Twijfelspullen (berging opruimen)

We hebben een fijne opbergruimte in de kelder. Zo’n hok is een mooie ruimte om allerlei tijdelijke zooi weg te stouwen.

Speelgoed waar niet mee gespeeld wordt maar waar over een paar maanden wel om gevraagd wordt. Kleding zoals dikke truien van buiten het seizoen. Kerstspullen, evenmin erg zomers. Donald Ducks. Wat knutselspullen. Een vlieger.

 

 

 

 

En heel veel autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen, autopoetsspullen en nog wat dingen om de auto mee te poetsen. Motorolie, versnellingsbakolie, remolie, kruipolie. Ruitenreiniger, ruitenontdooier, ruitenvloeistof, ruitensproeier-antivries.

In het geval van zombie apocalyps, hebben wij in elk geval een stralende bolide voor de deur. Prioriteiten, mensen!

Maar ik wil geen twijfeldingen. Ik vind dat we de dingen of moeten gebruiken, of weg doen. Dingen tijdelijk ergens neergooien om er vervolgens keer op keer te moeten uitzoeken, voelt als een stom klusje dat nog moet worden gedaan, zoals een rekening die je nog moet betalen of een vervelende brief die je moet beantwoorden.

Want dat is het met zulke plekken: oh, gooi daar maar effe neer.  Tot je er je kont niet meer kan keren omdat het vol ligt met vergeten meuk. En dat willen we ook niet. Ook al zie ik het niet, het zit me niet lekker te weten dat het er is.

Dus bedacht ik van alle dingen die er stonden, niet zijnde autopoetsspullen of meuk van de man, of ik het echt wilde bewaren.
Of het sowieso een plaats verdient in huis, in plaats van alleen in het rommelhok. Sommige dingen staan daar prima natuurlijk. Een zak kattenvoer, vrieskist of voorraad stofzuigerzakken hoef ik niet dagelijks om me heen te hebben om te weten dat ik ze nodig heb.

(Bordspellen liggen daar omdat we anders aan het einde van de dag de pionnetjes tot in ons bed terug vinden zonder dat we daar hebben gemensergerjeniet.)

De winterkleren hangen in de kast, een deel van het speelgoed gaat naar de kringloop en met de overgebleven littlest petshops is al twee dagen lang gespeeld. De naaimachine staat op de verkoopsite. De verfdozen en klei staan klaar om mee gespeeld te worden want hoezee, de zomervakantie begint donderdag!

Verder was er eigenlijk ook niet heel veel. Hm.

Ik vind het, ondanks dat er iets meer in de kasten ligt, relaxter zo. Want ik weet dat er geen spullen in andere ruimtes (achter schotten, op zolders, bergruimtes) liggen. Wel zo overzichtelijk 🙂

Sentimentele spullen opruimen

Sommige dingen zijn nooit af. Je huis, volgens de klusreclame. De was, volgens mij. En minimaliseren!

Zorgeloos met minder spul

Gaandeweg werd het makkelijk om ook de ‘moeilijke’ dingen weg te doen. Dingen die me niet in de weg lagen, maar toch ook wel. Het voelt een heel stuk beter om die dingen niet meer met me mee te dragen. Lichter. Relaxter. Zorgelozer want ik hoef me nooit druk te maken om verlies, brand, beschadiging of vermissing.

De trouwjurk die ik kreeg van een ‘tante’ met wie niemand van mijn familie nog contact heeft. Schoenen die ik van de man kreeg maar waar ik echt niet op kon lopen. Foto’s. Een overschot aan babykleertjes. Erin passen gaan ze echt niet meer! Het compleet uitgevallen boeket bosje rozen dat met onze trouwdag op de motorkap van de auto lag.

De kraamverslagen van de kinderen. Van de vierde heb ik niets, behalve het briefje van de verloskundige van tijdens de bevalling en weet je wat? Het maakte geen reet uit!

spullen van andere mensen

Ik vind het ook niet prettig om spullen van andere mensen in huis te hebben. Het sleetje dat mijn opa voor me maakte wel, al glijdt het voor geen meter over dikke sneeuw op bosgrond 😉 De opscheplepels van oma ook. Maar geen dingen die door iemands overlijden ‘mijn’ zijn geworden.

