Geen shampoo meer gebruiken (jubeldejubel)

Terwijl er een pakket met een voorraadje Utrekram-shampoo onderweg is voor de man, schrijf ik over mijn shampooloze bestaan want na 22 dagen zonder shampoo en beter haar dan ooit, vind ik dat het wel gelukt is.

Ik ergerde me kapot aan al die stomme teruggroeiende haartjes na de grote post-partum haaruitval. Overal stomme flapjes en plukjes rond mijn hoofd. Schoon haar zonder shampoo intrigeerde me al een hele tijd maar na een paar mislukte pogingen waste ik het alweer een tijd lang met shampoo. Wel een milde zonder SLS en parabenen en siliconen, maar toch. Shampoo.

Je leest vaak enge verhalen over haar dat maanden baggervet is en wassen met baking soda en appelazijn. Nu zijn dat twee dingen waarvan ik inderdaad meen dat de toepassingen ervan eindeloos zijn maar alsjeblieft, niet op mijn haar. Ik wil geen dood haar dat naar vinaigrette ruikt.

Wat ik deed.

De eerste weken heb ik elke avond en ochtend mijn hoofdhuid gemasseerd, een minuutje ofzo.

Ik kamde het voorzichtig en slechts een paar keer per dag. Na een dag of vier / vijf heb ik het met alleen lauw water gewassen want toen begon het minder goed te zitten.

Wassen is dan: lauw water op je hoofd en goed je hoofdhuid masseren.

na een dikke week

Het water is hier heel zacht, het kan zijn dat het met hard water minder makkelijk had gegaan. Dan kan je een laatste spoeling water met iets zuurs (citroensap, een klein beetje appelazijn) of met zacht water (bijvoorbeeld uit een brita filter) gebruiken.

Na het wassen was mijn haar heel erg zacht. Hiephoi. Niet shampoozacht, maar gewoon lekker zacht.

No(shampoo) is niet niet wassen!

De horror van baking soda en appelazijn kom je vaak tegen en het kan prima zijn voor sommige mensen, maar er zijn zo veel soorten haar en zo veel soorten water dat De Manier niet bestaat. Maar er zijn er veel meer dan die!

Je kan het wassen met honing. Met een soort kleipoeder. Met thee. Naspoelen met water met etherische olie. Met gefilterd water. Er is een Nederlandse no- en low poo-facebookgroep waar veel informatie te vinden is dus mocht baking soda en azijn niet werken bij jou is er vast wel een shampooloze of -luwe manier die wel werkt.

mijn telefoon strijkt uit zichzelf mijn rimpels glad. dat is wel sympathiek. in elk geval, ik vind mijn haar prima zitten zo. geen kapsel is ook een kapsel uiteindelijk.
Hoe voelt het?

Het is dus absoluut niet vet. Het voelt minder slap. Het voelt dikker. Het blijft zitten zoals ik het wil. De stomme teruggegroeide haartjes zijn verdwenen in de rest van mijn haar en steken niet meer sprietig naar buiten.

Hiervoor had ik het vaak in een staart omdat het irritant om mijn hoofd zat. Nu niet meer!

net na het uit bed rollen, nog voor de koffie!
EN nu?

Ik doe er nu weinig aan. Ik kam het en eens in de circa vier dagen was ik het met water. Ik heb het een keer met ei ‘gewassen’. Twee eieren breken, in je haar smeren, een minuut of vijf laten inwerken en uitspoelen met lauw water want niemand wil roerei op zijn hoofd. Het werd er heel glanzend van.

niet vet, zie je?
Hoe ruikt het?

Volgens mijn immer eerlijke man ruikt het precies naar helemaal niks. Dus, om lekker te ruiken heb je evenmin shampoo nodig.

Waar kam je het mee?

 

Dus wat zeggen we dan?

Dag shampoo, jou heb ik niet meer nodig 🙂

 

Twijfelspullen (berging opruimen)

We hebben een fijne opbergruimte in de kelder. Zo’n hok is een mooie ruimte om allerlei tijdelijke zooi weg te stouwen.

Speelgoed waar niet mee gespeeld wordt maar waar over een paar maanden wel om gevraagd wordt. Kleding zoals dikke truien van buiten het seizoen. Kerstspullen, evenmin erg zomers. Donald Ducks. Wat knutselspullen. Een vlieger.

 

 

 

 

En heel veel autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen en nog wat dingen om de auto mee te poetsen. Motorolie, versnellingsbakolie, remolie, kruipolie. Ruitenreiniger, ruitenontdooier, ruitenvloeistof, ruitensproeier-antivries.

In het geval van zombie apocalyps, hebben wij in elk geval een stralende bolide voor de deur. Prioriteiten, mensen!

Maar ik wil geen twijfeldingen. Ik vind dat we de dingen of moeten gebruiken, of weg doen. Dingen tijdelijk ergens neergooien om er vervolgens keer op keer te moeten uitzoeken, voelt als een stom klusje dat nog moet worden gedaan, zoals een rekening die je nog moet betalen of een vervelende brief die je moet beantwoorden.

Want dat is het met zulke plekken: oh, gooi daar maar effe neer.  Tot je er je kont niet meer kan keren omdat het vol ligt met vergeten meuk. En dat willen we ook niet. Ook al zie ik het niet, het zit me niet lekker te weten dat het er is.

Dus bedacht ik van alle dingen die er stonden, niet zijnde autopoetsspullen of meuk van de man, of ik het echt wilde bewaren.
Of het sowieso een plaats verdient in huis, in plaats van alleen in het rommelhok. Sommige dingen staan daar prima natuurlijk. Een zak kattenvoer, vrieskist of voorraad stofzuigerzakken hoef ik niet dagelijks om me heen te hebben om te weten dat ik ze nodig heb.

(Bordspellen liggen daar omdat we anders aan het einde van de dag de pionnetjes tot in ons bed terug vinden zonder dat we daar hebben gemensergerjeniet.)

De winterkleren hangen in de kast, een deel van het speelgoed gaat naar de kringloop en met de overgebleven littlest petshops is al twee dagen lang gespeeld. De naaimachine staat op de verkoopsite. De verfdozen en klei staan klaar om mee gespeeld te worden want hoezee, de zomervakantie begint donderdag!

Verder was er eigenlijk ook niet heel veel. Hm.

Ik vind het, ondanks dat er iets meer in de kasten ligt, relaxter zo. Want ik weet dat er geen spullen in andere ruimtes (achter schotten, op zolders, bergruimtes) liggen. Wel zo overzichtelijk 🙂

Praktisch minimalisme

Minimalisme is zo leuk: er zijn geen regels! De meeste mensen die zich minimalist noemen of deze levensstijl aanhangen hebben gemeen dat ze streven naar een leven met minder materieel bezit, om onbezorgder van het Echte Leven te kunnen genieten.

Maar of je nu uit een rugzak met 25 dingen leeft of een gezin hebt met 10 kinderen: het is voor iedereen en het is voor iedereen anders.

Het stukje in de Volkskrant hierover begreep ik dan ook niet zo goed. De schrijver zelf volgens mij evenmin.

Welkom in het uitbreidende universum van de minimalisten: van Japan tot Nederland, van Amerika tot Zweden: steeds meer mensen volgen de hippe lifestyle van minimaal bezit. Less is more, vindt de minimalist. Kwaliteit boven kwantiteit. Liever ervaringen dan spullen. Kom op, stap uit de hedonistische tredmolen. Bevrijd jezelf van je materiële verlangens. Ontspul en downsize. En het geluk zal op je pad komen. Misschien zelfs het Nirvana? Of is minimalisme gewoon een hype van de elite die een sociaal geaccepteerde manier zoekt om te blijven consumeren?

Blabla.

Je overbodige spullen weg doen is voor de meeste mensen het begin van het minimalistische padje.

Ik vind het fijn om me zo min mogelijk bezig te houden met spullen. Het geeft me een vakantiegevoel, zonder op vakantie te zijn.

Minimalisme kan je overal op toepassen. Ik sleep geen tassen met troep mee, dat maakt me verplaatsen makkelijk. Ik heb geen berg apps op mijn telefoon die aandacht willen, dat geeft rust. We eten eten gemaakt van simpele ingrediënten. Ik denk amper na over wat ik aan moet trekken dankzij een eenvoudige garderobe. Ik hoef niet te piekeren wat ik voor mijn verjaardag moet vragen: doe maar niks. (aaah niks. wat lief, dat had je niet hoeven doen :-*)

Maar leven uit een rugzak wordt hem niet. We moeten het wel praktisch houden. En dat betekent genoeg borden om de vaatwasser mee te vullen. Een stofzuiger. Geen matras op de vloer maar een matras op pootjes. Zelfs wat in mijn ogen totaal overbodige spullen van andere mensen 😉

Toch kan je nog zo veel spullen weg doen, als je hoofd vol blijft zitten met ‘yesterdays junk’ dan word je niet blij van spullen. Niet van ze kopen maar ook niet van ze wegdoen.

Minimalisme  heeft me, naast dat geluk niet zit in wat je hebt, nog meer geleerd. Ik probeer te kijken naar de mensen zoals ze nu zijn, niet naar hoe ze waren. Ik probeer minder te oordelen want uiteindelijk weet niemand hoe ‘het’ precies zit. Ik verwonder me over dingen. Ik probeer niet altijd iets anders te willen want alles wat ik nu heb, was vijf jaar geleden mijn allergrootste wens. Ik probeer bewust dankbaar te zijn voor alles wat ik heb. Ik probeer minder te verwachten en niet te haten.

