meuk die uiteindelijk niets anders doet dan een rommeltje maken van je keukenlades en uiteindelijk op de vuilnishoop belandt. Of je reet vetter maakt in het geval van eetbaar spul, en dat wil je ook niet. (toch?)

De enige positieve uitzondering die ik zo kan verzinnen, zijn gratis zakjes met blijebijenbloemzaden van de biologische zadenleverancier.

Het niet accepteren van dingen die gratis zijn, wordt nogal typisch gevonden. ‘Nee’ zeggen tegen een of ander spaarplaatje met een achtjarige bij me leverde me de vorige keer bij AH een verbaasde blik van de kassamevrouw op. Natuurlijk wilde iemand achter me ze wel 😉

Toch is nee zeggen tegen al die onzin, een stuk makkelijker dan al die onzin weer je huis uit krijgen. Soms is nee echt een heel mooi en makkelijk woord.

De beste dingen om niet meer te hebben.

bron: http://www.ytravelblog.com/
bron: http://www.ytravelblog.com/

Spijt van iets dat ik heb weggedaan heb ik gelukkig nooit gehad. Ik denk dat het een verschil is of je opruimt omdat je een opgeruimder huis wil hebben, of omdat je al de spullen niet meer wil in je leven. In mijn geval ging het om het laatste zodat ik met een brede glimlach de ene na de andere doos met zooi bij de kringloop of de stort kon brengen. In de afgelopen zeven jaar is er zo veel veranderd, en de dingen ik het meest blij ben om niet meer te hebben zijn:

De hypotheek.
Hoewel we de lasten meer dan makkelijk konden dragen, vond ik het hebben van zo’n grote schuld echt niet fijn! We begonnen met 287,000 euro en toen we vijf jaar later verhuisden, was er nog zo’n 175,000 euro van over. Dit mede na een maximale schenking van mijn ouders, waarmee we nog steeds blij zijn.

Huren is duurder en huren is ‘geld weggooien’ maar huren is ook: geen zorgen over renteveranderingen, extra aflossen, inleggen op bankspaarrekeningen, dalende  huizenprijzen, afbladderende verf, gemeentelijke belastingen, groot onderhoud of cv-ketels, geen vakantiedagen of weekenden kwijt zijn aan noodzakelijk onderhoud. Huren geeft vrijheid: zit je niet meer op je plek dan pak je je spullen en zet je ze ergens anders neer.

Ik zie momenteel nog geen goede reden om ons weer op te hangen aan een hypotheek, twintig jaar lang rente te betalen en te onderhouden te moeten plegen om vervolgens na die tijd met een huis te zitten dat veel te groot is voor twee mensen.

De televisie.
Al bijna zeven jaar weg en ongeveer evenzoveel seconden gemist. Nu gaan mensen vermoedelijk weer antwoorden dat zij wel een tv hebben en hier met mate naar kijken en er dan heel leuke dingen op zien maar ik vind het -zeker met kinderen- een fijn ding om niet te hebben. Het internet is groot genoeg om een goede vervanging te zijn voor alle reclame doordrenkte pulp van televisie, wat mij betreft. Bovendien praten mensen over Ziggo&co alsof ze een nare ziekte hebben; ik geloof niet dat ik er iets aan mis. ‘Ik heb Ziggo’. ‘Och meid, wat erg voor je!’

Te veel kleding en schoenen.
Dat is nog eens makkelijk aankleden ’s ochtends: al mijn lievelingskleren op twee plankjes!

Zin om nieuwe dingen aan te schaffen.
Van fijne -nieuwe- dingen word ik heus nog wel eens blij, als het tenminste een ‘noodzakelijke’ aanschaf is. Dingen kopen omdat ze leuker zijn lijken dan mijn dingen, dat heb ik redelijk afgeleerd.
Lange tijd had ik een houtfornuis hoog op mijn voor-ooit verlanglijstje staan, maar nu de man vaak kookt is dat ook geen prioriteit meer. Zo’n eenvoudiglevenhobbyist is ie ook weer niet 😀

Een handtas.
Als we verder van huis gaan, dan neem ik mijn fijne rugzak mee met flessen water, iets te eten en wat babyspul. Verder niets. De man heeft een telefoon, autosleutel en portemonnee bij zich. Ik heb geen idee wat ik verder mee zou moeten sjouwen. Best handig, je handen vrij en geen zorgen om tassen die gestolen kunnen worden (hoewel dat hier zo’n vaart niet loopt), waar dingen uit kunnen vallen of waar je precies niet in kan vinden wat je zoekt.

