Kinderen laten aanrommelen.

Kinderen opvoeden is loslaten, zeggeze. En ik vind ook dat kinderen dingen moeten kunnen doen, proberen, vallen en weer opstaan. Of dat nu gaat om vriendschappen, appels snijden met een scherp mes of traplopen. Ik laat ze zo veel mogelijk zelf doen, zelf pakken, zelf inschenken, zelf bakken en afspreken.

Al doende leert men….
Ik ga ervan uit dat ze niet in zeven sloten tegelijk lopen maar vijf jaar geleden waren die twee hem ’s ochtends gepeerd naar het oud-Hollandsch speeltuintje om de hoek: hondenpoep, aan het zicht onttrokken, slootje ernaast… helemaal kinderproof, want rubbertegels onder het hufterproof klimrekje.

Hartverzakking, want wakker worden en je kinderen kwijt zijn is niet fijn. Voortaan in het weekend de voordeur op slot.
En oh ja, ik kwam eens beneden van een was ophangen en toen hadden ze vijf grapefruits voor me gesneden. Supersympathiek!

En ik heb niet voor niets geoefend
Momenteel heb ik mijn handen vol aan Toetje. Niet letterlijk, dat was een jaar geleden het geval. Oh, de rust van een immobiele baby.
Ze is een Houdini en houdt van wandelen, met enorme stappen op haar blije schoentjes. (met lampjes maar dat zag ik thuis pas)

Ze gaat in razend tempo trappen op en af. Ik houd mijn hart vast. Figuurlijk. Haar met een oog in het zeil laten oefenen vind ik handiger dan haar opsluiten en in een onbewaakt ogenblik van de hoge trap laten pletteren omdat ze het toch wil proberen maar het nog niet kan.

Toet, kom hier!!! – Nei!

Meisjes met mesjes! 😮
Idem met messen. Ik heb de oudste twee leren snijden met een vlijmscherp mesje omdat ik liever zie dat ze een mes kunnen gebruiken dat makkelijk te hanteren is maar waar ze wel ontzag voor hebben, dan als ik niet kijk met een bot mes hun halve duim eraf raggen omdat ze geen idee hebben wat ze doen.

Noorwegen..
In Noorwegen is men daar toch wat relaxter mee, als ze på tur gaan nemen ze een ‘spikkekniv‘ mee om dingen mee te plukken, takken mee te snijden en een pijl en boog te maken.
Ouders douwen ook eenjarigen onbegeleid in een sleetje de berg af en worstjes roosteren op open vuur met een groepje licht ontvlambare driejarigen op de barnehage is gewoon weer zo’n goede Norske tradisjon.

Ik ben geen scheidsrechter!
Als ze ruzie hebben, mogen ze dat ook meestal samen oplossen. Of er moeten bijna dooien vallen natuurlijk. Ik heb helemaal geen zin om me bezig te houden met het hoe en waarom van kinderruzies. Voor je het weet, loop je heel de dag gedrag te corrigeren en dat is vreselijk irritant, niet in de laatste plaats voor de kinderen zelf. Ze weten het zelf ook wel als ze een klootzak (m/v) zijn, even ‘uit de situatie’ is bijna altijd voldoende voor pais en vree.

‘Je wil ze toch niets tekort doen he…’
Bang zijn dat ze tekort komen, ben ik evenmin. Soms willen ze een telefoon of een tablet maar dan lees ik dat kinderbreintjes reageren op tablets als op heroïne en dan denk ik: doe maar effe niet.
Als opanoma er zijn. mogen ze op die van hen maar hier komt het niet naar binnen.

dan liever zo met zijn drietjes

En als ze willen, mogen ze zich zelfs vervelen. Worden ze creatief van, zei men vroeger en wat men vroeger zei is waar. Dus.
Als ze binnen lamlendig lopen hangen stuur ik ze naar buiten. Daar vinden ze meestal wel iets leuks en in elk geval lopen ze dan buiten mijn gezichtsveld lamlendig te hangen.

satan aanschouwt het gekibbel van een afstandje….

Ik zou helemaal flauw worden als ik zo’n helicopter-ouder zou zijn. En mijn kinderen ook. Eigenlijk zijn het gewoon heel leuke mensen, ons dwergvolk.

Helemaal niets doen!

Toen ik werkte voelde ik me soms zo nutteloos! Computeren, met mensen praten, koffie drinken, het zoveelste dossiertje / probleem / kwestie / spoedgeval oplossen waarna de plek direct weer door een volgend geval werd ingenomen. En hoewel de inhoud elke keer wel anders was, was de strekking altijd hetzelfde.

Hoe anders is dat nu!

Oh nee, het is helemaal niet anders.

Ben ik net klaar met een wc ontstoppen waar iemand een halve kilo pleepapier in geflikkerd heeft, moet ik water uit de tuitbeker van het Toetje opdweilen want het is zo leuk dat er plasjes water op de vloer komen als je hem op de kop houdt. (lekvrij, mijn rumpa)

Ben ik klaar met de was, komt er een binnen met een halve kilo zand in zijn broekspijpen die ie uittrekt en in de wasmand gooit. Ja, die met schone was natuurlijk. Als ik net alles heb uitgeklopt en de vloer gestofzuigd blijkt Toetje met een potlood te hebben rondgelopen. Even alle strepen van de -gelukkig afwasbare- muren en meubels afpoetsen.

Brood bakken, moet ook gebeuren. ‘Hoe vaak heb ik nu gezegd dat je niet aan de knoppen moet zitten’ bijt ik de kleuter toe die in een behulpzame bui de keukenmachine op 5 heeft gezet. ‘Is het sneller klaar!’. Meel tot aan het plafond jonguh.

HEBBIENOUJEHUISWERKALGEMAAKT VOOR DE ZEVENDE KEER? Als ik zeg ‘hoe vaak moet ik dat nu nog zeggen’ hoor ik mijn moeder. Ai.

‘Mama, Toetje loopt met jouw telefoon rond‘. Grmbl! Hoe lang zijn die armpjes? En nog net kan ik hem redden uit de handjes van onze kleine sloopwerker.

Ondertussen geef ik de kat eten, ruim een verdwaald paar sokken van de vloer, probeer fatsoenlijk antwoord te geven op de vraag of de kleuter een pinguïn voor haar verjaardag mag en struikel over een paar rolschoenen. ‘Mama, jij viel ovel de lolschoenen van Lena, hahahaha’.

*zucht*

Nee Toetje, niet het GFT-bakje uit het kastje halen!!! ….en omgooien…
*doneert 27 imaginaire kronen aan de imaginaire vloekpot en struikelt ondertussen over het absoluut niet imaginaire poppenwagentje.*

‘Mama, gaan we nu ein-de-lijk een keer wat leuks doen?’
– ‘Ja hoor liefje, mama heeft net een hele ochtend op haar rug liggen roken en netflix gekeken, nu is het eindelijk tijd voor jullie!

Waah!

Achteraf had ik het vorig jaar een stuk rustiger met onze baby dan nu met onze Stoïcijnse Sloopkogel! Wat een figuur.

Ik kan een heel wollig verhaal ophangen over hoe veel meer voldoening dit geeft, mijn roeping, het echte doel in mijn leven en hoe je de chaos moet omarmen, maar nee.

En toch: anders zou ik het niet willen. Dat dan weer niet. Maar die zalige rust van een kantoor, daar verlang ik toch wel eens naar.

Gewoon, een keer iets doen en er dan klaar mee zijn en dat iemand zegt: ‘fijn!’ in plaats dat er iemand met de woordenschat van Patty Brard verdere eisen, wensen en verordeningen naar je hoofd katapulteert.

Koffie kunnen opdrinken in de tijd dat ie warm is, omdat je tussendoor geen op het randje van de trap balancerende dreumesen moet redden en  boterhammen met jam van de vloer moet schrappen.

Kleren aanhebben die langer dan een kwartiertje schoon blijven omdat er geen grijpende peuterhandjes naar je graaien die net *oh pokke* een plant uit zijn potje hebben bevrijd.

Echt joh. Ik ben moe. Gelukkig zijn mijn ouders hier vanaf morgen. Behalve gezellig is dat ook: een keer uit mezelf wakker worden als de kinderen daar logeren. Een keer een paar uur zonder mamamamama aan mijn hoofd.
En heel misschien gewoon eens even helemaal niets doen. Ja, net als vroegah op werk 😉

Opa, oma en cadeautjes.