(ik zeg probeer omdat niet zo perfect ben dat ik dat allemaal ook altijd doe he 😉

Ik kan me verliezen in gepieker over mensen en hun daden of over wat ik zou moeten of  kunnen doen of niet en over de toekomst maar daar heeft niemand iets aan. Liever kies ik ervoor om mijn zegeningen te tellen en me onafhankelijker te maken van zaken waarvan ik niet afhankelijk wil zijn. Dat zorgt ervoor dat ik ervoor kan kiezen om gelukkig te zijn.

Maximaal drie toiletartikelen?

In The Guardian stond een leuk artikel. Een bedrijf, Akamai verkoopt een complete lijn verzorgingsproducten. Bestaande uit drie artikelen. Kijk, dan is het nog eens leuk om de hele lijn ergens van te hebben!

Het bedrijf verkoopt drie producten waarvan ze zeggen dat het alle behoeften aan persoonlijke verzorging dekt: tandpasta, een stuk zeep voor lichaam, gezicht en haar en een oliespray als parfum, haarverzorging en voor het lichaam. Ook moedigt het bedrijf aan om je minder te wassen.

“Typical personal care product companies want you to consume more of their products, so they say wash your hair and body every day,” says Cobb. “We have been led into this false sense of what is required to have healthy skin, teeth and hair.”

Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens 🙂

De obsessie met bacteriën weren: ik snap er niets van.  Er is een link tussen de bacteriën die op je lijf wonen, die in je darmen wonen en je hersens en de gezondheid van alledrie. Voer je bacteriën gezonde dingen van binnen, in plaats van ze allemaal te bestrijden met rommel van buiten.

Het schrikbeeld van stinkende mensen in hemdjes voor je bij de supermarkt als het buiten dertig graden is, dringt zich op bij het horen van ‘minder wassen’ en ‘minder verzorgingsproducten’. Maar dat is nergens voor nodig. Het is typisch weer iets waarvoor we zijn bang gemaakt door reclamemakers en sopverkopers.

“Typical personal care product companies want you to consume more of their products, so they say wash your hair and body every day,” says Cobb. “We have been led into this false sense of what is required to have healthy skin, teeth and hair.”

Vroegah gebruikte ik ook veel spullen en dat werd gaandeweg minder. En minder. En minder. En mijn huid werd er alleen maar beter van. Wat was ik denkende, met al die reinigingsmelkjes en tonics met alcohol en troep!

Creme. Oh nee!

Een paar maanden geleden had ik zo een trekkerig gezicht. Einde van de winter, een bleek vel en droog weer: waah!

Dus ik kocht crème. Van Nivea. En dat was heel even lekker. Mijn vel voelde weer zacht en soepel. Maar na een paar weken begon het gedoe.  Pukkels op mijn kin die ik sinds mijn eerste zwangerschap nauwelijks meer heb gehad. Stomme pukkeltjes op mijn hoofd. Overal. Ieuw!

Dus de crème ging van toedeledokie. Grmbl. Waarom deed ik het!

Ik ging fijn weer terug naar mijn ‘eigen’ spullen. Spul. Wat ik gebruik wisselt. Omdat minder meer is maar afwisseling ook wel eens leuk.

Is ‘maar¨ drie dingen zo gek? Wat mij betreft is het inderdaad alles wat je nodig hebt. Het ligt aan je eigen huid en voorkeuren, ik gebruik nu het volgende:

Kokosolie.

Ik gebruik het voor van alles, maar je kan er ook je tanden mee poetsen. En dat doe ik dan ook. Zo makkelijk en goedkoop en effectief!

Jojoba- en avocado-olie.

Jojobaolie vind ik heel fijn, net als avocado-olie. Ik kocht van beide een biologische variant in Nederland en mengde deze twee. Fijn om mee te smeren op hoofd en lijf en om make up mee te verwijderen.

utrekram kindershampoo

Met 100% natuurlijk kinder-extract. Nee, calendula. Maar fijn! Als shampoo, scheerschuim en als sopje voor die ene keer in de vier weken dat ik mijn kinderen in bad doe.

En meer heb ik inderdaad niet nodig!

Late lente – zomer – vroege herfstgarderobe (project 333-achtig)

Ik hing lekker in de hangmat, lichtelijk smorend in de 32 graden die het is volgens de thermometer en mijn voorliefde voor zwart. Ik zit nu binnen, wegens slapend kindje boven en een man die op het bootje aan het hobby’en werken is. Drie dagen geleden liep ik nog op mijn winterlaarzen met een muts op mijn hoofd en dat was niets geks!

Waarmee ik bedoel te zeggen: het weer is nogal wisselvallig en alleen vijf jurkjes in de kast hangen is een minimalistisch gezien zeer verantwoorde optie maar het kan nogal fris wezen in deze regionen.

Half september wissel ik weer wat dingen om: lange maar luchtige rokken voor een leren broek en de flip flops voor hoge warme laarzen en armloze shirtjes  voor truien. Maar nu nog effe niet! Asjeblieft zeg.

Project 333

Dat kwam van dit blog, waar je 33 kledingstukken hebt om 3 maanden mee door te komen. Toen ik ermee begon vond ik 33 zo weinig maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Nu heb ik minder dan dat voor een langere periode, en vind het nog veel.

Het heeft me in elk geval doen inzien dat je absoluut geen grote hoeveelheid kleding nodig hebt om elke ochtend iets te hebben om aan te trekken. Integendeel!

Ik zou met minder uit de voeten kunnen maar houd ook wel van enige afwisseling. Meestal liggen er zo’n 30 kledingstukken (gewone kleding, schoenen, jassen en accessoires) in mijn kast.

Ik draag nu (niet alles tegelijk):

  • Lange rok, groen (kringloop)
  • Lange rok, zwart (kringloop, made in italy in maat XXXXL, malle italianen!)
  • Korte rok, zwart (H&M)
  • Legging (Akasha, etsy)
  • Tie-dye broek, allerlei kleuren (Sew Red, etsy)
  • Spijkerbroek, zwart (kringloop)
  • Nepleren broek (H&M)

  • Dunne blouse, grijs (kaffe)
  • Blouse, donkergroen (g star)
  • Blouse, zwart (kringloop)
  • Longsleeve, zwart (2) (kringloop)
  • Lang mouwloos shirtje (kringloop)
  • Mouwloos shirtje (comma)
  • Arch Enemy shirtje (large)
  • Jurkje, groen (patagonia)

  • Vest, zwart (cubus)
  • Vest, grijs (kringloop)
  • Wollen poncho (kringloop)

  • Flip flops voor naar het strand (havaianas)
  • Sandalen voor in en om huis (savopoulos, etsy)
  • Pumps-achtige dingen (El Naturalista)
  • Enkellaarsjes (gabor)
  • New Rock laarzen
  • Hooooge laarzen
  • Tasje
  • Muts, zwart
  • Sjaal, zwart
  • Ring
  • Regenjas

Het is echt meer dan genoeg! Ik draag alles. Met plezier.

Sentimentele spullen opruimen

Sommige dingen zijn nooit af. Je huis, volgens de klusreclame. De was, volgens mij. En minimaliseren!

Zorgeloos met minder spul

Gaandeweg werd het makkelijk om ook de ‘moeilijke’ dingen weg te doen. Dingen die me niet in de weg lagen, maar toch ook wel. Het voelt een heel stuk beter om die dingen niet meer met me mee te dragen. Lichter. Relaxter. Zorgelozer want ik hoef me nooit druk te maken om verlies, brand, beschadiging of vermissing.

De trouwjurk die ik kreeg van een ‘tante’ met wie niemand van mijn familie nog contact heeft. Schoenen die ik van de man kreeg maar waar ik echt niet op kon lopen. Foto’s. Een overschot aan babykleertjes. Erin passen gaan ze echt niet meer! Het compleet uitgevallen boeket bosje rozen dat met onze trouwdag op de motorkap van de auto lag.

De kraamverslagen van de kinderen. Van de vierde heb ik niets, behalve het briefje van de verloskundige van tijdens de bevalling en weet je wat? Het maakte geen reet uit!

spullen van andere mensen

Ik vind het ook niet prettig om spullen van andere mensen in huis te hebben. Het sleetje dat mijn opa voor me maakte wel, al glijdt het voor geen meter over dikke sneeuw op bosgrond 😉 De opscheplepels van oma ook. Maar geen dingen die door iemands overlijden ‘mijn’ zijn geworden.

Ik ben niet mijn spullen, mijn spullen zijn niet mijn herinneringen en mijn blijheid zit niet in dingen.

Maar stel dat je van die spullen af wil. Die spullen waarvan je het eigenlijk niet kan maken om ze weg te doen. Vind je zelf. Omdat… je ze ooit van iemand gehad hebt. Omdat ze ooit van iemand geweest zijn. Omdat ze je doen denken aan een tijd die nooit meer terug komt.

Spullen die je zolder en de bodem van de kast bevolken.