Diderot-effect, dus.

Een tijdje geleden doneerde ik onze salontafel aan de kinderen. Die zaten steeds te bitchen over welk dingetje er in wiens kastje lag dus ik stapelde de kastjes op elkaar en zette de stoeltjes om een tafel waaraan ze ge-za-men-lijk moesten spelen.

Dus hadden wij geen koffietafel meer. Dus jatten we de krukjes van de kinderen. Dat voldoet eigenlijk ook prima en het voordeel is dat ze niet vol rommel kunnen worden gegooid. Horizontale oppervlakken zijn er berucht om.

Lelijk waren ze wel, dus ik haalde de emmer ‘Friske Pust’ uit de kelder. Dat is gewoon goedkope witte latex met milieumerkje die je rücksichtslos overal tegenaan kan kledderen.

Toen had ik witte krukjes. Jeej, victorie!

DSC06260

Maar bij die witte krukjes, staken de ooit roze en daarna ooit witte stoeltjes wel heel slecht af. Je denkt dat ze wit zijn, tot je er iets wits naast zit.

Zoals schapen. Je denkt dat ze wit zijn, tot je ze in de sneeuw ziet en dan zijn het een pekkige beesten!

Dus hop, de stoeltjes ook weer een lik witte verf.

The effect was first described in Diderot’s essay “Regrets on Parting with My Old Dressing Gown”. Here he tells how the gift of a beautiful scarlet dressing gown leads to unexpected results, eventually plunging him into debt. Initially pleased with the gift, Diderot came to rue his new garment. Compared to his elegant new dressing gown, the rest of his possessions began to seem tawdry and he became dissatisfied that they did not live up to the elegance and style of his new possession. He replaced his old straw chair, for example, with an armchair covered in Moroccan leather; his old desk was replaced with an expensive new writing table; his formerly beloved prints were replaced with more costly prints, and so on. “I was absolute master of my old dressing gown,” Diderot writes, “but I have become a slave to my new one … Beware of the contamination of sudden wealth. The poor man may take his ease without thinking of appearances, but the rich man is always under a strain.”

DSC06259

Oh ja, die kast. Nu was die kast weer lelijk.

Even de randjes bijplekken. Oh, dan ook maar de zijkanten. En nou ik toch bezig ben, verf ik gelijk de binnenkant ook maar wit want die was nog houtkleurig. Twee keer.

… twee uur later….

DSC06256

Was Toetje weer wakker, en stond alles weer netjes in de verf.

DSC06265

Moraal van dit verhaal: verf je meubels als de baby slaapt.

Minimalistische kinderkleertjes en minder wassen.

Kinderkleding heb je snel te veel. Je koopt wat, je krijgt wat en dan zijn er nog geefgrage opa’s en oma’s 😉
Het lijkt makkelijk om alles in de kast te laten liggen omdat het handig is achter de hand te hebben, maar volgens mij is het dat niet.

Kinderkleding bewaren voor de volgende, of niet?
Ik heb nauwelijks kinderkleding op voorraad. Ik bewaar de echt mooie en functionele dingen zoals winterpakken, laarzen, regenbroeken en gebreide truien.
Tussen DL1 en DL2 zit vijf jaar. Als Fietje eindelijk de kleding van haar grote zus past, is het lelijk van het in de kast liggen. Het is ook nog de vraag of het het juiste seizoen is en of ze het leuk vindt.

Daarom geef ik tegenwoordig bijna alles weer door, zodat het gebruikt kan worden. Uiteindelijk is dat waar spullen voor zijn.

De gekke dakloze prinses

8da8dbbd870de7d97c1b2a5d3f035fe6De kinderen hebben Fietje heeft de neiging om zich op de gekste manieren uit te dossen. Dat ze hun eigen kleding kunnen pakken zonder die *stijlfoutjes*, vind ik wel handig. Daarom zorg ik dat ze met alles wat in hun kast ligt, ‘veilig’ zitten.

Veilige kleren.
Zomerjurkjes en -schoenen berg ik aan het einde van de zomer op, omdat kinderen kunnen besluiten dat je zomer gewoon af moet dwingen, door het dragen van strandkleding bij krap vijf plusgraden in maart. ‘Maar de zon schijnt!’

Het voordeel van het klimaat hier, is dat je comfortabel van half augustus tot half juni de zelfde kleding kan dragen.