De meeste grootouders geven graag cadeautjes. Zo ook mijn ouders. En terecht, want (klein)kinderen blij maken, is leuk. Dat mijn ouders ze in de tijd dat ze bij ons zijn, extra willen verwennen, snap ik ook goed. Het meeste wat ze krijgen, wordt ook goed gebruikt of bewonderd.

Toch vind ik het soms lastig om hierin de kerk in het midden te houden. Waar ik misschien iets te vaak ‘nee’ roep, vindt vooral mijn vader niets leuker dan dingen voor ze kopen.

Gelukkig kunnen we wel wat tegen mekaar zeggen.

Ik vond bij de kringloop twee bordjes voor mijn ouders. Hierop staat ‘als mama nee zegt, vraag het aan oma’. Op het andere bordje (niet op de foto) staat ‘als oma nee zegt, vraag het aan opa’. It’s funny cuz it’s true.

De kinderen mogen echt wel extra verwend worden als opa en oma er zijn. Maar ik vind enige terughoudendheid aan de kant van grootouders als het gaat om ‘verwennen’ in materiële of eetbare zijn, best fijn. Er zijn zo veel andere dingen waarmee je de kinderen een plezier doet, uiteindelijk. Belangrijker dingen ook.

Want:

  • Het leidt af. Opa en oma zijn leuk omdat ze dingen doen die van mij niet mogen of waar ik geen tijd voor of zin in heb. Pannekoeken met belachelijk veel aardbeienjam, nog een koekje en nog een koekje en opblijven tot 10 uur. Dat is al tof genoeg. Praten over wat ze willen, wat ze mogen en wanneer fokt ze alleen maar onnodig op en ik vind het zonde, voor beide partijen, als opa en oma geassocieerd worden met veel krijgen.
    Het gaat niet om de cadeautjes. Juist niet.
    Ik denk dat een opa en een oma heel bijzondere niet-materiële dingen aan kinderen kunnen geven. Levenswijsheid, verhalen, zulke shit.
  • Het is niet nodig. Mijn opa en oma hadden niet veel te besteden, maar wel de tijd. Ik ging altijd (ja, altijd) met mijn opaatje naar de kinderboerderij in Terneuzen. Knoppie drukken bij het stoplicht, hertjes voeren en in de speeltuin spelen. Naar de bakker, het boertje en de Albert Heijn. En natuurlijk mocht ik wel eens wat. Achter de schermen financierde mijn oma best het een en ander. Maar toen ik klein was en bij ze logeerde, was dat nooit waar het om ging en ik heb het ook nooit gemist.
  • Het botst soms met mijn ideeën. Mijn moeder wilde laarzen kopen voor de jongen maar die waren vermoedelijk van pvc en dat wil ik niet aan hun lijf. Bovendien heeft ie laarzen. Ik voel me echt een bitch om te bellen dat ik het liever niet wil hebben. (maar ik deed het toch)
    Ik wil ook mijn ouders niet het gevoel geven dat ze niets mogen kopen voor ze, want dat is niet zo.Als ik het uitleg, dan begrijpen ze het gelukkig wel. Want echt niet dat ze daadwerkelijk willen dat de jongen op giftige ftalatenlaarsjes rondstapt. Gelukkig.
  • Het zorgt voor gezeik. Aan mijn hoofd! De oudste twee kregen vorige keer een Hele Grote Doos Lego. Fietje kreeg een klein setje. En terecht, ze is ook kleiner. Maar dat vond ze dus Heel Oneerlijk. ‘Waalom klijg ik een kleinele?’ ‘Gllll, omdat je kleinel bent! Basta!’
    Mijn vader merkte op dat ze steeds om dingen vroegen. Maar dat is helemaal niet des onze kinderens.
    Behalve Fietje, die zit nogal in een maggik-fase. We zeiden daarom steeds: ‘Vraag maar voor je verjaardag’. Dus nu vraagt ze bij alles of ze het voor haar verjaardag mag. Die is in januari. Dat is zo mogelijk nog irritanter.Ze vragen zelden ergens om maar ze vragen dingen aan mijn ouders omdat ze weten dat ze het heel vaak ook krijgen. Leuker worden ze er echter niet van.
  • Het zijn spullen. De meeste spullen voegen niet echt iets toe aan wat er al is. Als er vijf legosets half afgebroken in de kast staan dan is de kick van een zesde eventjes leuk, maar is ie toch een zelfde lot beschoren.Ik vind het dan leuker als opa gaat doen waar man en ik geen tijd voor hebben: het terug in elkaar zetten van de vijf andere sets. Gratis en net zo gezellig. Praktisch ook. Maar ja, ik gun hem ook wel het plezier van het geven van zoiets. Dat dan weer wel.

Het is geven en nemen. Letterlijk maar ook figuurlijk. Van mij mogen de kinderen niet zo veel en ik steek stokjes voor dingen waar ik kan terwijl mijn vader zegt ‘laat mij nou lekker’ en ‘wat moet ik anders met mijn geld’.

En dan zucht ik een keer diep als er toch die enorme legoset gekocht wordt. En mijn ouders zeggen soms gewoon ‘nee’ tegen de kinderen.

Zo komt alles toch nog goed 🙂

Alles vergeten!

De afspraken vliegen ons om de oren deze maand. Dat is niets voor ons! Tandartsen, helsestasjonen, visite, gesprekken op school en naar de ambassade om paspoorten te verlengen: waah! Helemaal ideaal in combinatie met een mopperend Toetje en nog net geen lenteweer!

Vandaag heb ik alles gedaan wat ik moest doen. Facturen betaald, mails verzonden, dingen gecheckt, de kinderen wederom aangemeld voor barnehages en erachter gekomen dat de termijn om dat te doen gisteren was. Nu maar hopen dat ze me die paar uur te laat willen vergeven.

Barnehages

De barnehages van mijn eerste en tweede keuze (Montessoribarnehages) hebben alleen de mogelijkheid voor een plaatsing van 100% van de tijd en hoewel ik best wel wat rust kan gebruiken, vind ik een full time werkweek voor de dreumes en de kleuter wat overdreven. Daarom heb ik er maar gewoon vier gekozen die me leuk leken. Volgens mij zijn ze allemaal wel okee.

Er zijn er hier in de gemeente ongeveer 12. Er zijn barnehages van de gemeente, van private eigenaren en familiebarnehages. Die laatste zijn meer speel- en ontmoetingsdagen waarbij een van de ouders ook blijft om zo met zijn allen de boel te runnen. Inclusief gratis praatje over god, Jezus en Maria. Aanmelden doe je via de gemeente.

Bij verschillende barnehages hebben ze ook een naturbarnehage. Daar zijn de kinderen ongeveer 5 a 6 uur per dag buiten in het bos. Als het regent of waait het dan warmen ze zich in het grillhuisje of de lavvo.

Jutten.

Vanmiddag ging ik wandelen met de oudste. We verzamelden idioot veel zwerfafval (McDonalds-vreters, rokers en ciderdrinkers zijn toch wel het ergste tuig wat dat betreft).

We vonden ook nog mooie boomschijven waar ze aan het kappen zijn. En een kapot Littlest Petshop-beestje die papa vast wel kon lijmen. Ook plukten we mooie takken voor in een vaas. Of voor in de waterkan want de vaas overleefde een val op een betonnen keldervloer niet.

Aanmanen.

Toen we terugkwamen vond ik een aanmaning in de bus van een factuur waarvan ik zeker was dat ik hem betaald had. Inclusief 70 kronen ‘purregebyr’. Het was een factuur voor naamstickers in kleding, op lunchboxen en alles wat kinderen zoal kwijtraken.

Ik had hem dus niet betaald en de ironie wil dat de lieve jongen het van de week presteerde om zonder (!) zijn van een sticker voorziene (!) nieuwe (!) broek, uit school te komen. En hem niet meer te kunnen vinden.

Onder die broek had hij weliswaar een lange wollen onderbroek, geen heel abnormale dracht voor hier maar mijn redenering dat ik de kosten eruit had als hij twee kledingstukken NIET kwijt zou raken, rammelt hierdoor een beetje…

Soms neemt zijn vriendje de volgende dag dingen voor hem mee die hij is vergeten in de bus. Bij het vorige huis stopte de bus geregeld in de voortuin om een vergeten rugzak / skibroek / hoofd terug te brengen.