  1. Bedenk waarom je het bewaart. Word je er echt blij van? Warm van binnen en dankbaar en sentimenteel op zo’n manier dat je ze eigenlijk een betere plek zou willen geven? Of ligt het vooral in de weg (fysiek of in je hoofd) maar voel je je bezwaard het weg te doen?
    Stel, je had Het Ding nooit gehad. Zou je het dan nu willen hebben als iemand het je gaf?
  2. Besef dat het een levenloos voorwerp is. Het heeft alleen waarde als jij die zelf eraan toe kent. Het helpt je misschien een tijd of persoon te herinneren maar daar heb je dat voorwerp niet voor nodig.  Misschien helpt het om herinneringen op te schrijven om te beseffen dat je zonder Het Ding kan.Je was gehecht aan een persoon of had een heel fijne tijd in je leven. Je hechten aan een ding is een surrogaat daarvoor. Je oma komt niet meer terug, je kinderen worden niet meer klein en je wordt ook nooit meer 20 op je studentenkamertje, wat je ook bewaart.Jammer, maar zo rolt tijd.
  3. Je hoeft ook niet alles te herinneren. Je hebt maar een leven en dat is je leven nu. Niet gisteren, niet morgen, niet over een half uur en niet 30 jaar geleden. Het is voor het belang van je leven ook beter om dat te beseffen en niet te veel met het verleden of de toekomst bezig te zijn, vind ik.
    Alles is vergankelijk.
  4. Je spullen gaan toch een keer weg. Er komt een moment dat je ze op moet ruimen. Omdat je kleiner moet gaan wonen.
    Of je zadelt je kinderen op met al die spullen als je zelf naar een aardewerken pot bent verhuisd. Maar of je dat je kinderen wil aandoen?Het is een rustgevend idee als je weet dat een complete verhuizing in een paar dagen gedaan kan zijn, in plaats van een half jaar om alles uit te zoeken.
  5. Digitaliseer. Verklein. Minimaliseer. Gebruik.
    Maak een foto van de visspullen van opa en geef ze aan een visser. Bewaar een van die lelijke kerstballen van je oude tante in plaats van een doos vol. Scan tekeningen in van je kind, verklein ze en laat een collage ervan afdrukken. Bewaar de nuttige dingen en gebruik ze ook. Geef het mooiste erfstuk / knutselwerk een prominente plek en doe de rest weg. Draag je oma’s sieraden in plaats van die H&M’etjes.Digitaliseer de oude foto’s en deel ze met familie. Gebruik technologie om ze helderder te maken en bekijk ze gezellig met familie op je tv in plaats van op 8 x 5 centimeter. Vertel verhalen erover.
  6. Of op zijn Marie Kondo’s: bedank de spullen voor de rol die ze hebben gespeeld in je leven.
    Het is mooi geweest, leuk dat je er was, even goeie vrienden, doei.  Je hoeft je niet schuldig te voelen omdat je iets niet meer gebruikt of in je leven wil hebben.
  7. Vind je het moeilijk om dingen weg te doen? Doe dan iets leuks als je weer een stap hebt gezet in het opruimen. Doos met sentimenteel spul doorgeworsteld en afscheid genomen van dingen? Vier het met een bos bloemen, goeie thee of gewoon een sixpack bier. Voor in je leven NU, weet je 😉
  8. Als je bang bent voor de reactie van anderen, is het lastig om dingen weg te doen. Maar als andere mensen zich boos maken omdat jij je eigen spullen weg doet in plaats van blij te zijn voor jou dat je je er beter door voelt, moeten ze nog eens even bij zichzelf ten rade.
  9. Wees niet bang om een bepaalde periode uit te wissen. Negatieve brieven te verbranden, foto’s of complete albums met eikels (m/v) te verscheuren.
    Weet ik nog een mooie soundtrack bij!

leeg / duurzaam

Het idee heel weinig nodig te hebben vind ik heerlijk. Rustgevend en creatief makend tegelijk. Een huis met alleen je hoognodige spullen is een ongelofelijk fijne investering in een aangenamer, rustiger en spaarzamer leven wat mij betreft.

Maar hoe leeg wil je het hebben? Wat mij betreft kan er nog veel meer weg maar dat zijn spullen van de man 😒 Het overgrote deel van de cd’s die we nooit meer luisteren, de belachelijke verzameling autopoetsmiddelen en al die modelbouwfriemeldingetjes bijvoorbeeld.
Hij zou mijn minimaliseerwoede het liefst wegdoen, dus we vullen elkaar prima aan.

Gereedschap!

Behalve die dingen, hebben we nog meer leuks!
Een grote verzameling gereedschap. Schroeftollen, boormachines, zagen, frezen, tangen, sleutels en aanverwante artikelen. Zesmiljoen schroefjes en moertjes maar nooit de maat die nodig is en 165 meter verlengsnoer bij elkaar.

En 99% van de tijd, liggen ze daar maar een beetje plek in te nemen. Maar die ene 1%, zijn ze superhandig!

Schade

Een slecht gerepareerde oude schade zorgde ervoor dat onze auto van binnen werd opgevreten.
Een goede garage vinden is ook hier lastig en de merkgarage gaf aan dat het werkje 20.000 a 30.000 kronen zou gaan kosten.

Waah!

De man bestelde een nieuwe dorpel van 20 euro, besteedde een deel van zijn zondagochtend aan het wegslijpen van de oude zodat de nieuwe door een kennis erin gelast kan worden en tadaa: we zijn weer goed om te gaan.

Bewaren of weer kopen?

Sommige dingen nemen ruimte in, maar helpen om dingen zelf te kunnen doen. Of zorgen ervoor dat ik dingen niet steeds opnieuw hoef te kopen.

Zoals de tas met cadeautasjes en slingers 🙂 We hebben 1 lelijke plastic vlaggetjeslijn en twee stoffen die we keer op keer op keer gebruiken. Vroeger kon dat ook met papieren slingers, herinner ik me van mijn eigen kinderverjaardagen.
Cadeautasjes kunnen we ook keer op keer gebruiken, in plaats van cadeaupapier.

Ik heb een naaimachine. Leuke kleertjes maken is niet aan mij besteed, maar om zelf wasbare doekjes, kerstsokken of kussenhoezen te maken is ie hartstikke fijn.

Keukenapparaten

Keukenapparaten, ook zoiets. (en er nu achter komen dat ik nog brood had moeten maken. Te laat. He, jammer. Moeten ze weer pannekoeken 🙁 )
Die apparaten nemen veel plaats in, maar brood maken is zo veel aangenamer als je die plakkerige troep niet zelf hoeft te kneden. Hierdoor hoef ik geen duur brood uit de winkel te kopen en dat scheelt me veel geld!

Ik heb het idee dat ik een stikgoeie verantwoorde moeder ben als ik de kinderen hun groentensapjes naar binnen laat werken. Das ook wat waard! Het is geen klein apparaat, maar zijn plaats meer dan waard. Hoezeer een minimalistische keuken volgens sommigen alleen akoestisch zou moeten zijn. Ja, whatever.

Nog meer spul

Ik heb meer glaasjes dan we op een dag gebruiken maar als er een kinderverjaardag is of mijn ouders zijn op visite, zijn ze heel handig.
Ik bewaar glazen potjes om eten in te bewaren. Ik heb een lelijk zeil voor op tafel in de vakantie, als er veel aan tafel wordt geverfd en geknutseld.

Allemaal dingen die we heel vaak niet nodig hebben, maar die heel soms heel goed van pas komen.

Als ik het een jaar niet meer gebruikt heb, zou ik het makkelijk weg doen. Zo lang het echter met verjaardagen, visites, vakanties of andere gelegenheden met een v uit de kast komt, vind ik het de moeite waard van het bewaren.

Kinderkleding bewaar ik geen drie jaar voor de volgende. Te veel gedoe en de kwaliteit wordt niet beter van drie jaar in een doos.
Schoenen bewaar ik wel omdat die duurder zijn en niet altijd tweedehands te vinden. Het is een afweging tussen minder zooi / minder geld uitgeven / milieubewuster leven.

Het doel?

Het doel is niet een huis zonder spullen maar een huis zonder overbodige spullen. Omdat dat makkelijker is.
Elke keer opnieuw wegwerpservies of cadeaupapier kopen kost veel meer tijd en geld dan weer dezelfde dingen uit de kast trekken en is dus niet makkelijker.

Een bijkeuken vol gereedschap -en de handige man- zorgen ervoor dat de auto voor 100 euro in plaats van 3000 euro kan worden gerepareerd. 2900 euro is een boel geld voor een lege bijkeuken 😉

Ik doe dus maar wat me het makkelijkste lijkt, eigenlijk.

Huistoer: woonkamer

Oh ja, dat was ik aan het doen. Een huisjetoer. (En dat bier, moet ook nog gebotteld.)

Hier de hal. (inmiddels is ie helemaal anders, de schoenenrekken en trofast kasten zijn weg en ik heb een grote ladenkast in plaats ervoor  gezet.) Nog meer ruimte!

En hier de keuken.

We hebben een fijne woonkamer. Mooi uitzicht, veel ruimte en heel veel licht. Het enige nadeel is dat groot ook betekent ‘veel te verwarmen’ maar daar doen we niet moeilijk over.

Er is een dubbele deur naar het balkon, de deur naar onze slaapkamer (we hebben een gelijkvloerse bejaardenslaapkamer), een schuifdeur naar de keuken en een deur naar de gang.

De bank kochten we in november voor 400 euro. Is van een Deens merk waarvan ik de naam vergeten ben, maar we zijn er erg blij mee.

De tafel is een tijdje weg geweest, maar ik heb hem toch weer in elkaar geschroefd. Ik kan niet zo goed zonder salontafel. De man klaagde ook. En bovendien stootten we onze hoofden tegen de lamp.

Speelgoed staat achter de bank:

(update: de enorme tafel is toch weg, ik heb een kast van boven neergezet waar ook onze LP’s en boeken in konden) Bonus: we luisteren vaker een plaatje.

