Waarom je huis een rommel blijft.

Zo raar. Je bent een weekend bezig met opruimen en de kliko zit stampvol. Toch is het een paar dagen -of uren, als je kinderen hebt- weer een grote puinzooi en kan je weer van voren af aan beginnen.

Als je kinderen hebt ligt dat deels aan je kinderen. Zelfs met een minimale hoeveelheid spullen kunnen ze het omtoveren tot een goeie voor een aflevering van Hoarders, maar voor het overgrote deel ligt het toch aan de spullen die je hebt. Want:

Je propt al je rommel in kastjes.

En in opbergdozen, opbergmandjes en opberghangzakken en alles wat ikea maar te bieden heeft. Je overbodige zooi tijdelijk uit het zicht stoppen, betekent niet dat het er niet meer is, je hebt het probleem alleen tijdelijk verplaatst. Tot je iets nodig hebt uit zo’n opbergding en alles overhoop moet trekken.

Je bewaart belachelijke hoeveelheden oud papier.

Boeken liggen gevoelig bij mensen en ik snap niet waarom. Als ik een boek wil lezen laat ik het in de kast staan en ben ik ermee klaar dan geef ik het door zodat andere mensen er weer plezier van hebben. Scheelt een boel dode boom en kasten in huis. (hoewel ik het altijd geweldig vind om Kekke Kasten te kijken bij vriendinnetje Ogma.)

Oude jaargangen van tijdschriften, giroafschriften, pensioenoverzichten, brieven van mensen die al lang uit je leven zijn, oude ansichtkaarten van reizen die je ooit maakte, readers van je studie van 1998, je steno-diploma, knutsels van de basisschool, 500 kindertekeningen, geboortekaartjes, oude dagboeken, gebruiksaanwijzingen in 18 talen van een inmiddels overleden apparaat… Zo krijg je je huis wel vol.

Je denkt dat je gehecht bent aan dingen.

Dat kan. Maar vraag je eens af of dat ding je gelukkig maakt. Of het je helpt met wat je wil in het leven. Of het iets toevoegt. Of je het nu zou willen hebben als je het niet had. Waarom je het bewaart.

Je bewaart dingen uit schuldgevoel.

A die dingen die je ooit kocht. Die dure stoffen die liggen te verkommeren, die jurk die net niet past, die hobby die nooit echt van de grond kwam, al die projecten die je ooit nog een keer moet afmaken, die honderden of duizenden euro’s die je uitgaf in interieurwinkels, cd-winkels, aan games die je nooit speelde, films die je niet meer gaat kijken. Dat servies dat je oma bewaarde voor de speciale gelegenheden… Het neemt enorm veel plek in en je hebt er niets aan. Ooit is nooit, doe het lekker weg en begin overnieuw met dingen die je wel blij maken.

Je bewaart dingen die je niet nodig hebt.

Bij veel mensen liggen er zo maar vier kurkentrekkers, vijf scharen, acht botte schilmesjes, tien pakken met spelkaarten en een pak wegenkaarten van Zuidwest Nederland in huis. Als je van al die dingen een exemplaar hebt, of een ding hebt dat die functie vervult, is het genoeg en raak je ook niet alles meer kwijt. Al die dingen op voorraad houden is zo overbodig. Mocht je kurkentrekker kwijt zijn, kan je zo tien manieren vinden op internet hoe je die fles dan openkrijgt.

Idem met vazen, kerstspullen, rollen oud behang en verf in kleuren die je al tijden niet meer op de muur hebt. Stofzuigerzakken van overleden stofzuigers. Pakken wasmiddel met een stinklucht. Altijd handige bewaarblikken, mandjes en dozen.

Je loopt dingen te organiseren die gewoon wegmoeten.

Als je het niet gebruikt maar wel keer op keer in je handen krijgt als je opruimt, moet het gewoon weg.

Je sleept te veel crap je huis in.