Ik zorg ook dat ze hun kleding bij alle gelegenheden kunnen dragen. Zo kan ZL met zijn broeken en t-shirts zowel naar school als lekker buiten spelen. Als hij netjes moet zijn, is dat een kwestie van een fatsoenlijke trui of overhemdje erover. En met zijn overhemden kan ie ook gewoon buiten spelen.
Idem met ons Leentje, of ze nu in haar Desiqual-jurk (van de kringloop  ;)) naar het strand gaat of naar een feestje, maakt niet uit.
Fietje draagt gewoon altijd glittertopjes. Lekker overzichtelijk.

Ik bedoel maar dat ze eigenlijk geen kleding voor speciale gelegenheden hebben, dus wat ze pakken is altijd goed.

Niet (teveel) vooruit kopen.
Er zijn dingen waarvan ik 100% zeker weet dat ze heel veel gedragen gaan worden, zoals zwarte leggings door DL1 en wollen rompers door de baby. Die dingen neem ik mee als ik een goede aanbieding tegenkom, het komt toch wel op. Maar kleding een maat te groot en schoenen op de groei koop ik niet. Al is het nog zo goedkoop.

Kleding met dubbele functie
Fietje draagt graag leggings. Die draagt ze als pyjama, maar ook onder jurkjes en tuniekjes. Onze Es draagt graag trainingsbroeken, dus zorg ik dat hij er twee heeft, waarin hij kan slapen maar ook på tur op school als het koud is met een maillot eronder. Of gewoon, een dag in rond blijven lopen als we toch thuis zijn. Dat scheelt weer extra pyjama’s aanschaffen, wassen en opbergen.

Fijne kleren.
Ook in hun klerenkasten scheelt alleen favoriete kleding een heleboel tijd. Ze hoeven niet te zoeken naar hun lievelingsdingen en ik hoef al die overhoop getrokken niet-lievelingskleding niet weer te ordenen. Of een strijd aan te gaan om het ze te laten dragen.

Ouder = minder.
Het ligt ook aan de leeftijd. Voorheen had ik wel 12 broeken nodig voor ZL om een week mee vooruit te kunnen en nu heeft hij aan vier gewone en twee joggingbroeken genoeg. Ze worden steeds minder pekkig, de kleinere hoeveelheid was compenseert het feit dat hun kleding steeds groter wordt.

Niet zo moeilijk doen…
Uit angst om te weinig te hebben, houden mensen vaak veel te veel bij zich. Maar waarom zou je een stapel verwassen en lelijke kleding achter de hand houden ‘voor nood’ als je een wasmachine hebt en bij stuk, binnen een paar uur een nieuwe hebt geregeld via internet en je vast ook wel iemand kent in de buurt met een wasmachine?

Meer dan de kleding die ze dragen, heb je gewoon niet nodig. Hier in elk geval niet. Het scheelt mij een boel werk.

Lekker minimalistisch: zonder gedijntjes.

Dat is nog eens minimalistisch verantweurd zeg, gewoon geen gordijnen!

DSC05963
mooi uitzicht op de drogende was of eigenlijk gewoon op de was, met dit gekke weer.

DSC05958 DSC05960

Als ik tochtige ramen had, had ik wel gordijnen. De ramen zijn echter de enige stukken die wel geïsoleerd zijn. En hang nou eens gordijnen voor de muren…

Inkijk
Inkijk hebben huizen hier nauwelijks; de ramen van de woonkamer beginnen vaak bijna twee meter boven de grond en de huizen staan ver bij de weg vandaan. Daarvoor hoef je het ook niet te doen.

Toen ik zwanger was, wilde ik heel graag gordijnen. Geen idee waarom want wat deert zo’n baby het nu of er gordijnen voor de ramen hangen. Gekke hormonen zeg.

In Nederland had ik wel gordijnen, aan de ene kant tegen de zon die zo vreselijk de kamer in kon patsen door de schuifdeuren en aan de andere kant tegen inkijk van de straat en tegenoverliggende huizen.

De enige gordijnen die we nu nog hebben, zijn rolgordijnen en zonwerende gordijnen op de slaapkamers, omdat je anders zo vroeg wakker wordt in de zomer. Gewoon die Tupplur dingen van Ikea, die zijn perfect.