In de kasten achter de bank staan cd’s. Ja, helemaal vol. We luisteren eigenlijk weinig cd’s meer. Overdag vind ik het vaak te onhandig, de kinderen verstaan mij niet meer en andersom en ’s avonds kijken of luisteren we vaak iets via internet.

en van vloeroppervlak 😉

In de vitrinekasten woont modelbouwspul van de man. Een hobby die ook al een tijd stil ligt maar dat komt omdat Toetje altijd bij hem in slaap viel. Dat moeten we ook eens anders gaan doen want ze loopt steeds vaker om half 10 nog de clown uit te hangen en de avond te vergallen 😉

De houtkachel is een beetje saai. Als we zelf een nieuwe betalen, betaalt de eigenaar van het huis de installatie. Hmmm. Moeilijk, moeilijk…

Mijn planten staan nu op een andere plek omdat ik dacht dat het te licht voor ze was. Het zijn schaduwminnende planten.

Kaarsen brand ik tijdelijk niet.De combinatie brandende kaars in iele kandelaar + kat + houten huis vind ik te riskant. Bovendien, zo gezond is het allemaal niet. We zien in oktober wel weer verder 😉

Het vloerkleed staat nu het zomer wordt (haha, fokking 2 graden buiten en tot begin juni niet warmer dan 10 graden) opgerold beneden.

Dus. Eigenlijk best saai!

Beginnen met minimalisme?

Zeker in een gezin is een flinke dosis minimalisme vreselijk handig. Een soort sneeuwbaleffect van minder dingen dat je leven mooier maakt. Minder te onderhouden, minder te kopen, rust in je hoofd, kinderen die tevredener zijn… Het is bijna magisch 😉

Maar na jaren van verzamelen, handig opbergen, wegmoffelen en nog meer opbergruimte creëren, lijkt het in eerste instantie onmogelijk om het ooit op orde te krijgen. Dat is echter geen goede reden om het dan maar zo te laten en je idee van een makkelijk te onderhouden huis met meer vrije tijd dan maar te vergeten.

bedenk het zelf

Wat je moet houden en wat je moet wegdoen, moet je helemaal zelf bepalen. Wat je belangrijk vindt, verandert in de loop der jaren, je bezittingen nemen toe of af afhankelijk van de fase waarin je leven zich bevindt en dat is prima.

Er is geen magisch getal van het aantal kledingstukken, speelgoedjes, herinneringen, souvenirs of boeken dat je moet hebben.

Zie die lijstjes of house-tours als inspiratie en niet als regels.

Er is geen beste manier om te ruimen. Ik zou kriegel worden van een kastje per dag, of een kookwekker die me vertelt dat ik een half uurtje moet ruimen. Liever even chaos en keihard doorwerken, maar dat kan voor anderen weer ontmoedigend zijn. Ken je sterke en zwakke punten en pak het op jouw manier aan.

meer aandacht aan minder dingen

Wat ik belangrijk vind, is niet echt veranderd. De hoeveelheid aandacht die ik geef aan dingen die ik belangrijk vind, wel. Ik maak me zelden druk om (nieuwe) kleding maar besteed wel veel meer tijd aan gezond eten.
In huis rommelen vind ik zo nu en dan best leuk maar ik hoef nooit spullen te organiseren die ik niet nodig heb. Allemaal fijne veranderingen.

jeej, leuke minimalistisch verantwoorde projectjes!

Je hoeft niet obsessief je huis leeg te ruimen en naar de kringloop te rijden als je dat niet leuk vind. Maak er iets leuks van. Bijvoorbeeld:

  • Geef je kinderen een minimale garderobe. Hoe minimaal hangt af van je kind. De een kan met 5 outfits de week door en de ander met 15. Maar: doe de ongedragen, afgedragen excuusdingen en de overdaad weg zodat je door de bomen het bos weer ziet.
  • Ruim je keuken leeg en houd hem opgeruimd. Gebruik de lege ruimte niet om weer vol te zetten, maar geniet van de rust. Bewaar wat je minimaal wekelijks gebruikt en zet de rest weg. Bevalt het, doe het dan definitief de deur uit. Is het te veel in een keer, begin dan met je borden, of apparaten.
  • Houd in je hal maximaal twee paar schoenen per persoon en 1 jas aan wat er mag hangen, als dat een punt van frustratie is. Een lege plek op een rek zoeken waarbij er vier jassen en een plu naar beneden flikkeren: zo! irritant!
  • Experimenteer zelf met een capsule wardrobe. Neem 25 fijne, goed te combineren kledingstukken (inclusief jassen en schoenen, exclusief ondergoed en sportkleding) en kijk of je hiermee een maand door kan. Daarna besef je misschien juist, dat je al die ongedragen kleding in je kast helemaal niet nodig hebt.
  • Minimaliseer een makkelijke ruimte, zoals je slaapkamer. Geen enorm project maar wel een dankbare. Gaan slapen in een ruimte zonder afleidende spullen en rommel in de vorm van slingerende kleding, oude tijdschriften en nutteloze kussentjes is een weldaad voor je brein.

Ik bedoel maar: doe het op zo’n manier dat je er blij van wordt. Het heeft geen zin om jezelf te frustreren omdat je 30 jaar verzamelen niet in 3 dagen hebt opgeruimd of omdat je huis er niet zo uitziet als dat op de plaatjes.

Als je ziet hoe veel makkelijker je kinderen zich aankleden, (of jijzelf) of hoe veel eenvoudiger het uitruimen van je vaatwasser wordt, geeft dat vanzelf motivatie voor andere, minder leuke projecten als garages, zolders en achter schotten.

Begin gewoon en zorg dat je er plezier aan beleeft.
Vergeet je doel van een rustgevend en opgeruimd huis niet, maar doe wat je doet met plezier en bovenal, vergeet schuldgevoel.

En dan komt het vanzelf goed 🙂

Anuschka Rees – the curated closet

Ik las toch een leuk boek! Het is van de schrijfster van het blog Into Mind, Anuschka Rees en het gaat erover hoe je ideale, perfecte, duurzame garderobe samenstelt.

De insteek

Als je zulke dingen leest, krijg je vaak van die suffe lijstjes van ‘wat er niet in een garderobe mag ontbreken’. Moet je een blazer kopen, een zwart jurkje en drie sullige broeken in flauwe kleuren plus een paar ballerina’s en dan komt alles goed. Ze vertelt ook niet hoeveel je moet hebben of welke combinaties je moet maken.

Maar: niets van dat alles. Aah, heerlijk!

Ze heeft een eenvoudig stappenplan voor hoe je De Perfecte Garderobe creëert. Eentje die precies past bij het leven dan je leeft, die op maat gemaakt is, met tijdloze stukken die jaren meegaan.

Het enige dat het kost, is wat tijd en zelfs die heb je eruit, als het je twee miskopen bespaard heeft. En dat zal het zeker!

Hierdoor is het boek echt voor iedereen, van sad old goth tot superhip modemeisje. Voor mensen die leven voor mode en mensen die na vijf minuten in een kledingwinkel depressief zijn geworden.

Stappenplan

Je begint met het zoeken van plaatjes van kleding of stijlen die je leuk vind en zelf zou willen dragen, online of in tijdschriften en boeken.
Ze laat je kijken naar wat het is dat je daar leuk aan vind. De hele ‘look’, een detail, de kleur, de stoffen, de sfeer? Weten wat je leuk vind, is zo handig. Hieruit kan je een bepaalde stijl ‘filteren’ en dat schrijf je op.

Ze geeft geen handleiding voor wat je moet kopen, maar wel waar je op moet letten.

Ga eens op een rustige dag naar een winkel en pas daar alles dat voldoet aan de criteria van ‘leuk’. Pas de kleding. Wat staat mooi en wat niet?
Een maxijurk is misschien hip maar als je je er een slons in blijkt te voelen, schrap het dan van je lijstje en kies iets dat wel bij je past.
Koop nog niets, maar check of wat je denkt mooi te vinden ook bij je past en pas je je lijstje eventueel aan.

Tips bij het kopen van kleding

Daarna volgen er allerlei handige tips om de juiste kleding te kiezen. Bekijk wat je doet in een week. Werk je fulltime op kantoor en woon je in de stad, dan heb je weinig aan geinige Hunter kaplaarzen.
Heb je kleine kinderen en ga je weinig uit, geef dan je geld uit aan goede en comfortabele kleding in plaats van het zoveelste paar hoge hakken en hip jurkje dat je voorlopig toch niet draagt. Kies kleding voor het leven dat je hebt, niet voor een fantasiewereld.

Maar er is meer!

Winkelen voor mensen die winkelen haten.
Winkelen voor mensen die koopjes jagen (doe het niet!)
Hoe je compromisloos kleding koopt.
Hoe je een capsule wardrobe samenstelt.
Hoe je goede kwaliteit kleding herkent, zoals goed geweven katoen, stevige zomen en leer van kwaliteit.
Hoe je een nieuw kledingstuk op nut kan beoordelen, door bijvoorbeeld minimaal 3 outfits met spullen die je al hebt ermee samen te kunnen stellen. (dus niet denken dat je er nog wel een broek en een paar schoenen bij shopt)
Hoe je stopt met winkelen uit verveling, om iets te vieren of om andere non-redenen.
Welke kleding je wel kan laten innemen of verstellen en welke niet. Welke voering en naden goed gemaakte kleding heeft zodat de pasvorm optimaal is en hoe je het herkent.

Wat ik ervan heb opgestoken

Het is een erg leuk boek om te lezen. Hoewel ze niet per definitie spreekt over een minimalistische garderobe, is goed kiezen en kiezen voor kwaliteit de rode draad in dit boek. Mits je onbeperkt de ruimte of het budget hebt, koop je dan sowieso al minder dan wanneer je de aanbiedingenrekken leeg graait.