Je denkt -ten onrechte- dat je nog meer nodig hebt, dan je al hebt. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Stoppen met kopen of het aannemen van spullen van anderen zorgt dat het niet erger wordt dan het is en dat je opruimpogingen straks ook een blijvend effect hebben.

Je hebt te veel spullen voor de droomversie van jezelf.

Kampeerspullen en outdoorkleding terwijl je stiekem veel liever in een comfy vakantiehuisje zit. Knappe jurkjes en schoenen omdat je dat hippe meisje wil zijn dat je nooit zal worden. Kasten vol moeilijke boeken terwijl de dvd-box van Friends datgene is dat jou echt blij maakt. Allemaal niet nodig om die dingen te blijven onderhouden.

Je bewaart spullen die je ooit nog wel gaat gebruiken.

Dus niet.

Je denkt dat kinderen een enorme berg speelgoed nodig hebben om zich te vermaken.

Kinderen hebben net zo goed last van stress als ze overweldigd worden door een enorme hoeveelheid spullen. Ken je dat, dat je zo veel keuze hebt dat je niet eens meer zin hebt om te kiezen? Zo’n restaurant met 480 gerechten op de kaart.

Je ruimt niet op achter je kont.

Koffie op = kopje in de vaatwasser. Boek uit = boek naar kringloop. Kledingstuk gewisseld = kledingstuk in de kast of wasmand. Schoenen uit = schoenen onder de kapstok. Thuiskomen = tas uitruimen en aan de kapstok. Eten gemaakt = alles terug in de keukenkastjes behalve wat je net gekookt hebt natuurlijk.

Je bedenkt ingewikkelde systemen.

Een kast indelen is leuk als er ruimte tussen de spullen is zodat je alles eenvoudig kan pakken en terugleggen zonder dat het een rommel wordt omdat je dingen opzij moet schuiven waar je geen zin in hebt.

Idem met administratie: maak het zo eenvoudig mogelijk, doe zo veel mogelijk digitaal en maak geen bakjes en mapjes met overige of diverse dingen en mappen met 6 miljoen tabbladen.

Je hebt spullen zonder huis.

Er zijn van die dingen, die blijf je maar tegenkomen. Dan weer op de bodem van de wasmand, in een keukenla, de boekenkast en de rugzak van je kleuter. Dat is een teken dat het een nogal overbodig ding is, anders had het wel een vaste plek in je huis.

Je hebt geen suffe routines.

Routines lijken misschien saai, maar besparen een boel tijd. Een paar keer per week een beetje doen is veel makkelijker dan eens in de twee weken een ruimte aanpakken. Als je zorgt dat het niet vies of rommelig wordt, hoef je het ook niet op te ruimen of schoon te maken met mr. muscle en zijn gevolg.

Als de kinderen hun tanden hebben gepoetst, maak ik gelijk de wasbak en spiegel schoon met een handdoek. Tien seconden werk. Als ik naar boven loop, neem ik gelijk spullen uit de mand onderaan de trap mee. Enzo.

Je denkt dat meer beter is.

Er kan ook teveel van goede dingen zijn en dan is het ook niet meer leuk. Te veel spullen voor je hobby, te veel mooie kleding om te kunnen vinden wat je zoekt of te veel keukenspullen, hoe zeer je ook houdt van koken: genoeg is genoeg en meer voegt niets positiefs meer toe.

Je doet niet improviseren.

Als je een brood wil bakken, heb je niet eerst een bakblik of bakmachine nodig. Niet elk drankje hoeft in een speciaal daarvoor gemaakt glas. Als je een keer wil gaan vissen, kan je ook een hengel lenen in plaats van kopen. Je bbq kan je ook gebruiken als vuurkorf. Cadeaus inpakken kan ook in het zelfde papier waar je boeken mee kaft. De meeste spullen kan je makkelijk verplaatsen, zodat je niet op elke verdieping een exemplaar nodig hebt. Enzovoort.

Je doet niet een in, een uit.