En de kale ramen, die vind ik prachtig. Het heeft ook nog eens allerlei voordelen:

  • Je krijgt geen gordijnroedes op je hoofd bij het openen en sluiten van gordijnen. Nee, zo stevig zijn die dingen niet die hier hangen, toen er wel gordijnen hingen gebeurde dat geregeld. Pomtiedom.
  • Ik hoef geen gordijnen te wassen
  • Er komt lekker veel licht binnen
  • We kunnen zo optimaal genieten van het mooie uitzicht. De ramen zijn net schilderijtjes met een mooie lijst eromheen. Mooie wolken, zon, de opkomst van de maan, de ondergang van de zon… Verveelt nooit!
    DSC05968
    uitzicht keuken
    DSC05966
    uitzicht woonkamer 1

    DSC05967
    uitzicht vanaf waarikzit
  • Ik hoef geen gordijnen op maat te maken of andere te kopen als we gaan verhuizen
  • Of me druk te maken over extra voering tegen het verkleuren, of dat de kleur niet meer past bij de rest van het *kuch* interieur
  • Het maakt de ruimte ruimtelijker en strakker
  • Ik vind het gewoon veel mooier

In het nieuwe huis wil ik ook geen gordijnen, het uitzicht daar is echt geweldig! <3 (nog maar 50 daagjes, woohoo!)

Kruiden.

We zijn erg saaie consumenten. We proberen nooit nieuwe producten, kiezen zelden voor gemak uit een pakje en eten weinig dat in een fabriek in elkaar is geknutseld.

Elke week kopen we het nagenoeg zelfde: een zakje pinda’s en noten, koffie, iets voor op brood, meel, gist, veel eieren, een stapel roomboter, een halve liter slagroom, een berg fruit en groenten, tomatenpuree in glas en een pot olijven. Vlees slaan we in als het 40% afgeprijsd is, vis vangt de man met een beetje geluk zelf en bij de toko kopen we sauzen en rarigheden die de supermarkt niet heeft.

En toch eten we bijna elke dag heel erg lekker en afwisselend. Een berg groenten, want gezond. Vis of vlees of ei. En kruiden. Heel veel kruiden 🙂

kruiden

Een aantal dingen heb ik bijna altijd in huis en zijn favoriet:

  • Urtegårdskrydder. Een mengsel van o.a. ui, zwarte peper, mosterdzaad, paprikapoeder, rozemarijn en tijm. Gaat door gehaktballetjes, in sauzen en door de omelet.
  • Skærgårdskrydder. Net zoiets, maar dan voor bij vis. Lekker op zelfgerookte zalm enzo.
  • Paprikapoeder, bij voorkeur gerookt. Is bijna overal lekker door.
  • Net als komijn.
  • Chilipoeder en hele chili. Voor over pizza, in soep, stoofschotels, gehaktballetjes. Onder andere.
  • Koekkruiden. Zelfgemaakt, dus extra lekker. Door chocolademelk, door wafelbeslag, door koek -duh-, in havermout of in zwartebonenbrownie voor extra nom.
  • Knoflook-/uienpoeder. De man gebruikt het als ie kookt. Hij maakt altijd erg lekker eten. Dus dat hebben we ook.
  • Vijfkruidenpoeder. Ook zoiets. Kassie, steranijs, venken, moeilijke peper en kruidnagel. Zalig.
  • Viskruiden. Een voorgemengd mengsel voor in het beslag van gebakken vis van Pit & Pit. Erg lekker. Als ik daar kruiden koop, wil ik ze eigenlijk allemaal wel (echt, kijk dan!)
  • Trassi. Smerig want gefermenteerde garnalenprut maar onmisbaar en toch zo lekker als het ergens door zit!
  • Gember. Zit door veel oosterse gerechten, we gebruiken het dan ook veel. Meestal vers, soms gedroogd uit een potje. Ondanks dat de man geen gember lust. Raar!
  • Kurkuma. Wegens lekker, en gezond. Door gehakt, door de rijst of om een soort thee mee te maken. Hier kan je er meer over lezen. Als ik het gebruik ben ik er niet heel zuinig mee. Stikgezond! 😉
  • Kaneel. In koffie. Op slagroom in koffie. Op slagroom in chocolademelk. In taart. In yoghurt. In havermout. Op appelstukjes. In de koekkruiden. Of in het avondeten.