Ik koop het liefst kleding bij de kringloop. Dat het dan na een jaar niet meer te redden kaput is, vind ik dan niet zo vreselijk. Iets nieuws is uiteindelijk ook best eens leuk.
Maar, ook bij de kringloop hoef je evenmin dingen te kopen die je niet nodig hebt, of dingen te kiezen die slecht gemaakt zijn, of dingen waar je helemaal niets bij hebt om te dragen.

En dingen die je echt veel draagt, mogen ook best wat kosten. Daarom is investeren in bepaalde stukken echt de moeite waard. Het bespaart je uiteindelijk een boel geld en de frustratie van uit elkaar vallende of slecht zittende kleding.

Ik koop de komende tijd niets nieuws, want ik heb nog genoeg waar ik heel blij mee ben. Maar als mijn nepleren rok definitief overlijdt en de gaten in mijn legging niet meer kunnen worden gerepareerd, ga ik haar adviezen ter harte nemen en op zoek naar exemplaren waar ik de komende 10 jaar mee vooruit kan. Dat zijn de kleren die ik heel vaak draag en daarbij is het dan ook lonend erin te investeren.

Jaja, blabla. Dus?

Een dikke aanrader voor iedereen die wel eens kleren draagt!

Hier te koop, onder andere.

Het Cadeautje voor het Broertje

Mijn kleine broertje wordt dertig. Ik weet niet of het dan nog officieel een klein broertje is, maar hij blijft vijf jaar jonger dus: klein broertje hij is.

Hij is net zo gek als ik op verjaardagen, visite en feestjes en heeft ook weinig materiële wensen. Maar wat geef je dan, als je toch iets wil geven?

Niet dat ik nu per se iets wil geven, maar ik had een goed idee.

Een tijdje terug kreeg ik een scheermes dat al langer op mijn verlanglijstje stond en herinnerde me dat mijn opa er vroeger zo een had.

Mijn opa was heel erg mijn broertjes lievelingsmens en alles wat opa ooit heeft gehad of gemaakt wordt best een beetje geëerd door hem.

Toen mijn opa overleed, is het huis leeggemaakt en mijn vader heeft Het Scheermes in een van zijn drie bakken met scheermessen gestopt want om een onverklaarbare reden spaarde hij (wegwerp) scheermessen. En hij heeft er VEEL.

Ieder zijn hobby 😉

Maar ik was blij dat hij het scheermes had bewaard. Met een zilverpoetsdoek maakte ik de gladde delen weer helemaal glimmend. Met baking soda en water poetste ik het ruwe gedeelte en toen was ie als nieuw. De scheerkwast stopte ik in heel heet water zodat de bladderende vernislaag losliet. Hij was weer prachtig wit daarna. En schoon. Mesje erin: als nieuw!

Mijn moeder diepte de scheerkan van haar opa op.

En toen had ik een prachtig cadeautje voor het broertje. Een familie-erfstuk-super-duurzaam-gratis-weldoordacht-zelfgepoetst cadeautje.

Ik was erg content met mijzelf.

Mijn broertje was dat ook, met zijn cadeau. Hij was helemaal blij om geen wegwerpscheermesjes en uit elkaar vallende scheerkwasten te hoeven gebruiken en dat het van De Opa is geweest maakte de leukheid compleet.

Dus ja, wie wat bewaart heeft soms wel wat 😉

De wat-als

In ons vorige huis had ik uit praktische overwegingen twee dekbedhoezen per persoon. Maar hier heb ik een droger en een overdaad aan drooglijntjes en rekjes die al in het huis aanwezig waren. En veel zon, als er geen wolken voor zitten.

Die tweede set beddengoed is dus compleet overbodig, ik gebruik het nooit meer. ‘Wat-als de kinderen gaan kotsen over hun dekens?’ dacht ik bij mezelf toen ik hun nut overwoog.
In het ergste geval gebruiken we dan het dekbed van opanoma dat hier ligt. We hebben extra dekens voor op de bank en op de boot ligt het een en ander. Bovendien zijn ze wat ouder: mikken (in een emmer) lukt steeds beter!

De extra sets kunnen dus probleemloos worden doorgegeven. Jee, meer ruimte in de kasten.

We houden zo veel voor wat-als.

Wat-als er volgend jaar geen kinderschoenen meer verkocht worden? Dan houden we dat afgetrapte paar van grote broer maar. Voor zijn zusje, ja.
Wat-als ik dat rare parfumluchtje opeens wel lekker ga vinden? (hint: gebeurt niet)
Wat-als ik opeens wel vruchtenwodka ga drinken of cocktails leer shaken? Wat-als iemand wil weten wat er met de Gulle Gave is gebeurd?
Wat-als de kinderen opeens wel met dat lelijke stuk plastic van zolder willen spelen? (dan zeg je: nee, dat is weg. ga maar lekker naar buiten doei)
Wat-als ik opeens weer wil gaan borduren met dat twintig jaar oude muffe half vergane garen?
Wat-als oma uit haar graf opstaat en haar verzameling theelepeltjes komt claimen? (ook die kans is vrij gering)
Wat-als die trui volgend jaar opeens wel een favoriet blijkt te zijn? (ja, die met de te lange mouwen en kriebelige hals)
Wat-als mijn ledlampen het begeven? Draai je dan je gewone peertjes weer in?
Wat-als ik die kantoorspullen weer nodig heb? (behalve een -1- goede pen en een gaatjesmaker heb ik nooit kantoormaterialen nodig)

Je hebt maar een leven en dat is nu. Niet in de toekomst, niet in het verleden en je bekommeren om spullen die ooit in je leven pasten maar nu niet meer of om spullen die je ooit nodig zou kunnen hebben in een toekomst die niemand kan voorzien, is gewoon zonde van je tijd.

Het leven is te kort daarvoor! Ook voor het dragen van stinkende luchtjes en kriebelende truien. Het poetsen van overbodig tafelzilver. Het opdrinken van vieze drankjes. Het organiseren van stukken incourant speelgoed en rollen met oud behang. Het optillen van 50 beeldjes in je vensterbank om te stoffen. Het doorzoeken van een bak met 25 panties op zoek naar die ene fijne. Het zoeken naar een plek voor spullen die eigenlijk helemaal geen plek verdienen in je huis.

Hoe erg is het eigenlijk als iets er niet meer is? Je bepaalt zelf hoe erg je dat vindt. Het is maar een ding. Het is niet eens een herinnering, want die zit in je hoofd. Een stuk papier, een stuk textiel, een stuk metaal. Boeiend. Wees blij dat de materialen opnieuw kunnen worden gebruikt, voor iets dat hopelijk wel nut heeft.

Als het je niet blij maakt, heb je het niet nodig*

*behalve administratie, maar dat hoeft ook geen onoverkomelijk probleem te zijn

Zero Waste Home – Bea Johnson

Onlangs kocht ik het boek van Bea Johnson, Zero Waste Home. Uiteraard netjes op mijn laptop leesbaar in de kindle cloud reader van Amazon.

Ik volg haar al een hele tijd en vind wat zij doet ongelofelijk gaaf: ze produceert amper afval met haar vierkoppige familie en doet dat in een prachtig oud, wit met groen minimalistisch huis. Niets geen bakken vol recyclespullen en goedbedoelde oude meuk die wacht op een nieuwe bestemming daar!

Het credo is Refuse, Reduce, Re-use, Recycle, Rot.

Refuse: Weiger dingen die je niet nodig hebt en dingen die het milieu schaden. Van plastic kleding tot goodiebags tot groenten verpakt plastic: als je het niet aanneemt hoef je je er niet druk om te maken en hoef je je er ook niet van te ontdoen. En onthoud daarbij dat uit het zicht niet betekent dat het ook echt weg is, je afval.

Reduce: Als je iets gebruikt, probeer het gebruik ervan dan te verminderen. Vervang je wegwerpspullen door wasbare varianten. Koop tweedehands en koop niet meer dan je echt nodig hebt. Deel je spullen of deel je huis als je zelf op vakantie bent. Wees creatief met hetgeen dat toch je huis in komt. Ga fietsen, in plaats van met de auto. Koop in grote verpakkingen om afval te verminderen. Laat dingen gaan die je niet gebruikt. Minder kleding of een kleiner huis betekent minder te repareren en te onderhouden. Iets kopen maar ook iets gratis aannemen is stemmen voor de wereld die je wil.

Re-use. Als je iets dan toch al hebt, hergebruik het dan. Kies voor dingen die je op meerdere manieren gebruiken kan. Repareer je kapotte spullen. Het ‘groenste’ ding is hetgeen je al hebt, uiteindelijk. Deel!

Recycle. Geen hobby van Bea maar soms kan het niet anders. Het doel is om zo min mogelijk recyclebaar afval te produceren maar gelukkig is ze niet te dogmatisch: als het niet anders kan, dan moet het maar. Maak jezelf bekend met het recycleprotocol van de gemeente waar je woont want recyclen nog een delicaat proces. Hoed je voor ‘biologisch afbreekbare’ producten die dat vaak niet zijn.

Rot. Jeej, rotten! Composteren. Compost is fijn voor je plantjes, voor de aarde, voor iedereen zo lang je het netjes doet. Het is geen raketwetenschap en in haar boek geeft ze handige tips.

Het leuke van haar boek is dat ze nergens preekt en op behalve nogal overduidelijke feiten na (de wereld gaat op deze manier naar de kleaute) niet doempreekt of schuldgevoelens aanpraat.