Als je iets nieuws koopt, doe het oude dan weg. Je koopt uiteindelijk iets nieuws omdat het oude aan vervanging toe was. (toch? 😉 ) Lukt dat niet, doe dan iets anders de deur uit dat je toch niet meer gebruikt. Zo slibt je huis niet langzaam dicht met meuk.

Of je hebt gewoon geen tijd. Wegens kinderen en verplichtingen. Of je hebt geen energie, wegens moe of ziek. Of je vindt het prima zo. In dat geval komen er ongetwijfeld / hopelijk beter tijden. Sterkte!

 

 

verhuizen voor luie mensen.

img-20160908-wa0010Vanmorgen kreeg ik een mail van de verhuurder van het volgende huis. Hij was klaar met ruimen en als we wilden konden we de sleutel die middag ophalen. Dus om half 3 spraken we af bij de bank en betaalden het depositum op een speciale hiervoor opgerichte rekening, reden naar het huis om alles te inspecteren, grondig door te nemen en maakten een verhuisplanning, een plattegrond van wat waar moet komen, een logistiek plan om alle dozen in de juiste ruimte te krijgen, belden de verhuiswagenverhuurder, en begonnen thuis direct met inpakken.

Nee natuurlijk niet. We reden naar het huis om even alles door te nemen en bedachten dat we dan net zo goed dit weekend kunnen verhuizen. We verhuizen dit weekend het beddengoed, de kleding, eten, het kookapparaat, koffiezetapparaat (!!!!), knuffelbeesten en speelgoed van de kinderen en wat we nog meer op het gemak mee kunnen krijgen.

Ideaal: er staan al grote kasten en bedden in de slaapkamers dus alles kan gelijk op zijn plek worden gezet.

In de loop van de week haalt de man samen met de Duitse vriend met grote bus de grote spullen op zoals kasten en voorraad van de modelbouwwinkel, ladenkasten, bedden van de kinderen en de luidsprekers.

Daarna hebben we dan nog een paar weken de tijd om wat grote spullen die hier nog liggen te verkopen of weg te brengen  (incourante winterbanden en zulks) en een beetje te poetsen en dan zijn we wel klaar.

Das nu zo heerlijk van weinig rommel he <3

En het huis is gaaaaf! Uitzicht op de zee die een beetje kitscherig lag te schitteren in het namiddagzonnetje, het is ongelofelijk licht en ruim nu de grote meubels eruit zijn en de zon stond om 4 uur nog volop naar binnen te schijnen. Het was heerlijk warm, zonder kachel. Overal! Het bootje konden we ook gelijk voor de deur leggen, we mochten zijn aanhanger lenen en we moesten nog maar even wachten met het aanmelden bij de stroomleverancier nu we aan het verhuizen waren. Supersympathiek!

We hebben er zin in !

dsc06044
dat witte huisje boven het huisje recht aan zee is het

 

Noors wegbeheer enzo.

De dingen in Noorwegen hebben tijd nodig, zeggen ze. Ting tar tid. Hier in Sørlandet schijnen de tingen ook het meeste tid te taren van hele Norge. Opeens valt het verschil met overgeplande Nederland dan zo op. Het gaat allemaal wat meer… op het gemakje.

Een brug repareren….

Om op dit eiland te komen, moet je met een brug. Die staat er al een jaar of zeventig en een auto en een niet al te brede fietser kunnen elkaar er net passeren. In ons volgende huis kijken we er schuin tegenaan, ik ben benieuwd hoe vaak het per dag nu voorkomt dat er iemand achteruit terug moet wegens een over het hoofd geziene tegenligger.

Maar, die brug moet een beetje gerenoveerd en daarom steeds een half uur afgesloten, volgende week volledig voor vrachtverkeer. Dat wist niemand. Dat had wel gemoeten, want er had een aankondiging ter grootte van een knieperige contactadvertentie is het lokale søffertje gestaan.