Wat ik minder vaak gebruik zijn peterselie, dille, munt, shoarmakruiden, venkelzaad, vanillepoeder, edelgist en kleurstoffen. Die laatste gebruiken we trouwens alleen om mee te knutselen, wegens niet zo geschikt voor menselijke consumptie, mijns inziens 😉

Bulk?
Voorheen kocht ik veel kruiden in grotere hoeveelheden. Hoewel het heel veel scheelt in prijs, word de kwaliteit niet beter als de verpakking eenmaal is geopend. Daar ben ik weer vanaf gestapt. Ik koop kleinere hoeveelheden, bij de supermarkt of de toko of als het zo uitkomt, bij Pit & Pit.

Lekker organiseren.
Onlangs was ik zo georganiseerd bezig, ik schreef bovenop de potjes wat erin zit. Stukje service van mij naar de man, als ie moet koken 😉 En op de zijkant van de potjes plakte ik een sticker met de Indonesische naam, omdat we elke keer moesten opzoeken of ketoembar nu gember, komijn, koriander of gewoon een oosters scheldwoord was.

Ik zou best zo’n georganiseerd kruidenrekje willen hebben als de Groene Vrouw. Alles wat bij aankoop niet al in een net potje zit maar in zo’n irritant zakje, gooi ik over in een voor handen zijnd glazen potje. Misschien ooit, als ik later groot ben maak ik ook iets leuks met magneten en allemaal dezelfde potjes!

Wat zijn jouw favoriete kruiden en specerijen?

Makkelijker, niet moeilijker. Minimalisme voor grote mensen.

CaZNhsLUkAA1E0TBest extreem….
Een vrijer leven met minder spullen, minder verplichtingen en minder materialisme, dat is toch behoorlijk extreem 😉  Je moet hiervoor een jonge, vrijgezelle man zijn. Of wonen in een Tiny House en je eigen groenten kweken. Of heel veel geld hebben zodat je je voor alles dat je nodig hebt zoals eten, reparaties of entertainment, kan  wenden tot een derde maar lekker nog maar vijftien spulletjes hebt. Een nomadisch expat-echtpaar zou ook nog in aanmerking kunnen komen als het gaat om ‘minimalisten’.

Dat is toch vaak het beeld dat mensen hebben van ‘minimalisten’. Och ja, dat is ook maar een fancy westers naampje om iets meer te leven zoals 80% van de mensen op deze planeet gewoon is.

Genoeg vs genoeg
Waar anderen moeite moeten doen om genoeg te hebben, moeten wij dat ook als we eenmaal beseffen dat we alles al hebben en echt niet nog meer hoeven om gelukkig te zijn. De ene armoe versus de andere.

Als je kinderen, een koophuis en een baan hebt lijkt het idee van minimalisme onhandig, onuitvoerbaar, onnodig en onleuk bovendien. Jezelf dingen ontzeggen klinkt nogal… masochistisch.

Dus is minimalisme niets voor de gemiddelde westerling?
Waarom zou je je huis opgeven voor iets dat nog kleiner is dan je eigen garage. Hoe moet je in vredesnaam alles achter je laten en gaan reizen als je om half 9 weer aan je bureau op de Newtonstraat 39  wordt verwacht en waarom zou je in je schaarse vrije tijd met je handen in de aarde gaan staan wroeten voor drie slablaadjes en een aangevreten tomaat als resultaat van al je moestuin-nijverheid? Doet. Normaal.

Nou, dat moet helemaal niet!
Minimalisme is juist voor mensen met kinderen, koophuizen en vaste banen een geweldig middel om meer vrijheid, zorgeloosheid en onafhankelijkheid te krijgen.

Als we studeren of net ons eerste kleine flatje hebben, zijn we nog vrij. Er moet gestudeerd of gewerkt worden, maar de zorgen zijn klein, net als de woonlasten. Vrije tijd kan worden besteed aan hobby’s, vrienden of gewoon wat lummelen, van het leven genieten, keuteren. Zalig!

Opgroeien is een val! Trap er niet in 🙂
En opeens besef je: ik ben een volwassene. Bij een volwassen leven horen een auto, een grote eikenhouten eettafel met zes stoelen, een kast vol boeken, kunst, een deftige garderobe, een thuisbioscoop en een logeerkamer voor gasten. En dat past niet, in je tweekamerappartementje.

Verhuizen, verhuizen…
Dus ga je verhuizen, naar een echt huis. Met een eerste verdieping en een zolder. En een tuin. En een schuur. Handig, voor als er kinderen komen. Ook daar groei je weer uit. Je koopt een huis in een leukere buurt, met nog meer ruimte.