Zucht.

Ik kan het mijn zoon toch ook niet heel erg kwalijk nemen. Hij heeft op zijn minst iets van zijn vader en moeder. Want bij de aanmaning (pomtiedom) zat een brief van het helsestasjon dat er een nieuwe afspraak was gemaakt omdat we die van 1 maart gemist hadden.

Oeps. Ik wist dat we die afspraak hadden want het stond op de kalender (+5 georganiseerde-familie-punten!), maar omdat we ALTIJD een smsje krijgen een dag tevoren en nu niet, twijfelde ik aan mezelf en besloten we het smsje af te wachten. Grmbl.

Dus.

Alles wat ik heb lopen verkloten en laten versloffen heb ik vandaag weer betaald, rechtgebreid en bijgewerkt.

Morgen is alles beter!

Sprongetjes.

Ik houd niet zo van opvoed ideologieën. Van die gebruiksaanwijzingen waarvan je je kinderen moet belonen voor goed gedrag of juist intrinsieke motivatie-bla tot je erbij neervalt. Het fijnste boek dat ik erover las is van Kim John Payne, Simplicity Parenting. Over eenvoudig opvoeden.

‘Oei ik Groei’ is ook een boek dat ik normaal met een licht minachtende frons zou bekijken. Als ik het zou geloven, zou ons Toetje nu al de tafel moeten dekken, mij moeten helpen met de was en met twee woorden spreken. Toch is er iets aan het boek, of de theorie erachter, dat me al best wat zenuwinzinkingen heeft doen voorkomen.

Nou ja, dat is overdreven. Het boek gaat ervan uit dat de groei, de ontwikkeling van een baby niet geleidelijk gebeurt, maar in sprongen gaat. En dat is ook zo. In tijd van twee maanden zijn ze twee kledingmaten gegroeid, om vervolgens weer een jaar in de nieuwe maat te passen. Maar ook met de hersens zou dat zo gaan. Met alle gevolgen van dien. Hangerig, huilerig, slecht slapen, niets willen, bij je willen zijn maar dat ook weer niet willen… Waaah!

Bij de eerste had ik geen idee, ik dacht alleen rond de zes weken en twaalf weken dat ik een monster had gecreëerd. Toen las ik over die sprongetjes en viel er wel het een en ander op zijn plek. Wat een baby leert met die groeispurt, de nieuwe dingen die ie kan… om die ontwikkeling te maken, staat de wereld van een baby even op zijn kop.

Ik las dat er geen wetenschappelijk bewijs voor was en dat hoeft van mij ook niet. Ik kijk ook niet op de ¨’sprongenkalender’ om te zien wanneer er weer zo’n drakerige periode aanbreekt. We merken het echt helemaal vanzelf.

Maar de afgelopen weken, die waren op zijn zacht gezegd niet leuk. Niet met die kleinste. Natuurlijk heeft ze ook haar leuke momenten maar ik word soms simpel van het gehang, het getrek aan mijn kleren, het gewurm, het niet zelfs willen spelen, het wakker worden ’s avonds en het gejengel De Hele Dag!

En dan zoek ik het op op internet en bijna altijd is het inderdaad een ‘hangerige periode’ volgens dat boekje. En ik weet het zelf ook wel, maar het is dan zo fijn het toch even bevestigd te zien: ook dit gaat weer voorbij. Ik krijg mijn lieve dreumesje binnenkort gewoon weer terug.

Kinderknutsels minimaliseren?

De kindertjes vinden het heel erg leuk om te knutselen en te tekenen. En ik vind dat weer leuk, want goed voor de hersentjes, de motoriek, creativiteit en bovendien maken ze dan weinig ruzie en zeuren ze niet aan m’n hoofd over leuke dingen doen. Vooral dat laatste, eigenlijk.

Wegdoen / bewaren

De meeste tekeningen doe ik makkelijk weg.
De kinderen vinden dat niet leuk. Als er eentje in de prullenbak zit was dat natuurlijk net de Allermooiste Tekening Die Ze Ooit Hadden Gemaakt en Voor Altijd Wilden Bewaren. In Een Lijstje. Maar met vier kinderen moet je wat.

Eens per week verzamel ik alles wat ze hebben gemaakt. De leukste dingen gaan in een map. Eens in de paar maanden sorteer ik alles in de map en de mooiste dingen daaruit, bewaar ik in een ordner. Per kind heb ik 1 ordner en als ze iets graag willen houden, zetten we dat op de tekening.

Het zijn niet altijd de mooiste dingen die in de map terecht komen. Deze is gewoon mooi om zijn eenvoud. De oudste was net vier toen ze deze tekende, en ik was net zwanger van de derde. En nogal moe, zo te zien 😀

Van de oudste heb ik de meeste tekeningen. Logisch, ze is de oudste, ze heeft op het kinderdagverblijf veel leuke dingen gemaakt en tekent het liefste van allemaal.

Torhild is ook een natuurtalentje

Sommige dingen namen veel plek in. Waar mogelijk, heb ik ze verkleind. Van bierflesje met een voetafdrukje erop bewaarde ik alleen het blaadje met de voetafdruk (het bier hebben we toen het vier jaar over de datum was, weggegooid).

Van een sieradendoosje dat ze maakte op het kdv, heb ik een foto gemaakt en het weggedaan.
Eigenlijk gek dat je meer geneigd bent dingen te bewaren als ze driedimensionaal zijn.

Alledrie vinden ze het leuk om hun map te pakken en hem te bekijken. Dat is ook een stuk leuker dan drie dozen ‘oud papier’ doorworstelen omdat ik niets weg wil doen waar ze ooit een kras op hebben gezet.

Kinderkunst tentoonstellen.

Gelukkig kan je kindertekeningen ook hartstikke artistiek tentoonstellen.

Dat zo’n modern kunstenaar ernaar kijkt en zegt ‘dat kan ik ook’ en er vervolgens wel dik geld mee verdient 😉

In de gang hangt een heel groot bord waarop ik tekeningen of leuke schoolwerkjes ophang. Soms hangen er tekeningen aan de koelkast met magneten of hangen we dingen op de deur. Ik vind het wel fijn om er een vaste plek voor te hebben, het staat zo onrustig als overal iets hangt.

Wat ik wel een heel gaaf idee vind, is deze collage voor in een wissellijst:

bron: https://artfulparent.com/2016/01/display-kids-art-poster.html

Of je maakt er een kalender  van:

bron: http://www.gnaana.com/visuals/february12
of je lijst de mooiste dingen tijdelijk in…

Ook handig: vergankelijke kunst! We hebben stenen genoeg en toen het grootste kind had ge-pinterest, wilde ze ook stenenbeestjes maken.

Ze vonden het alledrie prachtig en na een tijdje werden er complete menhirs het huis binnen gesjouwd en van een verfje voorzien. En nu liggen ze allemaal weer netjes in de tuin, de regen heeft de verf alweer verwijderd.

Dus….

Een paar mooie dingen in het zicht, heeft naar mijn mening meer waarde dan tien archiefdozen achter schotten op zolder.
De kinderen vinden het ook leuk als wat ze gemaakt hebben, echt een mooie plek krijgt in huis.

Door een beetje selectief te zijn in wat je bewaart, krijgen de dingen meer waarde 🙂

Medicijnkastjes en eerstehulpmeuk.

Het is een noodzakelijk iets, medicijnen, zalfjes, poeders, pillen en verbanden. Het is een van de weinige dingen waarbij geldt ‘beter mee verlegen, dan om verlegen’.

We hebben gelukkig niet veel nodig. Ik heb wel het nodige op voorraad, omdat het hier moeilijk of niet te verkrijgen is. Of voor heel veel geld!

Ik heb een uitgebreide eerstehulpset. Als ik alleen de noodzakelijke dingen los kocht, was ik duurder uit. Ik heb ook altijd pleisters in huis. Van ikea 🙂 Meestal is het overbodig om een pleister te plakken maar het biedt vaak troost aan een zielig kindje. Met 1,30 euro voor 40 stuks is het een koopje om van het gemekker af te zijn. Bovendien laten ze makkelijk los.