Dus op de lokale FB-pagina ging het zo:

De brug is afgesloten voor renovatie. Wist iemand dat?
– Eilandbewoner: Nee maar fijn dat je het zegt.
– Eilandbewoner 2: Volgende week kan er ook geen vrachtverkeer overheen hoorde ik!
– Eilandbewoner 3: Maar hoe moet het dan met de melk van de koei’n van boer Nyberg? En de brandweer? – Afvalophaler: Oh, we moeten daar maandag wel afval ophalen. Ik ga eens informeren hoe we dat moeten doen
– Eilandbewoner 4: Iemand nog gedacht aan de kinderen die met de schoolbus gaan?
– Eilandbewoner 5: Ik heb het busbedrijf even gebeld, ze zetten kleine busjes in.

Dus uiteindelijk is alles geregeld.

Een weggetje omleggen…

Denk je: ik woon in een land van steen. Dat is wel stevig. Valt soms ook tegen.

De provinciale weg, tot voor kort de ‘snelweg’ stortte een paar jaar geleden in. In de bodem zit een soort ‘klei’, die vloeibaar wordt als het gaat trillen, zoals bij wegwerkzaamheden. Een groot stuk van de weg lag opeens in het water en het nabijgelegen meertje werd een behoorlijk meer. Na acht jaar beloven dat  de werkzaamheden volgend kwartaal van start gaan, zijn ze aan het werk om de weg weer recht te maken. Voor zover dat kan hier.

Straatje leggen….

Op de facebookpagina van de gemeente waar wij wonen:

‘Potverdikkie, is opeens heel die straat afgesloten. En niet even een klein berichtje aan de bewoners. Dat is niet fraai!’
Andere bewoner: de straat was weggezakt. Het wordt nu met spoed gerepareerd.

Een steentje opruimen…

Of er valt naar beneden.

oei-steenDe reden dat de snelweg een paar dagen dicht zal zijn. En het is supersympathiek hoor, die bordjes die je waarschuwen voor vallende stenen maar behalve hopen dat je niet op het verkeerde moment op de verkeerde plek bent, is het enige dat je kan doen.

Maar, geen kamervragen, of politici die roepen: willen we meer, of minder stenen? ’t Is gewoon zo en je doet er niets aan. Natuurlijk staan ze er hier ook niet om te springen, maar het levert niet zo’n golf van verontwaardiging op als in Nederland als er een stoeptegel scheef ligt.

steen op weg
oi oi oi oi oi oi oi huff da!

Ik hoop dat ik geen steen op mijn hoofd krijg, of met snelweg en al in een meer verdwijn.

Noorwegen is een geweldig land.

De baby voeren voor luie mensen.

DSC05055Zo grappig, een baby die leert eten. En een vreselijk gedoe! Ik houd niet van gedoe. Er moet gewoon een makkelijkere manier zijn dan potjes opwarmen, baby voeren en dat eten vervolgens in je gezicht gegooid krijgen. Of uit babyhaartjes moeten verwijderen.

Dat kan moeilijker!

Of de zuinige manier: kook wat eten voor de baby. pureer het eten, al dan niet met wat boter of melk. doe afwas. laat het afkoelen. verdeel het eten over een ijsblokbakje. vries het eten in. wil de baby eten: ga naar vriezer. haal blokjes eruit. doe blokjes in een pannetje. warm blokjes eten au bain marie op. geef aan baby. geef baby groot gelijk dat ie het niet vreet.

Je kan het je ook te moeilijk maken.

Voeden en eten op verzoek

De eerste zes maanden kregen de baby’tjes borstvoeding. Op verzoek. Behalve de eerste, die kreeg het maar zes weken. In een flesje.
In die zes maanden hebben ze een boel geleerd. Rechtop zitten, dingen pakken en in hun mond stoppen en ook niet onbelangrijk: hun darmpjes zijn er klaar voor om vast voedsel te gaan verteren.

Liever niet eerder. Maar de baby is zwaar geïnteresseerd in eten! Ja, ook in katten, autosleutels en papa’s oren. Die voer je hem ook niet.