Haar levensstijl lijkt in tegenstelling tot wat je zou denken, erg makkelijk. Ze leeft minimalistisch. Over haar garderobe heeft ze bijvoorbeeld goed nagedacht: natuurlijke stoffen, laagjes die over elkaar kunnen worden gedragen, bij elkaar passende kleuren en materialen die niet specifiek voor de zomer of de winter zijn en zo jaarrond kunnen worden gedragen.

Er staan in haar huis zo min mogelijk spullen op de grond wat het vegen van de vloer (een stofzuiger verbruikt stroom en stofzuigerzakken) vergemakkelijkt. Ze gebruikt hetzelfde product voor zo veel mogelijk doeleinden, zoals azijn en castilezeep.

Deze levensstijl maakte haar en haar familie gezonder, rijker en ze hebben meer tijd voor elkaar. Hoe fijn is dat! Zero waste is bij haar geen opgave, maar een manier om eenvoudiger, aandachtiger, milieubewuster en vooral plezieriger te leven.

Ook besteedt ze aandacht aan de reacties van anderen en hoe hiermee om te gaan. ‘Zjust say dzet I do not ‘ave a trashcan‘. Ja, haar Franse accent vind ik erg leuk.

Zero Waste is bewuster leven, maar geen opgave. Het geeft juist meer gemak.

En wat heb ik ervan geleerd?

Wel, best wel wat! Ik erger me ook aan overbodige plastic verpakkingen maar ik koop ze soms wel. De keuze kan ook nogal erg beperkt worden als ik het niet doe maar bewuster kiezen kan zeker wel. Gewone tomaten in herbruikbare zakjes kopen in plaats van verpakte cherrytomaten en alleen druiven nemen als ze onverpakt worden verkocht. Gewoon, altijd! Fuck you, met je plastic bakjes!

Ik heb voor dingen waar ik (soms) wegwerp voor gebruikte, wasbare alternatieven gekocht en in gebruik genomen. Geen wattenschijfjes, wegwerpluiers en keukenpapier meer hier! Ik heb me het RSI gesokkenstopt deze week voor The Greater Good 😉

Veel dingen deden we al wel. Of niet. Ik gebruik geen aluminiumfolie, plastic folie of flessenwater. We kopen al het nodige tweedehands, maken veel zelf en drie bosbessen in een halve kilo plastic: geen haar op mijn hoofd die eraan denkt dat te kopen.

Zelfs hier in Noorwegen waar alles in plastic lijkt te zijn verpakt en leuke delicatessenwinkels of betaalbare speciaalzaken met een vergrootglas gezocht moeten worden, is het te doen om je restafval te minimaliseren.

Ik weet dat ik de wereld niet kan veranderen, maar ik wel mijn eigen aandeel in het kapot maken ervan beperken. Door mijn kinderen de geneugten van weinig meuk te leren. Door niet 33 generaties na mij nog op te zadelen met mijn oncomposteerbare spulletjes. Door minder vlees te eten. De mogelijkheden zijn eindeloos en het is een positieve vicieuze cirkel.

Ik vind het boek absoluut een aanrader, of je nu al jaren eenvoudiger leeft of net begint.

En voor wie daar geen zin heeft: fillempie! (het bekijken waard, zelfs al heb je geen enkele zero waste of minimalistische neigingen)

Ik moet kleren!

‘Boehoe, ik heb helemaal niets om aan te trekken’ miepte ik gisteren tegen de man. Die keek mij verwonderd aan want hoewel mijn kledingkast niet uitpuilt, ligt er toch genoeg dat de dag daarvoor prima voldeed.

Daarom deed ik wat elke vrouw zou doen: ik ging naar zalando.no en laadde mijn virtuele winkelwagentje tot de nok toe vol. Dat was dan 49.547 kronen alstublieft.

Shit.

Een beter plan had ik ook: (ik denk serieus soms na over dingen. nadenken over kleding voelt zo nutteloos maar het voorkomt miskopen als je een plan hebt).

Ik bedacht wat ik leuk vind, en draag.
In mijn geval simpele kleding. Geen ruches, overbodige knoopjes, bandjes of rare prints. Lange hemdjes en longsleeves. Geen doorzichtige of plastic-achtige stoffen, behalve soms een randje kant. Overhemden. Strakke rokken die niet omhoog waaien. Veel been goed, veel buik slecht. Stoffen die niet uittekenen, maar ook geen fladderdingen. Broeken met uitlopende pijpen en alles in zwart, grijs, donkergroen of donkerrood en in een fatsoenlijke kwaliteit.

Er zijn ongelofelijk veel leuke kleren en het is af en toe heus verleidelijk om die leuke dingen te kopen maar ik weet dat ik het in de praktijk nooit zal dragen.

Ik paste al mijn kleren.

Alles ja. Het voelt een beetje vreemd, terwijl de natte sneeuw tegen de ramen waait

Alles dus. Behalve wat in de was zit (dat draag ik dus vind ik het blijkbaar leuk) en waarvan ik zeker weet dat ik het graag draag zoals leggings, wollen truitjes en andere favoriete dingen.

Een paar dingen trok ik aan en dacht direct: nah. Die gaan richting kringloop, waaronder een echt te kort rokje, een panterprint topje (en die is zo gaaf!) en drie sjaals met gaten.

Alleen de fijnste dingen gingen terug de kast in. Gelukkig was dat het overgrote deel.

Ik besefte dat het wel meevalt en bedacht wat ik nodig heb:

Eigenlijk heb ik alleen maar fijne kleren, maar een paar extra dingen zijn erf fijn voor het voorjaar, zomer en de vroege herfst.

  • Een trenchcoat. Dan lijkt je gelijk zo netjes! Ik wil er al lang een.
  • Een nette zwarte broek voor als ik dingen draag die niet tot over de bip vallen.  Leggings are not pants! Mijn oude broeken waren me te groot geworden, maar ik had ze nog niet vervangen. In de winter draag ik uit praktische overwegingen zelden zulke broeken.
  • Een nette strakke rok tot boven de knie.
  • Een mouwloos truitje voor boven mijn groene rok die ik kocht voor een euro. Ik had hem nog niet gepast, maar hij is ideaal voor warme dagen en strand. Maar niet met zo’n lullig hemd erboven.
  • Twee lange longsleeves van goede kwaliteit. Ik draag die zo vaak, maar die ik nu heb zijn nog uit de tijd dat ik ze zes keer per dag omlaag trok voor de baby en zijn derhalve enigszins uit model.

Ik bedacht waar ik het kan vinden:

Sommige dingen zijn niet of nauwelijks tweedehands te vinden (de longsleeves en de lang gezochte trenchcoat), die koop ik nieuw. Met zwarte rokken, broeken en shirtjes hangt de kringloop vol, dus dat is een kwestie van een paar keer binnenlopen. Het hoeft ook niet in een dag gevonden te zijn.

Dus.

Vroeger kocht ik altijd maar wat dingen die ik leuk vond. Met als gevolg een wirwar van stijlen en dingen die ik afzonderlijk leuk vond maar niet kon combineren. Dita von Teese meets Janet Joplin meets Goth en dan uiteindelijk toch altijd dezelfde paar dingen dragen.

Als je weet wat je graag draagt en wat je staat en dingen kiest die onderling te combineren zijn, doe je minder miskopen.

En wees kritisch op wat je koopt. Als je het aantrekt en je staat er meteen aan te trekken, dan is het vermoedelijk niks.
Net als wanneer je in allerlei houdingen moet staan om te kijken of het dan leuk staat. Check ook de achterkant of iets niet strak trekt, lubbert of aftekent. Of wanneer je niets hebt om erbij te dragen.
Koop het alleen in de uitverkoop als je het ook voor de volle prijs zou kopen.

Snel snel….

het was best fijn om die eeuwige trui, broek en laarzen weer aan te trekken. hu, teringweer.

Ik heb een hekel aan winkelen en ben daarom geneigd om nogal snel iets goed te vinden om maar uit de winkel te kunnen. Maar uiteindelijk kost dat meer tijd omdat je vaak iets koopt dat niet helemaal naar je zin is.

Als ik meer tijd besteed aan bedenken wat ik nodig heb en iets echt moois vinden, heb ik er veel langer plezier van en juist minder nodig.

Het is raar maar waar.

 

Opa, oma en cadeautjes.

De meeste grootouders geven graag cadeautjes. Zo ook mijn ouders. En terecht, want (klein)kinderen blij maken, is leuk. Dat mijn ouders ze in de tijd dat ze bij ons zijn, extra willen verwennen, snap ik ook goed. Het meeste wat ze krijgen, wordt ook goed gebruikt of bewonderd.

Toch vind ik het soms lastig om hierin de kerk in het midden te houden. Waar ik misschien iets te vaak ‘nee’ roep, vindt vooral mijn vader niets leuker dan dingen voor ze kopen.

Gelukkig kunnen we wel wat tegen mekaar zeggen.

Ik vond bij de kringloop twee bordjes voor mijn ouders. Hierop staat ‘als mama nee zegt, vraag het aan oma’. Op het andere bordje (niet op de foto) staat ‘als oma nee zegt, vraag het aan opa’. It’s funny cuz it’s true.

De kinderen mogen echt wel extra verwend worden als opa en oma er zijn. Maar ik vind enige terughoudendheid aan de kant van grootouders als het gaat om ‘verwennen’ in materiële of eetbare zijn, best fijn. Er zijn zo veel andere dingen waarmee je de kinderen een plezier doet, uiteindelijk. Belangrijker dingen ook.