Ik houd wel van huismiddeltjes. Bij milde oorpijn stop ik extra vergine kokosolie in de oren van de kinderen en laat ze een warm doekje erop houden, met een druppeltje tea tree olie erop.
Op een koortslip smeer ik kokosolie met baking soda. Bij algehele kwakkeligheid maak ik graag kippensoep met kruidnagel, steranijs, peper en keltisch zeezout.

Behalve huismiddeltjes, heb ik de volgende dingen:

  • daro zoutoplossing, handig omdat je vrij krachtig een neusje door kan spoelen. het wekt ook minder argwaan dan wanneer ik met iets zelfgemaakts kom aanzetten 😉
  • paracetamol en aspirine. ik gebruik het een paar keer per jaar en dan ben ik altijd blij het te hebben
  • hooikoortstabletten. gelukkig hebben we ze al twee jaar niet nodig gehad.
  • wat homeopathische en fytotherapeutische middeltjes zoals calendula neusspray, calendulazalf, srl gelei en tijgerbalsem voor een incidentele zere rug, echinaforce voor de weerstand en arnicazalf voor bij kneuzingen. nisyleen voor bij griep en verkoudheden en cinuforce voor het voorkomen van bijholeontstekingen en het verminderen van neusverkoudheid.
  • norit. ik gebruik het soms om mijn tanden mee te poetsen. ja serieus. krijg je mooie tanden van.
  • betadinezalf, voor het desinfecteren en verzorgen voor wondjes. ik gebruik het nooit maar het leek me handig. omdat mijn oma dat altijd in huis had, denk ik.
  • magnesiumolie, ik gebruikte dat toen ik zwanger was tegen kuitkrampen. (en tegen een tegen een magnesiumtekort dus).
  • snuf! neusjesstick. een labello die je onder verkouden kinderneusjes kan smeren om de klachten wat te verlichten (fijn spul zonder rotzooi bij Groene Vrouw!)
  • emla zalf, heel fijn toen bij mijn dochter bloed moest worden geprikt, waar ze bang voor was. ze heeft nagenoeg onvindbare aderen, zelfs met een echo apparaat (? ofzo). deze crème verdooft tijdelijk en werkt perfect: ze voelde niets
  • tijmsiroop van Weleda, voor zielige keeltjes en tegen geblaf.

Wat ik erg leuk vind is het zelf maken van middeltjes. Ik heb goudsbloemen voorgezaaid om zelf weer calendulazalf te kunnen maken. Ik ben ook erg benieuwd naar cayennepeperzalf en het lijkt me lekker om zelf dennensiroop te maken. Een paar jaar geleden maakte ik zelf hoestsiroop van uien met suiker. Dat werd me niet in dank afgenomen, maar de angst het nog een keer te moeten nemen werkt ernstig weerstandbevorderend 😉

Maar ja, om aan die grappige nieuwe projecten te beginnen, moet eerst de oude voorraad op. En gek genoeg heb ik weinig zin in redenen om die voorraad op te maken. Dus voorlopig staat het daar prima. En vermaak ik me wel met andere dingen 😉

Noors leren, de kinderen.

Toen we naar Noorwegen gingen, hadden we redelijk wat uren Noors gestudeerd. De kinderen hebben geen Noorse les vooraf gehad. We wisten niet wanneer we zouden vertrekken en toen we eenmaal gingen, ging alles zo snel dat er geen tijd meer voor was. Ik denk ook dat het vrij nutteloos geweest zou zijn.

De oudste (zes, toen we verhuisden)

Toen we zes weken in Noorwegen waren, ging de oudste naar school. Ze heeft drie maanden haar mond amper open gedaan maar daarna kwam er keurig Noors uit en aan het einde van het jaar zei haar lerares dat ze op hetzelfde taalniveau zat als de Noorse kinderen.
Ze kreeg, samen met een Hongaars jongetje, wel extra Noorse les van een heel lieve Iraanse juf. Ja, multicultureel schooltje 😉

Noors en Nederlands houdt ze goed uit elkaar. In het begin sprak ze Nederlands met een Noorse intonatie, het zangerige en zachte. Klonk heel schattig. Ze haalt zelden de talen door elkaar, hoewel ze wel vertelde dat ze zich met Halloween moesten uitkleden op school. Het Noors heeft veel woorden die bijna het zelfde betekenen, maar niet helemaal. Of helemaal niet 😀

(ze bedoelde natuurlijk verkleden, duh)

De jongen (vier, toen we verhuisden)

De jongen ging een jaar later. Ik had hem alleen verteld hoe hij moest zeggen dat hij naar de wc moest. Hij probeerde meteen van alles in Noors te zeggen, wat niet altijd even goed lukte. Gelukkig zit er een Nederlands meisje dat geboren is in Noorwegen bij hem in de klas, die soms kon vertalen. Hij krijgt nu extra les in lezen en schrijven, dat had hij het eerste jaar niet.

Hij schakelt vaak over op het Noors, die taal lijkt hem ook beter te liggen. Inclusief het wat achter in de keel uitgesproken dialect van de regio hier. In het Noors moet hij echt netjes praten om verstaan te worden, in tegenstelling tot het Nederlands waarbij wij vaak wel weten wat hij bedoelt te zeggen.

Geregeld vernederlandst hij Noorse woorden en dat is soms erg onhandig. Als hij ziek is en vraagt om een butje. Dude, wat bedoel je? Wat is een butje? Een butje om in te spugen!!! *spoooooeeeeg*

Oh ja, een bøtte is een Noorse emmer 😉

Fietje (een, toen we verhuisden)

Sophia spreekt zonder Noors onderwijs goed Noors. Ze leert het van barne-tv en natuurlijk van haar broer en zus die driekwart van de tijd in het Noors communiceren. Als ik haar iets vraag in het Noors, krijg ik een Noors antwoord, ze doet dat echt zonder erbij na te denken. Als ze iets geks ziet roept ze ‘hva i all verden!’ wat zoiets betekent als ‘wat is dat in vredesnaam!’.

Noors leren aan je kinderen?

Ik leer aan Sophia en Torhild Noorse woordjes, maar geen zinnen. Mijn Noors is niet het Noors dat mijn kinderen moeten leren. Wel klets ik af en toe met Sophia in het Noors, als we zitten te tekenen bijvoorbeeld. Gewoon, voor het leuk.

Eenmaal op school en in contact met andere kinderen, gaat het Noors leren razendsnel. Net als ik leren ze tien keer sneller van echte conversaties, dan van saaie lessen. Intensieve lessen nemen met je kinderen is naar mijn mening verspilde moeite als je ze hier naar school of barnehage stuurt.

Ik denk dat je er niet al te krampachtig mee moet omgaan. Ze krijgen heus geen lelijk Nederlands accent als ik een Noors gesprekje met ze voer en het ligt aan het kind zelf hoe ze met de tweetaligheid omgaan. Een taal oppikken gaat in een razendsnel tempo.

Gelukkig krijgen kinderen hier goede begeleiding en wordt er weinig aan ze getrokken wat betreft prestaties. Dat ze mee kunnen doen in de groep en zich veilig voelen, is het belangrijkste doel in de eerste schooljaren. En dan gaat het als vanzelf.

Het leed dat sneeuwpret heet ;)

Sneeuw is hartstikke leuk! Ik ben toch benieuwd hoe hoog het vrijdagavond ligt. Want nu komt het al tot mijn knieën! Het is prachtig. Het dempt geluiden, de hele wereld wordt stil. Het lijkt veel lichter, ondanks de grijze lucht. Je kan er leuk mee spelen.

Alles gaat hier gewoon door. De kinderen gaan gewoon naar school, winkels zijn gewoon open. Het houdt wel een keer op, er komt een moment dat het gewoon te onpraktisch is. Maar voorlopig nog niet hoor.

Er zijn nog gewoon bejaarde dames op straat, zonder rollator of sneeuwkettingen om. (misschien met spijkerbandjes onder hun schoenen)

Er rijden nog gewoon auto’s

En ook onze katten gaan gewoon naar buiten…

En er varen nog gewoon bootjes rond…

Maar toch heeft het ook zijn nadelen. Misschien. Toch. Een beetje. Want:

WERKELIJK IEDEREEN NEEMT EEN ENORME LADING SNEEUW MEE AAN ZIJN POTEN, HOE GROOT OF HOE KLEIN OOK! Sommigen zelfs aan hun buik en staart… Argh!

OVERAL SNEEUWKLEDING!!!