Tijdens de avonddrukte ook nog eens een baby moeten gaan zitten voeren terwijl je nog allerlei andere dingen te doen hebt zoals avondeten maken, tafel dekken en eventuele andere kinderen aandacht geven: ik vind het niet relaxed. En niet gezellig. De baby moet er gewoon lekker bij aan tafel en met iedereen tegelijk eten. Zien eten doet eten 🙂

Jeej Rapley!

De Rapley methode gaat ervan uit dat de baby vanaf zes maanden kan beginnen met zelf eten. Stukjes. Het is leuk voor de baby. Zo kan ie fijn het eten voelen, ruiken en zelf in zijn mond stoppen en houdt ie zelf de regie. Een logisch vervolg op borstvoeding (en bij de eerste ook flesvoeding) op verzoek.

Verslikken

Verslikt de baby zich niet? Nee. Althans, al mijn kinderen leven nog. Ze kokhalzen wel zo nu en dan met een bijbehorend rood hoofdje en waterige oogjes, maar dat wordt rap minder. De kokhalsreflex zit vrij voorin de mond en beschermt juist tegen verslikken.

Mijn moeder gaf aan onze Rapley’ende zoon destijds een potje. Prompt verslikte hij zich. Misschien omdat ie met een lepel eten achterin zijn mond geparkeerd krijgen, niet meer de regie had over het naar binnen werken van zijn voedsel. Verslikken hebben ze nooit gedaan. Kokhalzen wel maar dat wordt rap minder als ze elke dag een paar keer zelf mogen oefenen met eten.

En de tandjes?

Een baby heeft natuurlijk nog geen compleet gebit,maar dat maakt de baby weinig uit. Onze debaby niet in elk geval. (we noemen haar vaak debaby. Aaah, jij lieve debaby!) Ook met alleen tandvlees kan een baby prima eten kauwen. Toetje eet nu:

  • Groenten. Soms gekookt, soms rauw. Rauw vooral om ‘r effe bezig te houden. Een wortel of een stuk komkommer. Gekookt is het vooral speelgoed.
  • Avocado. Vol goede vetten die een baby meer nodig heeft dan een bord met rauwkost.
  • Fruit. Zachtere appelsoorten (die spuugt ze allemaal weer uit), banaan, zachte kiwi
  • Gekookte kip of vis
  • Zelf gerookte vis (uiteraard heel goed gecheckt op graten)
  • Vlees, bijvoorbeeld gehakt, worst zonder vel (en zonder foute toevoegingen) maar ook stukjes biefstuk
  • Ei. Gekookt of gebakken
  • Yoghurt. Wel van een lepeltje, maar alleen als ze zelf ook een lepeltje vast mag houden
  • Stukjes kaas
  • Olijven in plakjes, zonder pit
  • Bramen, stukjes pruim, blauwe bessen

Ik zie nooit stukken eten terug naar buiten komen, dus ’t gaat allemaal goed daarbinnen 😉

De smeerboel!

Ja, het wordt een rommeltje. Maar dat wordt het sowieso. Daarom is een Antilop of een andere kinderstoel met een dienblaadje rondom echt ideaal. Slabbetje voor en de mouwtjes opstropen en dan valt het verder reuze mee. Tip: vermijd dingen die zo leuk *splet* zeggen als je er met je mollige babyhandje op slaat.

En dan?

Heb je echt geen garantie dat het van die lekkere eters worden. Bij ons lustten ze van alles, tot een maand of 14. Maar in elk geval heb je dan 8 maanden lang een lekker makkelijk etende baby gehad, zonder gedoe 😉

DSC05299 DSC05345-001 DSC06340

 

 

 

 

Kleine babygarderobe.

DSC06243Een baby heeft niet zo heel veel kleertjes nodig. In elk geval veel minder dan de gemiddelde baby heeft. Je hebt gauw te veel maar te weinig is ook niets. Moeten wassen omdat je verlegen zit om een inieminiebroekje is echter ook stom.