Want:

  • Het leidt af. Opa en oma zijn leuk omdat ze dingen doen die van mij niet mogen of waar ik geen tijd voor of zin in heb. Pannekoeken met belachelijk veel aardbeienjam, nog een koekje en nog een koekje en opblijven tot 10 uur. Dat is al tof genoeg. Praten over wat ze willen, wat ze mogen en wanneer fokt ze alleen maar onnodig op en ik vind het zonde, voor beide partijen, als opa en oma geassocieerd worden met veel krijgen.
    Het gaat niet om de cadeautjes. Juist niet.
    Ik denk dat een opa en een oma heel bijzondere niet-materiële dingen aan kinderen kunnen geven. Levenswijsheid, verhalen, zulke shit.
  • Het is niet nodig. Mijn opa en oma hadden niet veel te besteden, maar wel de tijd. Ik ging altijd (ja, altijd) met mijn opaatje naar de kinderboerderij in Terneuzen. Knoppie drukken bij het stoplicht, hertjes voeren en in de speeltuin spelen. Naar de bakker, het boertje en de Albert Heijn. En natuurlijk mocht ik wel eens wat. Achter de schermen financierde mijn oma best het een en ander. Maar toen ik klein was en bij ze logeerde, was dat nooit waar het om ging en ik heb het ook nooit gemist.
  • Het botst soms met mijn ideeën. Mijn moeder wilde laarzen kopen voor de jongen maar die waren vermoedelijk van pvc en dat wil ik niet aan hun lijf. Bovendien heeft ie laarzen. Ik voel me echt een bitch om te bellen dat ik het liever niet wil hebben. (maar ik deed het toch)
    Ik wil ook mijn ouders niet het gevoel geven dat ze niets mogen kopen voor ze, want dat is niet zo.Als ik het uitleg, dan begrijpen ze het gelukkig wel. Want echt niet dat ze daadwerkelijk willen dat de jongen op giftige ftalatenlaarsjes rondstapt. Gelukkig.
  • Het zorgt voor gezeik. Aan mijn hoofd! De oudste twee kregen vorige keer een Hele Grote Doos Lego. Fietje kreeg een klein setje. En terecht, ze is ook kleiner. Maar dat vond ze dus Heel Oneerlijk. ‘Waalom klijg ik een kleinele?’ ‘Gllll, omdat je kleinel bent! Basta!’
    Mijn vader merkte op dat ze steeds om dingen vroegen. Maar dat is helemaal niet des onze kinderens.
    Behalve Fietje, die zit nogal in een maggik-fase. We zeiden daarom steeds: ‘Vraag maar voor je verjaardag’. Dus nu vraagt ze bij alles of ze het voor haar verjaardag mag. Die is in januari. Dat is zo mogelijk nog irritanter.Ze vragen zelden ergens om maar ze vragen dingen aan mijn ouders omdat ze weten dat ze het heel vaak ook krijgen. Leuker worden ze er echter niet van.
  • Het zijn spullen. De meeste spullen voegen niet echt iets toe aan wat er al is. Als er vijf legosets half afgebroken in de kast staan dan is de kick van een zesde eventjes leuk, maar is ie toch een zelfde lot beschoren.Ik vind het dan leuker als opa gaat doen waar man en ik geen tijd voor hebben: het terug in elkaar zetten van de vijf andere sets. Gratis en net zo gezellig. Praktisch ook. Maar ja, ik gun hem ook wel het plezier van het geven van zoiets. Dat dan weer wel.

Het is geven en nemen. Letterlijk maar ook figuurlijk. Van mij mogen de kinderen niet zo veel en ik steek stokjes voor dingen waar ik kan terwijl mijn vader zegt ‘laat mij nou lekker’ en ‘wat moet ik anders met mijn geld’.

En dan zucht ik een keer diep als er toch die enorme legoset gekocht wordt. En mijn ouders zeggen soms gewoon ‘nee’ tegen de kinderen.

Zo komt alles toch nog goed 🙂

Multifunctionele kleren.

Kleren die overal bij passen: ik vind ze fijn! Niet dat alles nu maar multifunctioneel hoeft te zijn, dat zou ook maar saai wezen. Maar een paar dingen die altijd of heel vaak kunnen: jeej voor dat!

Mijn allerfavorietste dingen zijn deze:

Wollen truitjes!

Longsleeves van Pierre Robert. Gemaakt van wol. Heel erg zacht, licht en toch warm. Je kan ze meerdere dagen achter elkaar dragen dankzij de superdupergeweldige eigenschappen van wol!

Ik heb er drie en draag ze 90% van de tijd als het geen zomer is. Aan het einde  van de winter worden ze met de helft afgeprijsd. Ook altijd fijn.

Eerder had ik wat wollen kleding van Icebreaker, maar dat bleek vreselijk snel kapot te gaan. Deze zijn heel sterk, het enige dat het echt niet leuk vind is op veel toeren gecentrifugeerd worden, dan vervilt het. (en draagt je dochter ze met veel plezier, dat dan weer wel)

Leggings.

Op zich niet het meest charmante kledingstuk maar zo makkelijk, warm, veelzijdig en toch ook best heel erg leuk. Deze kocht ik bij Aakasha via Etsy. Ze worden gemaakt in Bulgarije, zijn dik maar niet te, prachtig gemaakt en lekker lang.

Deze zitten in de was, of ik heb ze aan. Leggings vind ik zo fijn omdat ik ze kan dragen met laarzen in een halve meter sneeuw, maar ook met luchtiger kleding. (je zal me niet zo gauw zien met blote benen en zomerjurkjes)

 

 

 

 

Laarzen.

Oh, deze laarzen zijn zo fijn! Ze zijn hoog, zo hoog dat je door bijna kniehoge sneeuw kan lopen ermee. Stukken fijner dan grote sneeuwschoenen en een sneeuwbroek!

kijk maar!

Ze zijn warm. Ze hebben profiel. Ze hebben een supersmalle schacht. Ze hebben geen ritsen of nutteloze versiersels. En toen ik ze kocht, waren ze tijdelijk geen 300 maar 110 euro. Ze zijn ook nog eens waterdicht en daarom tegenwoordig de enige schoenen die ik draag in de winter. Ze kunnen mee på tur, maar onder een rokje kunnen ze ook prima. Vind ik dan.

Ze zijn van het merk Alberville en worden gemaakt in Italië. In een echt klein schoenenfabriekje, zou het.

Vesten!

Ik draag ze veel liever dan truien, daarin voel ik me zo opgesloten. Bovendien is het een gedoe om uit te trekken als het warm is. Ik heb een lange witte, een half lange grijze en een half lange zwarte.

Ik draag ze het hele jaar door. Dit huis is wel warmer in de zomer, dus misschien gaan er dit jaar een paar vestloze dagen (weken?) zijn. Daar kijk ik eigenlijk best naar uit!

 

 

Handdoeken! (pestemals / hammam handdoek)

Te gebruiken als handdoek, strandlaken, tafelkleedje, picknickkleedje, sarong en als sjaal dus.

Bonus: snel drogend, super absorberend en heel klein op te vouwen.

 

 

Kinderknutsels minimaliseren?

De kindertjes vinden het heel erg leuk om te knutselen en te tekenen. En ik vind dat weer leuk, want goed voor de hersentjes, de motoriek, creativiteit en bovendien maken ze dan weinig ruzie en zeuren ze niet aan m’n hoofd over leuke dingen doen. Vooral dat laatste, eigenlijk.

Wegdoen / bewaren

De meeste tekeningen doe ik makkelijk weg.
De kinderen vinden dat niet leuk. Als er eentje in de prullenbak zit was dat natuurlijk net de Allermooiste Tekening Die Ze Ooit Hadden Gemaakt en Voor Altijd Wilden Bewaren. In Een Lijstje. Maar met vier kinderen moet je wat.

Eens per week verzamel ik alles wat ze hebben gemaakt. De leukste dingen gaan in een map. Eens in de paar maanden sorteer ik alles in de map en de mooiste dingen daaruit, bewaar ik in een ordner. Per kind heb ik 1 ordner en als ze iets graag willen houden, zetten we dat op de tekening.

Het zijn niet altijd de mooiste dingen die in de map terecht komen. Deze is gewoon mooi om zijn eenvoud. De oudste was net vier toen ze deze tekende, en ik was net zwanger van de derde. En nogal moe, zo te zien 😀

Van de oudste heb ik de meeste tekeningen. Logisch, ze is de oudste, ze heeft op het kinderdagverblijf veel leuke dingen gemaakt en tekent het liefste van allemaal.

Torhild is ook een natuurtalentje

Sommige dingen namen veel plek in. Waar mogelijk, heb ik ze verkleind. Van bierflesje met een voetafdrukje erop bewaarde ik alleen het blaadje met de voetafdruk (het bier hebben we toen het vier jaar over de datum was, weggegooid).

Van een sieradendoosje dat ze maakte op het kdv, heb ik een foto gemaakt en het weggedaan.
Eigenlijk gek dat je meer geneigd bent dingen te bewaren als ze driedimensionaal zijn.

Alledrie vinden ze het leuk om hun map te pakken en hem te bekijken. Dat is ook een stuk leuker dan drie dozen ‘oud papier’ doorworstelen omdat ik niets weg wil doen waar ze ooit een kras op hebben gezet.

Kinderkunst tentoonstellen.

Gelukkig kan je kindertekeningen ook hartstikke artistiek tentoonstellen.

Dat zo’n modern kunstenaar ernaar kijkt en zegt ‘dat kan ik ook’ en er vervolgens wel dik geld mee verdient 😉

In de gang hangt een heel groot bord waarop ik tekeningen of leuke schoolwerkjes ophang. Soms hangen er tekeningen aan de koelkast met magneten of hangen we dingen op de deur. Ik vind het wel fijn om er een vaste plek voor te hebben, het staat zo onrustig als overal iets hangt.