Sneeuwbroeken overal, een schoenendroger die overuren maakt, natte sokken, smeltende sneeuw dus je droge sokken ook weer nat, natte sjaals en handschoenen onder de kachel…

ENORME HOEVEELHEDEN HOUT die er doorheen gaan… ’s Ochtends hebben we de kachel vaak niet eens aan. Ik ben dan bezig en het voelt ook niet koud. Maar na een paar keer naar buiten om sneeuw te schuiven, hout te halen en te hakken voelt het dan opeens fris binnen. Na een uur of 12 staat de houtkachel aan, tot ongeveer 8 uur ’s avonds. Dan is het warm zat en laten we hem langzaam uitgaan.

DE AUTO UITGRAVEN en het heuveltje op rijden. De ene keer gaat het prima, de andere keer draaien de wielen keihard rondjes maar vooruit komen, ho maar.

kettinkje leggen, niemand zeggen….

SNEEUW. IN JE LAARZEN. GETVERDEMME!

Al komen ze tot mijn knieën die laarzen, tegen een halve meter sneeuw is weinig kruid gewassen. Ja, een praktische skibroek. Maar ja, een praktische skibroek is een praktische skibroek. Ik houd best van warme truien maar al die dikke kleding, grmbl.

VOER- EN VAARTUIGLEED…

Gisteren knalden we tegen het middenbermpje aan na een iets te ruim genomen bocht en daarna bijna de berm in. De grip van de spijkerbanden heeft ook zijn grenzen, zeker op een dikke laag sneeuw op een laag aangevroren natte drab.

Het bootje was aan kant losgeraakt en was vanuit het keukenraam niet te zien *paniek*.  Dat kwam niet door de sneeuw maar door een kapot touw, maar het weer vastleggen met een sneeuwstorm om het hoofd was niet de lievelingshobby van de man, geloof ik.

HET MOET OOK WEER WEG.

Bergen met grijze sludd die weer aanvriest met spekgladde wegen tot gevolg. Vorig jaar ben ik samen met de man tien minuten bezig geweest om een man die over zijn aangevroren stoepje van twee meter breed naar de voordeur moest, te helpen. Ging niet. Zo! Glad!

Maar voorlopig sneeuwt het en dat is gewoon hartstikke leuk 😀

Minimalisme in kinderkamers.

In onze eigen slaapkamer staat behalve een bed, een kledingkast en een wasmand niets en ik vind dat heel erg rustgevend.

Voor de kinderen is het ook fijn om te kunnen slapen in een redelijk prikkelvrije omgeving, maar ze hebben ook graag hun eigen kamer waar ze kunnen spelen. Zeker de oudste twee doen dat graag en dan is alleen een bed en een wasmand een beetje te spartaans. Bovendien moet ik die rottige Lego niet in de woonkamer. (nietsvermoedend op een lego-eentje staan… aaargh!)

Sommige kinderkamers staan tot de nok toe gevuld met speelgoedkasten, poppenhuizen, racebanen, speeltoestellen, muurschilderingen en trofast kasten met goed georganiseerde dingen. En hoewel dat ook heus heel erg mooi eruit kan zien getuige alle borden op pinterest met DE PERFECTE KINDERKAMER, vind ik het te veel van het goede.

Daarom hebben ze bij ons heus wel iets, maar niet te veel op hun kamers. Op de kamer van de oudste staat een vitrinekast met al haar schatten, een bureautje en een lage kast met d’r lego.

minimalisme-kinderkamer

minimalisme-kinderkamer1 vitrinekas Bij het ventje ook zoiets, minus de vitrinekast maar met wat plankjes voor foto’s en tekeningen.

minimalisme-in-kinderkamer20161110_083422Fietje is het zieligst, die heeft alleen een bed en een kastje 😉

minimalisme-kinderkamer-bedHet enige dat ze alle drie in overvloed plus een beetje meer hebben, zijn knuffeldieren, waarvan er absoluut geen een weg mag. Dat hebben ze van mij (ik kon de mijne pas wegdoen toen ik 27 was), dus ik begrijp ze en laat ze lekker.

Ik probeer te zorgen dat er geen bijkomen, hoewel ik dat lastig vind als ze me met van die grote blije stralende ogen staan aan te kijken omdat ze weer de liefste knuffel van de wereld hebben gevonden bij de kringloop. Daarom neem ik de kinderen niet meer mee als we langs de kringloop gaan 😉

En Toetje dan? Wel, we hopen dat we een wandje mogen zetten zodat zij straks ook een eigen ruimte heeft. Nu slaapt ze in een omgekeerd hemnes-bed op de overloop.

minimalisme-kinderkamer-babyMijn briljante tips voor een opgeruimde kinderkamer: (de mijne he, misschien werkt het helemaal niet zo bij jou. dat kan ook. hier werkt het wel zo. misschien heb je er iets aan. misschien ook niet. dat is ook prima. vrijheid blijheid. dus.)

  • Zorg voor genoeg bergruimte. Duh, maar het is wel erg makkelijk als jij of je kind niet steeds dingen moeten verschuiven om ergens bij te kunnen. Want, spullen organiseren is gewoon pokkewerk en het ontaardt snel in een rommel. Wat lege ruimte op de planken is erg makkelijk
  • Beperk speelgoed op de slaapkamer en houd het bij een paar favoriete dingen. Wat mij betreft geldt dat voor speelgoed in het algemeen.
  • Houd je in met kleuren, schilderijtjes en accessoires. Het is allemaal zo leuk maar het is een slaapkamer en geen discotheek.
  • Laat ze hun eigen kamer opruimen. Hier moeten ze dat in vakanties en in het weekend. Soms doen ze het al uit zichzelf. En dat gaat prima want er is niet heel veel om op te moeten ruimen.
  • Probeer echter niet een zwijnestal op te laten ruimen door of met een klein kind. Die ziet daar niet overheen en wil misschien ook nog alles houden. Ruim zelf op voor de orde en voor de opvoedkundig verantwoord samen met je kind. Dekens recht, knuffels in een mand, kleren in de wasmand enzovoorts…
  • Wat leesvoer is altijd goed natuurlijk. Maar een halve bibliotheek heeft een kind ook niet nodig, want daarvoor hebben we -duh- de bibliotheek 😉
  • Beperk het aantal meubels. Meubels trekken spullen en rommel aan, bij kinderen helemaal.
  • Voorkom schermpjes op hun kamer zo lang dat kan. Of gebruik schermtijd als pressiemiddel om ze hun kamer op te laten ruimen. Voor wat hoort wat 😉
  • Wees rigoureus. Is het elke keer weer een grafbende, doe dan alles wat slingert in een grote vuilniszak en stop die weg. Grote kans dat het kind het ook fijn vind als de rommel weg is. Dingen teruggeven kan altijd nog, maar je elke keer groen en geel ergeren en ruzie krijgen over rommel is zo zonde van de tijd en de energie! Onze kinderen spelen heel graag met knuffels, maar merkten ook pas een paar maanden later dat ik een groot deel naar de kelder gebracht had omdat die elke. keer. door hun kamers lagen.
  • Met een minimalistische garderobe voorkom je veel omgetrokken stapels kleding, kwijtgeraakte favoriete kleding en onnodig opbergwerk

20161110_083300Maar het belangrijkste is toch: weinig spullen. Er is wat mij betreft niets mis met speelgoed, zelfs niet met plastic speelgoed. (okee eigenlijk wel maar ik ben Don Quichotte ook niet altijd)

Het is alleen gauw (veel) te veel, met een compleet averechts effect. In plaats van gezellig spelende kinderen heb je dan speelgoedsoep makende overprikkelde kinderen die bij jou komen jengelen wat ze kunnen doen waarna jij gefrustreerd raakt door de chaos, prikkelbaar wordt en het ook niet meer leuk vindt, naar de ikea rijdt voor een nieuwe kast voor de rommel, die vervolgens weer rommel aantrekt en je begrijpt ‘m wel.

en dat geldt ook voor kinderspulletjes
en dat geldt ook voor kinderspulletjes

Help mijn kind luistert naar metal!