In het begin had de baby echt weinig. Een paar wollen rompertjes, wollen maillotjes en puntsjaaltjes tegen dat eeuwige gekwijl van ‘r. Een oversized wollen vest voor als ze naar buiten ging en dat was het wel.

Maar, ze zit ook geen hele dagen meer tegen mij aan geplakt en de winter komt eraan, dus tijd om even te checken wat er moet worden aangeschaft, om te voorkomen dat ik de ene week naar de winkel moet voor rompers, de volgende voor broekjes en daarna voor sokken.

Zo gek toch. Een rompertje wat de ene dag prima zit, daarin is ze de volgende dag net een rookworst, zo opgepropt. Negen maanden en negen kilo spek en liefde <3

Wat ze nu heeft kan ze, behalve de jurkjes, tot het einde van de winter dragen.

  • twee wollen paarse maillots
  • een grijze en een zwarte broek
  • een stapeltje lelijke maar warme wollen rompers, alleen nog okee ergens onder
  • een paars mouwloos jurkje
  • een zwart mouwloos jurkje
  • twee vestjes voor binnen
  • een gebreid mouwloos dingetje

Hiermee kan ze een dag of vijf worden aangekleed. Dat moet zeven dagen worden + iets reserve. Ik ging uit van drie laagjes: romper, iets erover, vestje.

Ik heb netjes uitgeschreven welke ‘outfits’ ik kon maken met wat ik heb liggen en kwam tot de conclusie dat ik nog het volgende nodig heb:

  • twee donkere maillots
  • twee donkere nette rompers of truitjes met kraagje en lange mouwen
  • twee dunnere vestjes / truitjes / warme tuniekjes
  • eventueel een jurkje, want de papa van de Toetje houdt van babytjes in jurkjes <3
  • sokjes

Dus als we in de buurt zijn, ga ik keurig met mijn boodschappenlijstje (jaja) naar de Kappahl. Dat is een soort H&M, met iets duurdere maar ook iets leukere (want niet zo schreeuwerig & zonder stomme teksten) en kwalitatief iets betere kleding in biologisch katoen. Gelukkig groeit Toetje nog wel, maar niet elke drie weken weer een complete maat.

Winkelen om het winkelen is absoluut niet mijn hobby. Maar precies weten wat je nodig hebt, vinden wat je zoekt, de baby mooi aankleden, niet misgrijpen en weer een maand of vijf vooruit kunnen met een relatief kleine investering in leuke dingen, dat vind ik dan wel weer fijn.

Zo. Opzouten met je zomer ;)

Oooh, ik hou van de herfst. En de winter. En de vroege lente. En van de lange lichte avonden, niet donkere nachten en lichte ochtenden.

Het enige waar je me geen plezier mee doet, zijn die te lange, te warme, te fel verlichte dagen van begin juni tot begin augustus. En hoewel ik het heerlijk vind om naar het strandje te gaan, met ’t bootje te varen, naar buiten te kunnen lopen zonder jas en tot laat buiten te zitten, ben ik altijd weer blij als het augustus is. Bijna herfst!

Dat de zon nog niet op het grasland naast ons huis staat als je ’s ochtends wakker wordt, zodat er van die mooie dauw overheen ligt. Dat de schaduwen langer worden. Het licht wat meer gefilterd. Dat het herfst wordt, met overal bessen, paddestoelen en de eerste verkleurende en vallende blaadjes en spinnen en overvliegende ganzen. Dat het weer gezellig is om ’s avonds een kaarsje aan te steken. Dat de ochtenden zo heerlijk koud en stil zijn met stoomwolkjes uit je mond en de middagen soms toch nog aangenaam warm. Dat chocolademelk met slagroom en kaneel weer lekker is om te drinken en appeltaart om te bakken. Dat er pompoenen zijn, die ik eigenlijk niet zo lekker vind maar zo bij de herfst vind horen dat ik er toch soep van moet maken.

We zetten er een stemmig muziekje bij op, natuurlijk! (geen herrie, ik zweer het!)

Deze diashow vereist JavaScript.