Spullen, spullen…. overal spullen!
En al die tijd, komen er spullen het huis is. Spullen die je zolder bevolken en ervoor zorgen dat je auto zeker niet in je garage kan staan. Spullen waar je eens in de zoveel tijd een nieuwe kast, rek en opbergdozen voor moet kopen. Spullen die in de weg staan in de ene kamer, en naar de andere kamer moeten. Spullen die je bewaart, omdat je ze ooit nog eens nodig zou kunnen hebben. Geen idee wat je er nog mee moet, maar je kan het maar hebben en het eet geen brood hè.

Spullen die wel brood eten. Figuurlijk.
Tot je op de zoveelste mooie zomerdag bezig bent met het organiseren van je schuur. Het opruimen van je kledingkast die zo vol hangt met kleding die je al in geen jaren hebt gedragen. Met het uitmesten van de kamers van je kinderen, die vol liggen met gebroken plastic ‘speelgoed’, onderdelen van goedbedoelde maar nooit gebruikte spelletjes, blaadjes, boekjes, knuffelbeestjes en honderden dingen waarvan je niet eens meer weet hoe ze ooit je huis in zijn gekomen.

Waah!
En dat je dan beseft: dit is zo zinloos! Hoe vaak wil ik die spullen die ik al jaren niet meer gebruik, nog verplaatsen? Hoe veel fijner zou het zijn om nu lekker buiten te zitten met mijn koffie, boek, laptop en de zon op mijn gezicht?

Vierkante meters terugwinnen.
Je kan dan de boel de boel laten en accepteren dat je in een rommel woont. Of je besluit er voor eens en altijd korte metten mee te maken. Gewoon, alle shit de deur uit. Dat lukt niet in een dag, in een week of in een maand maar elke vierkante meter spullen die je wegdoet, is een vierkante meter dingen waar je je nooit meer druk om hoeft te maken. Elke vierkante meter spullen die weggaat, is een vierkante meter leefruimte terug in je huis. Vierkante meters die je nooit meer hoeft te organiseren, onderhouden of wat dan ook.

Ooh, de Zen en Zorgeloosheid!
Tot je op een gegeven moment een huis hebt, met alleen de spullen die echt gebruikt worden. Een huis dat niet meer lijkt op een ontplofte ikea-showroom, maar op jouw plek. Waar jij de ruimte hebt om te doen wat jij wil. Waar je je amper hoeft druk hoeft te maken over opruimen en ordenen. Waar je tijdens ruzies actief op zoek moet gaan naar iets om mee te gooien omdat er niets voor het grijpen is. Een huis waar je altijd vrienden kan ontvangen, omdat het altijd -min of meer- netjes is. Waar je zonder zorgen een grote rommel kan maken omdat je weet dat het in tien minuten weer aan kant is. Waar je nooit meer nee tegen mensen hoeft te zeggen, omdat je wordt tegengehouden door je spullen.

De mogelijkheden….
Waar je eindelijk wel een yogakamer kan maken, omdat al die storende troep uit je hobbykamer is. Of een chillruimte voor je puberkroost. Een rustgevende kamer om eindelijk dat boek te gaan schrijven. Of je verhuurt een ruimte voor extra inkomsten, waardoor je minder hoeft te werken. Of je hebt eindelijk ruimte om die bibliotheek in je huis te maken waar eerder geen plek voor was want hé, het gaat om ruimte maken voor wat je belangrijk vindt, niet om alles wegrotten.

Ooh, zielerust <3
Dat je weinig wensen meer hebt op materieel gebied, omdat je beseft dat wat je nu hebt je gelukkig zou moeten maken en dat als er iets mist, dat niet kan worden opgevuld met spullen.
Je houdt geld over, en tijd over om te doen wat je het liefste doet, met de liefste mensen. Je bent vrijer om een woning te kiezen omdat je geen vier slaapkamers meer nodig hebt voor twee personen en een berg troep.
Het is makkelijker onderhandelen met mensen, omdat jij een buffer hebt waardoor je niet hoeft te lenen, dus afhankelijk te worden, om een auto te kopen. En als je makkelijk weer aan het werk komt, sta je met een buffer van een half jaar aan levensonderhoud ook een stuk sterker in je schoenen op je werk.

Het is een zoet gevoel van zorgeloosheid, dat komt met het verdwijnen van de spullen.

Je spullen zijn misschien voor altijd pleite, maar je krijgt je leven terug. En dat is nu een win-win situatie.

Vind ik dan he 😉

v gv vøbt µb  – ,ij- n-vc,vr,mv on (en de groetjes van Toetje)