Ik denk dat als er twintig jaar geleden google bestaan had, mijn moeder dit best had kunnen typen. Maar het kan verkeren, onlangs kon ze nog een bezorgde moeder van een gothic-dochter geruststellen: grote kans dat het geen fase is, maar ’t is minder erg dan het lijkt 😉

Toen ik een jaar of 11, 12 was begon ik naar metal te luisteren. Van Aerosmith naar Nirvana, Guns n Roses, Metallica, Sepultura Obituary en toen was het eind zoek. ‘Als het een cd van van die satanaanbidders is gooi ik hem in de prullenbak!’ riep mijn moeder toen ik net een zeer zuurverdiende fl. 42,95 had uitgegeven voor ‘the black album’ van Metallica. Hij staat nu ook in de cd-collectie van mijn ouders.

Wat besluit een schattig blond paardrijmeisje om naar keiharde metal te gaan luisteren? Ik heb geen idee. Het was gewoon liefde op het eerste gezicht en hoewel ik amper meer nieuwe bands volg, is het nog altijd mijn favoriete muziek.

Vooroordelen.
Duivelsaanbidders, asociaal, suicidaal, depressief, intolerant, drugsgebruikers. Na bijna 35 jaar op de wereld kan ik concluderen dat idioten overal zijn. In alle lagen en groepen van de bevolking. Metalmensen hebben de naam, ‘nette’ mensen niet zelden de faam. In elk geval zijn de vooroordelen precies niet meer dan dat.

Rare mensen.
Nog nooit heb ik naars meegemaakt bij een metalconcert, maar die keren dat ik in een ‘gewone’ uitgaansgelegenheid was, hing er vaak later op de avond een gespannen sfeer of gingen er mensen op de vuist met elkaar.

Als vrouw ben je op een metalconcert behoorlijk in de minderheid. Een metalconcert is een van de veiliger plekken om uit te gaan als vrouw of meisje. Als ons Leentje straks naar een metalconcert wil, laat ik haar met een gerust hart gaan.

Hail Satan enzo…
De meeste bands hebben niets met godsdienst en de eerste metalluisterende duivelsaanbidder moet ik nog tegenkomen. Godsdienst wordt niet echt gewaardeerd maar ook niet erg actief gehaat door de meeste bands. Plaatjes van duivels en een keer satan roepen… ’t hoort er een beetje bij voor sommigen.

Teringherrie.
Als je metal luistert en je hoort alleen maar gekrijs, luister je net zo slecht als iemand die bij klassiek alleen maar krassende violen of pingelende piano’s hoort, of bij jazz alleen maar op hol geslagen trompetten.

Metal is mooi. Luister maar.

Dat dit niet in een keer lekker in het gehoor ligt snap ik dan wel weer, maar hoe prachtig is deze plaat na een paar keer luisteren <3

Agressieve teksten. Over dood enzo.
Metal heeft niet de meest opbeurende teksten. En dat is best een verademing in een wereld die schreeuwt dat je blij en gelukkig moet zijn en als dat niet lukt, dat je eigen schuld is. De donkere kanten horen er ook bij, ’t is niet nodig om dat zo hysterisch te bedekken onder een verstikkende mantel van opgeklopte blijheid. Iets benoemen wil ook nog niet zeggen dat je het verheerlijkt.

Met de teksten erbij, is er vaak best nog wat van te maken.

Och ja. Ik kan niet uitleggen wat er nu zo fijn is aan metal. Je houdt ervan, of je houdt er niet van.

Wat is jouw favoriete muziek?

 

Kleine babygarderobe.

DSC06243Een baby heeft niet zo heel veel kleertjes nodig. In elk geval veel minder dan de gemiddelde baby heeft. Je hebt gauw te veel maar te weinig is ook niets. Moeten wassen omdat je verlegen zit om een inieminiebroekje is echter ook stom.

In het begin had de baby echt weinig. Een paar wollen rompertjes, wollen maillotjes en puntsjaaltjes tegen dat eeuwige gekwijl van ‘r. Een oversized wollen vest voor als ze naar buiten ging en dat was het wel.

Maar, ze zit ook geen hele dagen meer tegen mij aan geplakt en de winter komt eraan, dus tijd om even te checken wat er moet worden aangeschaft, om te voorkomen dat ik de ene week naar de winkel moet voor rompers, de volgende voor broekjes en daarna voor sokken.

Zo gek toch. Een rompertje wat de ene dag prima zit, daarin is ze de volgende dag net een rookworst, zo opgepropt. Negen maanden en negen kilo spek en liefde <3

Wat ze nu heeft kan ze, behalve de jurkjes, tot het einde van de winter dragen.

  • twee wollen paarse maillots
  • een grijze en een zwarte broek
  • een stapeltje lelijke maar warme wollen rompers, alleen nog okee ergens onder
  • een paars mouwloos jurkje
  • een zwart mouwloos jurkje
  • twee vestjes voor binnen
  • een gebreid mouwloos dingetje

Hiermee kan ze een dag of vijf worden aangekleed. Dat moet zeven dagen worden + iets reserve. Ik ging uit van drie laagjes: romper, iets erover, vestje.

Ik heb netjes uitgeschreven welke ‘outfits’ ik kon maken met wat ik heb liggen en kwam tot de conclusie dat ik nog het volgende nodig heb:

  • twee donkere maillots
  • twee donkere nette rompers of truitjes met kraagje en lange mouwen
  • twee dunnere vestjes / truitjes / warme tuniekjes
  • eventueel een jurkje, want de papa van de Toetje houdt van babytjes in jurkjes <3
  • sokjes

Dus als we in de buurt zijn, ga ik keurig met mijn boodschappenlijstje (jaja) naar de Kappahl. Dat is een soort H&M, met iets duurdere maar ook iets leukere (want niet zo schreeuwerig & zonder stomme teksten) en kwalitatief iets betere kleding in biologisch katoen. Gelukkig groeit Toetje nog wel, maar niet elke drie weken weer een complete maat.

Winkelen om het winkelen is absoluut niet mijn hobby. Maar precies weten wat je nodig hebt, vinden wat je zoekt, de baby mooi aankleden, niet misgrijpen en weer een maand of vijf vooruit kunnen met een relatief kleine investering in leuke dingen, dat vind ik dan wel weer fijn.

Minimalistische kinderkleertjes en minder wassen.

Kinderkleding heb je snel te veel. Je koopt wat, je krijgt wat en dan zijn er nog geefgrage opa’s en oma’s 😉
Het lijkt makkelijk om alles in de kast te laten liggen omdat het handig is achter de hand te hebben, maar volgens mij is het dat niet.

Kinderkleding bewaren voor de volgende, of niet?
Ik heb nauwelijks kinderkleding op voorraad. Ik bewaar de echt mooie en functionele dingen zoals winterpakken, laarzen, regenbroeken en gebreide truien.
Tussen DL1 en DL2 zit vijf jaar. Als Fietje eindelijk de kleding van haar grote zus past, is het lelijk van het in de kast liggen. Het is ook nog de vraag of het het juiste seizoen is en of ze het leuk vindt.

Daarom geef ik tegenwoordig bijna alles weer door, zodat het gebruikt kan worden. Uiteindelijk is dat waar spullen voor zijn.

De gekke dakloze prinses

8da8dbbd870de7d97c1b2a5d3f035fe6De kinderen hebben Fietje heeft de neiging om zich op de gekste manieren uit te dossen. Dat ze hun eigen kleding kunnen pakken zonder die *stijlfoutjes*, vind ik wel handig. Daarom zorg ik dat ze met alles wat in hun kast ligt, ‘veilig’ zitten.

Veilige kleren.
Zomerjurkjes en -schoenen berg ik aan het einde van de zomer op, omdat kinderen kunnen besluiten dat je zomer gewoon af moet dwingen, door het dragen van strandkleding bij krap vijf plusgraden in maart. ‘Maar de zon schijnt!’

Het voordeel van het klimaat hier, is dat je comfortabel van half augustus tot half juni de zelfde kleding kan dragen.

Ik zorg ook dat ze hun kleding bij alle gelegenheden kunnen dragen. Zo kan ZL met zijn broeken en t-shirts zowel naar school als lekker buiten spelen. Als hij netjes moet zijn, is dat een kwestie van een fatsoenlijke trui of overhemdje erover. En met zijn overhemden kan ie ook gewoon buiten spelen.
Idem met ons Leentje, of ze nu in haar Desiqual-jurk (van de kringloop  ;)) naar het strand gaat of naar een feestje, maakt niet uit.
Fietje draagt gewoon altijd glittertopjes. Lekker overzichtelijk.