Wat ik wel een heel gaaf idee vind, is deze collage voor in een wissellijst:

bron: https://artfulparent.com/2016/01/display-kids-art-poster.html

Of je maakt er een kalender  van:

bron: http://www.gnaana.com/visuals/february12
of je lijst de mooiste dingen tijdelijk in…

Ook handig: vergankelijke kunst! We hebben stenen genoeg en toen het grootste kind had ge-pinterest, wilde ze ook stenenbeestjes maken.

Ze vonden het alledrie prachtig en na een tijdje werden er complete menhirs het huis binnen gesjouwd en van een verfje voorzien. En nu liggen ze allemaal weer netjes in de tuin, de regen heeft de verf alweer verwijderd.

Dus….

Een paar mooie dingen in het zicht, heeft naar mijn mening meer waarde dan tien archiefdozen achter schotten op zolder.
De kinderen vinden het ook leuk als wat ze gemaakt hebben, echt een mooie plek krijgt in huis.

Door een beetje selectief te zijn in wat je bewaart, krijgen de dingen meer waarde 🙂

De ruimte!

Ik houd van een behoorlijk leeg huis. Bij andere mensen vind ik dingen aan de muur en in boekenkasten leuk maar bij mijzelf niet. Toch heeft een huis volgens mij een minimale hoeveelheid spullen nodig, om niet het gevoel te hebben dat je midden in een verhuizing zit.

Ja, echt.

Als de man alleen een minimalistisch verantwoord een boeddhistisch miniatuurtuintje zou hebben, in plaats van kasten vol cd’s, modelbouwtroep en autopoetsmiddelen, was het hier toch wel akelig leeg.

Maar misschien hadden we dan wel kasten vol met miniatuur zen-tuintjes spullen. Hm.

Ja, we vullen elkaar zo goed aan 😉

We zouden makkelijk op een kleiner oppervlak kunnen wonen. We hebben hier behoorlijk wat ‘loze ruimte’. Een luxe, dat wel. Leuk voor de kinderen om te spelen, vooral.

Volgens mij is voor het ‘gevoel’ belangrijker dat je de kasten niet helemaal volpropt, dan de daadwerkelijke ruimte die je tot je beschikking hebt.
We logeerden eens twee maanden in een klein maar mooi appartement. Het was licht, nieuw, van hout en schoon. Maar in de enorme keuken stond serviesgoed voor 35 man en alles was er vijfdubbel aanwezig, waardoor de vaatwasser uitruimen een puzzel was. Elke keer weer. Waah!

Ik was echt blij toen we eindelijk ons ‘nieuwe’ huis in konden. Met een klein keukentje, maar ook onze eigen spullen. Precies genoeg. Met nog redelijk wat ruimte over.

Onze slaapkamer hier is klein, maar voelt niet klein of benauwd. Er staat alleen het hoognodige in.

Wat we niet in de slaapkamer (of kledingkast) nodig hebben, bewaar ik daar ook niet. (Behalve foto’s, administratie en kinderkunst)

Hoe houd je het lekker luchtig?

Ruim op! Doe weg! Want tot op een zekere hoogte, is minder toch echt meer.

Verzin een betere oplossing. In plaats van een enorme wasmand, kan je je wasgoed ook ophangen in een zak aan een deur. In plaats van grote  nachtkastjes kan je je spullen ook naast je bed of in de vensterbank leggen en gewoon niet zo veel zooi naar je nest slepen 😉 In plaats van een grote massieve tafel, heb je wellicht ook genoeg aan een laptoptafeltje.

Pas het aan. Spullen op een andere plek zetten, dingen anders opbergen of anders gebruiken is ook een oplossing.

Doe flexibel. Je spullen organiseren in bakjes, doosjes, lades en andere handige opberg-oplossingen is soms handig maar flexibel zijn met wat je waar neergooit ook. Dus stouw niet alles vol handige oplossingen, maar laat spullen de ruimte hebben in je kasten en lades. Zo gooi je ze makkelijk ergens anders neer en kan je eenvoudig iets weghalen of toevoegen.

Ja, ruimte is fijn!

Duurzamere dingen: peshtemal / hammamdoek

Handdoeken drogen bij ons niet, behalve in de woonkamer.

Ik heb geen zin in dagelijks dampende handdoeken in huis. En ook niet in minstens tien handdoeken wassen per week. Of me afdrogen met een ijskoude klamme lap van gisteren.

Een tijd geleden had ik bij Jolanda al eens gelezen over hammamdoeken. Ze kocht ze, ekologisch en wel, bij Happy Towels. Toen kon ik geen reden bedenken waarom ik ze aan zou moeten schaffen, hoe leuk ik ze ook vond dus deed ik het niet. Oh, de zelfbeheersing!

Deze doeken hebben een aantal voordelen:

  • ze zijn multifunctioneel. van handdoek tot strandlaken tot babydeken tot sjaal of een sarong. picknickkleedje. tafelkleedje. tafelkleed. spooklaken (boeeehoeee ik ben een spooook)
  • ze zijn superlicht
  • ze vouwen heel klein op. veel kleiner dan een strandlaken in die maat
  • ze absorberen heel veel vocht
  • ze drogen supersnel
  • ze zijn lekker zacht

Uiteindelijk besloot ik er twee te bestellen. Ideaal als handdoek en straks in de zomer als we weer heel veel bij het strandje beneden zijn en in zee zwemmen.

dit strandje <3

En oh, ze zijn fijn! Ze zijn 90 bij 195 centimeter. In biologisch katoen. Een enorme lap, maar dat hindert niet.

Als ik ze de dag erna weer nodig heb, is de doek altijd droog, ongeacht het weer, of wanneer de kinderen ook hebben gedoucht en de badkamer dus extra vochtig is. Ook gebruik ik er soms een als sjaal. Niet lekker bij regen wegens de goede vocht absorberende eigenschappen, maar prima bij gewoon koud weer.

Dus… multifunctioneel + scheelt een berg was = goed!

Duurzamere dingen: veiligheidsscheermes in plaats van wegwerpscheermes

Ik wilde een fatsoenlijk scheermes. Niet die wegwerpflutjes, want wegwerp en zo kapot.
Ik ben soms nogal onhandig, ik laat ze vallen in de douche en dan is dat knopje voor het mechanisme waarmee je het mesje vastmaakt op de houder weer het doucheputje in, pokke.

Ik las over veiligheidsscheermessen (ook wel bekend onder de minder lekker klinkende naam ‘krabbertjes) bij haar en oh en ah wat lief, ze stuurde me een houder en een vijfjaarsvoorraad mesjes, omdat ik haar babykleertjes had gestuurd. Lang leve het ruilcircuit. (En onze ouders in Nederland die koerierden, want spulletjes versturen van Noorwegen naar Duitsland is een heel dure hobby.)

En oh, ik ben er blij mee! Hij is mooi, je laat hem gewoon voor de lol op het plankje liggen 🙂

De kosten: de houder kost tussen de 30 en 100 euro. Die van mij was rond de 30 euro, werkt perfect en is gemaakt om een leven lang mee te gaan.

De mesjes kosten bijna niets en mits goed behandeld (droog maken na gebruik enzo), doe je er nog behoorlijk lang mee. Bij een baard kan je ze 4 tot 8 scheerbeurten gebruiken maar bij wat miezerige dameshaargroei is dat natuurlijk langer.

Op langere termijn (en die houder gaat langer mee dan jijzelf) is hij veel goedkoper dan een wegwerpscheermes van welk merk dan ook.

Hoe het werkt:

Je maakt bij de mijne de houder open door aan de achterkant te draaien. Dan gaan de ‘klepjes’ open en kan je het mesje erin plaatsen, op dat middelste balkje. Dichtdraaien, klaar.

De mesjes zitten in een klein papieren pakje, per stuk verpakt in een papiertje.

bron: http://www.scheercooperatie.nl/

Gewone wegwerpscheermesjes zijn niet te recyclen omdat ze van verschillende materialen zijn gemaakt, deze mesjes kunnen bij het oude metaal.

bron: http://www.scheercooperatie.nl/timor-scheermessen/

Hoe scheert het? Wel, glad. Prettig. Het heft is vrij zwaar, waardoor je minder kracht hoeft te zetten en het mes het werk doet en de mesjes zijn Heel Scherp.

Hoe scherp bleek toen ik het mes onlangs tijdens het bikinilijn scheren uit mijn handen liet vallen en hem nog probeerde op te pakken (tip: niet met glibberige handen van de doucheschuim gebruiken en gewoon laten vallen!)
Laten we zeggen dat het geen prettig gezicht was, maar het laten schrikken van de man die niet tegen bloed kan, de pijn wel goedmaakte.

Pasgeleden las ik dat je als blogger altijd een beetje mysterieus moet blijven. Waarvan geen akte.

Overigens was het ook weer niet zo heel erg maar het bloedde nogal, wegens scherp mesje dus. Duh.

Maar ik heb erg gladde en doorgaans zelfs puntgave ledematen en dat is prettig 😉

Je huid enzo.

Een dergelijk scheermes voorkomt huidirritatie. Bij een Gilette-achtig scheermes worden haren eerst opgetild, afgesneden en daarna wordt je huid nog eens door vier messen mishandeld en dat is niet goed. Hier lees je daar meer over.

Dus: aanrader. Zelfs voor klunzen als ik. Na de initiële kosten is het goedkoper, je vervuilt minder, het ziet er beter uit, het scheert gladder en is beter voor je huid, zo lang je ‘m netjes vasthoudt 😉