Ik bedoel maar dat ze eigenlijk geen kleding voor speciale gelegenheden hebben, dus wat ze pakken is altijd goed.

Niet (teveel) vooruit kopen.
Er zijn dingen waarvan ik 100% zeker weet dat ze heel veel gedragen gaan worden, zoals zwarte leggings door DL1 en wollen rompers door de baby. Die dingen neem ik mee als ik een goede aanbieding tegenkom, het komt toch wel op. Maar kleding een maat te groot en schoenen op de groei koop ik niet. Al is het nog zo goedkoop.

Kleding met dubbele functie
Fietje draagt graag leggings. Die draagt ze als pyjama, maar ook onder jurkjes en tuniekjes. Onze Es draagt graag trainingsbroeken, dus zorg ik dat hij er twee heeft, waarin hij kan slapen maar ook på tur op school als het koud is met een maillot eronder. Of gewoon, een dag in rond blijven lopen als we toch thuis zijn. Dat scheelt weer extra pyjama’s aanschaffen, wassen en opbergen.

Fijne kleren.
Ook in hun klerenkasten scheelt alleen favoriete kleding een heleboel tijd. Ze hoeven niet te zoeken naar hun lievelingsdingen en ik hoef al die overhoop getrokken niet-lievelingskleding niet weer te ordenen. Of een strijd aan te gaan om het ze te laten dragen.

Ouder = minder.
Het ligt ook aan de leeftijd. Voorheen had ik wel 12 broeken nodig voor ZL om een week mee vooruit te kunnen en nu heeft hij aan vier gewone en twee joggingbroeken genoeg. Ze worden steeds minder pekkig, de kleinere hoeveelheid was compenseert het feit dat hun kleding steeds groter wordt.

Niet zo moeilijk doen…
Uit angst om te weinig te hebben, houden mensen vaak veel te veel bij zich. Maar waarom zou je een stapel verwassen en lelijke kleding achter de hand houden ‘voor nood’ als je een wasmachine hebt en bij stuk, binnen een paar uur een nieuwe hebt geregeld via internet en je vast ook wel iemand kent in de buurt met een wasmachine?

Meer dan de kleding die ze dragen, heb je gewoon niet nodig. Hier in elk geval niet. Het scheelt mij een boel werk.

antilopes schoppen.

antilop-h-y-barnestol-med-brett__0339304_PE527619_S4Ons Toetje he, die is gewoon bijna zes maanden. Nog een week of twee. En dat betekent dat ze Echt Eten mag gaan eten. Op het helsestasjon wordt al vanaf maand vier geïnformeerd of ze al bijvoeding krijgt. Nope. Nee en nee, zelfs geen rømmegrøt.

Nee, we stimuleren haar ook niet om om te rollen. Want joh, een week geleden deed ze het gewoon helemaal zelf. Alleen. Wow. Zijn we er blij mee? Nee, want ze heeft de schurft aan op haar buik liggen maar weet niet hoe ze terug moet rollen ofzo en dan gaat ze heel zielig huilen. Baby’s… Zo grappig.

Wachten met bijvoeding tot ze een maand of zes zijn is het beste. Zegt Nienke, dus is het waar. Nou ja, niet alleen zij maar zij zegt het het leukst!

Ik vind het lastig, zeker in het geval van onverzadigbaar lijkende babietjes. Doop ik mijn vinger in de best wel biologische soep die dan vervolgens zo’n beetje van mijn hand wordt gekauwd. Toetje spuugt behoorlijk veel maar groeit als onkruid (ik hartje onkruid). Als wij avondeten, zit ze in haar stoeltje met een rauw biologisch worteltje of stukje paprika, waar ze zeer enthousiast op gaat zitten kwijlen. Is ze in elk geval even stil en ze kan er niet van ‘eten’. Maar na een tijdje hangt ze in de stoel, laat haar groenten vallen en dan is het weer weeeeeh.

Dan denk je dat eten met een baby op schoot lastig is omdat je maar met een hand kan eten. Wacht maar tot de baby snapt dat er binnen een armlengte een bord staat. Iets dat je vast kan pakken en op de grond kan flikkeren. Babyarmpjes zijn echt idioot lang in zulke gevallen! Eten met een hand van een bord dat een meter bij je vandaan staat, das pas lastig.

En er is serieus nog geen een avondmaaltijd geweest waarbij ze sliep.

brio-barnstol-4324801Deze zomer kochten we bij een lokale barnehage (een kinderdagverblijf maar dan fijn) een kinderstoel voor een tientje. Ik was er heel blij mee. Tot Toetje erin moest zitten. Het ding is te groot dus we gooiden er een schapenvacht in. Dat helpt ook niet helemaal. We zochten een zitverkleiner bij de kringloop en vonden er geen. We kochten er een bij ikea maar nog altijd hangt de baby scheef. Wat een pokkeding! (niet de baby. de baby is lief) Die schapenvacht is weliswaar wasbaar, maar zeer onpraktisch als ze straks wel echt gaat eten.

De andere kinderen zaten in een Antilop. Zo’n stoel van (wederom) ikea waarbij het me na drie kinderen en bij elkaar zo’n vijf jaar ANTILOP niet lukte om niet te struikelen over die wijd uitstaande vervelende poten van dat ding. Die kinderen hebben dankzij die stoelen zo leren vloeken bloemrijk praten van me.

Volgens mij steken die stoelen ook hun poten gewoon verder uit als er iemand langs loopt. En welke pretletter heeft die naam verzonnen. PLØR was ook een leuke geweest.

Maar in elk geval, die baby zit dus een beetje half scheef in d’r veel te grote stoel. En gooit alles op de grond.

En toen bedacht ik dat die graflelijke plastic stoel die ik minstens vier keer per dag een rotschop gaf wegens *struikel* er gewoon bijhoort. Omdat ie zo ongelofelijk praktisch is. Omdat ze er lekker stevig in zitten en zich niet kunnen afzetten en proberen eruit te wriemelen. Omdat er een blad voor kan, zodat ze heerlijk kunnen klieren met hun stronkjes gekookte broccoli, wortel en aardappel als ze eenmaal Echt Eten mogen gaan eten. Zonder dat het direct op de grond valt. Omdat ie zo makkelijk mee te nemen is naar opanoma. Omdat ie in een paar seconden weer schoon is.

(Ik schop de stoel alleen als er geen kind in zit.)

Ik informeerde op de lokale verkooppagina. Morgen kan ik er een ophalen, bijna ongebruikt voor de helft van de nieuwprijs van 16 euro. Okee. In elk geval scheelt het een rit naar ikea.

Alles is goed. Mijn kinderen leren nieuwe vloeken, maar het kleintje kan tenminste lekker knoeien met eten.

Win-win.

 

Wol voor de baby.

Vroegah, in Nederland, trok ik de kinderen vooral katoenen rompertjes en kleertjes aan en dat beviel prima. Ze hadden een stapel rompers en och, wassen doe ik toch wel een paar keer per week. Ik heb nooit gemerkt dat ze zich er niet prettig in voelden. Het enige irritante was dat ze zich na een tijdje zo onderkwijden dat ik geregeld drie keer per dag die pakjes kon verwisselen.

Hier dragen baby’s (en veel mensen) wol. Dat heeft de naam te prikken en te irriteren en te krimpen maar dat klopt niet. Het is juist heerlijk zacht en blijft heel mooi. Ook Toetje draagt bijna altijd wollen rompers en maillots.

Waarom is wol fijn?

  • Het is heerlijk zacht en beweeglijk en het komt in lieve, zachte kleurtjes zonder idiote teksten
  • Wol voelt warm aan in de winter, maar in de zomer juist koel. Ik draag op hete dagen graag mijn icebreaker shirtje, daarom
  • Het is zelfreinigend als in: vlekken komen er moeilijk op, gaan er makkelijk en vanzelf uit -tot een zekere hoogte- en na een nachtje aan een hangertje buiten is het weer fris
  • Het kan vocht opnemen maar voelt niet snel nat. In tegenstelling tot bijvoorbeeld katoen
  • Het is anti bacterieel
  • Het neemt geen nare luchtjes over, zoals katoen
  • Het maakt het makkelijker voor de baby zijn lichaamstemperatuur te reguleren
  • Het is een heerlijke onderlaag die goed isoleert (kinderen dragen hier buiten vaak wollen ondergoed, dan iets warms als fleece en daaroverheen iets waterafstotends)
IMG_20160316_105708
wolletje onder d’r mooie jurk, liggen op een wolletje

 Minder wolletjes is more.

Wollen kleding is duurder dan gewone babykleding maar ik merk dat ik veel minder wollen kleding nodig heb, dan dat ik katoenen kleding nodig had. En minder is beter 😉

Toetje heeft nu drie chique wollen rompers en twee van de kringloop waar nu de gaten in beginnen te vallen (als reserve) en vier maillots, waarvan twee wat dikker en twee wat dunner. Aangevuld met een wollen jasje en wat jurkjes (vindt de papa mooi), is dat meer dan genoeg en ik vraag me dan ook af waarom ik een commode met acht laden kocht, waarvan ik alleen de twee kleinste gebruik (hormonen!)

Onderhoud?

Het spul wordt of gedragen of gewassen. Meer is ook niet nodig. En het blijft heel mooi. Een aparte wolwas vind ik zonde, ik gooi gewoon van alles erbij en was het met vloeibaar wolwasmiddel op 30 graden, of koud. Dat is hier met Nordic Ecolabel en een niet al te opdringerige lucht verkrijgbaar.

Eerst waste ik het met zelfgemaakt wasmiddel, maar ik had het idee dat het daar toch minder mooi van werd.

Drogen doe ik altijd op een rekje. Het mag in de droger op lagere temperatuur maar dan zit je alsnog met half klamme was denk ik.

IMG_20160310_102408
contracten tekenen op een wolletje, gekleed in wolletje

Kwijlende baby! Me wolletjes!!!

Ze kwijlt wel vreselijk. De oplossing: puntsjaaltjes. Voor de prijs van een romper kocht ik er zes waardoor Toetje drie dagen langer met een romper doet. Mits ik die sjaaltjes op tijd vervang.

‘Jij vindt ook niets leuker dan goedkope wolletjes vinden’ zei de man. Ja, zo is mijn leven momenteel 😉

Als ik bij de Grote Winkel waar ze naast eten ook fietsen, schoenen, verf, tl-buizen en kleding verkopen in een verstopte bak of rommelig rek een fijn kleertje vind voor minder of weinig, vind ik dat best fijn. Vandaag kocht ik deze in maat 80, van 19 voor 11 euro.

Ze kan weer groeien!

IMG_20160316_172703

Waar koop je het?

Ik hartje het Noorse merk Janus wegens mooi en ethisch gemaakt, dat helaas moeilijk in Nederland te krijgen is.
Bij Sparkjøp verkopen ze wol onder de naam Tom og Trine. Ik kocht hier een wollen jasje voor Toetje dat tot mijn blijdschap nog biologisch was ook, maar ik weet niet of dat geldt voor alle verkochte wol daar.

Voor Nederland ken ik alleen deze winkel. Verder kan je goedkopere wol o.a. vinden op de marktplaats van het forum van Dragen & Voeden en op diverse facebookgroepjes.

 

Digitale foto’s opruimen.

De afgelopen dagen was ik grieperig. Blergh. Voor zo’n beetje alles wat ik wilde doen voelde ik me te gaar. Dus ik sliep wat, las wat, ik voedde wat baby, dronk wat bouillon, klaagde wat over mijn ouwewijvigheid qua stijve spieren en las iets over het inscannen van foto’s.

Hoewel ik voor de kinderen elk jaar een aantal foto’s laat afdrukken, heb ik het overgrote deel digitaal. Het overGROTE deel van de foto’s want het zijn er ook nog al wat. Dat heeft een paar oorzaken:

  • Ik maak te veel foto’s (no shit Sherlock!) Hoewel ik mijn camera meestal thuis laat, heb ik toch foto’s waarbij ik achteraf denk: waaaarom maakte ik daar foto’s van!
  • Ik maak foto’s van nutteloze dingen. Deels als illustratie bij een blogpost, want anders zou ik de inhoud van mijn kleerkast of de pallets met hout in de tuin nooit fotograferen, maar ook van eten, was aan de waslijn, slapende katten, het huis, gebouwen in steden waar ik nooit meer kom, ruiten met regen, het zoveelste hert in de tuin, de brandende kachel en kopjes koffie omdat het er op dat moment zo leuk of gezellig of lief uitziet.
    Maar zeg, het is niet dat het dingen zijn die nooit meer voor gaan komen (ik maak me sowieso geen illusies over het wasgoed), of dat het heel bijzondere herinneringen zijn. Ik kan altijd nog een keer eten maken, koffie zetten of de kachel opporren.
  • Ik maak te veel foto’s van de leuke dingen. 15 foto’s van de eerste keer worstjes grillen in de lente. Van het snijden van een pompoen. Van elke bijgegroeide plant in de moestuin. Van een lachende kwijlende baby -in tijd van drie minuten.

Sinds half 2015 ben ik kieskeuriger, zodra ik het geheugenkaartje weer in de computer steek, gooi ik alle wazige / dubbele / nutteloze foto’s eraf en maak een back up van wat overblijft.

Maar goed, ik las over het inscannen van foto’s. Diegene gebruikte de foto’s die ie had ingescand als screensaver. Omdat je ze dan tenminste nog eens bekijkt, in tegenstelling tot wanneer ze ergens op een externe hd staan te verstoffen. Of in je kast, zoals ‘echte’  foto’s bij veel mensen doen.

Omdat ik toch op de bank zat te hangen, pakte ik de computer van de man erbij, waarop het overgrote deel van de foto’s opgeslagen is. En ik nam alle mapjes door. Vanaf 1976 tot 2015, waarbij de Enorme Berg begint op het moment dat de eerste wordt geboren in 2008. En ik werd moedeloos bij het zien van aaaal die foto’s.
En dan te bedenken dat het meeste van onze digitale foto’s uit de tijd voor de kinderen, al kwijt ben geraakt. (maar nooit heb gemist, ik had geen idee meer wat erop stond. een serie van mijn opaatje met zijn parkiet, dat was het enige)

En ik delete, delete, delete en delete nog wat meer. Van foto’s van courgettes en rucola, tot foto’s van boze rooie baby’s die helemaal niet in bad wilden, van slapende kinderen, motorblokken en ander leuks. Ik ben er gauw een uur of vijf mee zoet geweest maar he, ik ging toch nergens heen…

Totdat alleen de mooiste foto’s overbleven. De mooiste, of de foto’s van momenten die ik wil bewaren.

En de foto’s komen nu voorbij op de screensaver van de computer van de man. Ongelofelijk leuk inderdaad. Steeds als ie aangaat, zitten we te kijken. Ik moet wel meekijken, want ik ben de enige die die vier koppen op alle foto’s uit elkaar kan houden (denk ik).

Meer dan 90% van de foto’s is verdwenen. Ik heb geen 400 foto’s in een maand nodig om de kinderen te herinneren op een bepaald moment van hun leven. 4 is ook goed. En ook zonder foto’s ervan te hebben geloof ik dat die enorme beuk in de voortuin straks weer groene en bruine blaadjes krijgt, die ie in de herfst weer laat vallen. En van dat mooie gebouw staan op internet veel mooiere foto’s. Net als van alle flora en fauna op de wereld.

En nog eens wat: ik hoef ook helemaal niet alles te onthouden of te herinneren. Want dat is ook wel een nadeel van zo’n handig klein makkelijk digitaal cameraatje waarbij het niets kost om tot vervelens toe raak te klikken van alles wat je ziet: je maakt zo makkelijk overal maar foto’s van met het idee dat het dingen zijn die je wil bewaren of onthouden terwijl je er amper meer naar kijkt daarna. Het wordt alleen maar rommel.

Van mijn opa werden tot ie 20 was een stuk of 10 foto’s gemaakt. Ik werd in de loop van een fotoalbum van een pasgeboren baby, een flinke kleuter. En de gemiddelde baby tegenwoordig die kan na een maand of twee zijn complete riante babykamer al behangen met alle kiekjes die er hem of haar zijn gemaakt.

Dus… af en toe een ‘snapshot’ is hartstikke leuk. En leuker dan dat wordt het eigenlijk niet. En dan geldt wederom dat less = more. De dingen gaan nu eenmaal voorbij. Dat is het hele idee van het leven. Af en toe een herinnering is goed, het complete verleden proberen op te slaan…. niet zo, wat mij betreft.