Ik ben niet mijn spullen, mijn spullen zijn niet mijn herinneringen en mijn blijheid zit niet in dingen.

Maar stel dat je van die spullen af wil. Die spullen waarvan je het eigenlijk niet kan maken om ze weg te doen. Vind je zelf. Omdat… je ze ooit van iemand gehad hebt. Omdat ze ooit van iemand geweest zijn. Omdat ze je doen denken aan een tijd die nooit meer terug komt.

Spullen die je zolder en de bodem van de kast bevolken.

  1. Bedenk waarom je het bewaart. Word je er echt blij van? Warm van binnen en dankbaar en sentimenteel op zo’n manier dat je ze eigenlijk een betere plek zou willen geven? Of ligt het vooral in de weg (fysiek of in je hoofd) maar voel je je bezwaard het weg te doen?
    Stel, je had Het Ding nooit gehad. Zou je het dan nu willen hebben als iemand het je gaf?
  2. Besef dat het een levenloos voorwerp is. Het heeft alleen waarde als jij die zelf eraan toe kent. Het helpt je misschien een tijd of persoon te herinneren maar daar heb je dat voorwerp niet voor nodig.  Misschien helpt het om herinneringen op te schrijven om te beseffen dat je zonder Het Ding kan.Je was gehecht aan een persoon of had een heel fijne tijd in je leven. Je hechten aan een ding is een surrogaat daarvoor. Je oma komt niet meer terug, je kinderen worden niet meer klein en je wordt ook nooit meer 20 op je studentenkamertje, wat je ook bewaart.Jammer, maar zo rolt tijd.
  3. Je hoeft ook niet alles te herinneren. Je hebt maar een leven en dat is je leven nu. Niet gisteren, niet morgen, niet over een half uur en niet 30 jaar geleden. Het is voor het belang van je leven ook beter om dat te beseffen en niet te veel met het verleden of de toekomst bezig te zijn, vind ik.
    Alles is vergankelijk.
  4. Je spullen gaan toch een keer weg. Er komt een moment dat je ze op moet ruimen. Omdat je kleiner moet gaan wonen.
    Of je zadelt je kinderen op met al die spullen als je zelf naar een aardewerken pot bent verhuisd. Maar of je dat je kinderen wil aandoen?Het is een rustgevend idee als je weet dat een complete verhuizing in een paar dagen gedaan kan zijn, in plaats van een half jaar om alles uit te zoeken.
  5. Digitaliseer. Verklein. Minimaliseer. Gebruik.
    Maak een foto van de visspullen van opa en geef ze aan een visser. Bewaar een van die lelijke kerstballen van je oude tante in plaats van een doos vol. Scan tekeningen in van je kind, verklein ze en laat een collage ervan afdrukken. Bewaar de nuttige dingen en gebruik ze ook. Geef het mooiste erfstuk / knutselwerk een prominente plek en doe de rest weg. Draag je oma’s sieraden in plaats van die H&M’etjes.Digitaliseer de oude foto’s en deel ze met familie. Gebruik technologie om ze helderder te maken en bekijk ze gezellig met familie op je tv in plaats van op 8 x 5 centimeter. Vertel verhalen erover.
  6. Of op zijn Marie Kondo’s: bedank de spullen voor de rol die ze hebben gespeeld in je leven.
    Het is mooi geweest, leuk dat je er was, even goeie vrienden, doei.  Je hoeft je niet schuldig te voelen omdat je iets niet meer gebruikt of in je leven wil hebben.
  7. Vind je het moeilijk om dingen weg te doen? Doe dan iets leuks als je weer een stap hebt gezet in het opruimen. Doos met sentimenteel spul doorgeworsteld en afscheid genomen van dingen? Vier het met een bos bloemen, goeie thee of gewoon een sixpack bier. Voor in je leven NU, weet je 😉
  8. Als je bang bent voor de reactie van anderen, is het lastig om dingen weg te doen. Maar als andere mensen zich boos maken omdat jij je eigen spullen weg doet in plaats van blij te zijn voor jou dat je je er beter door voelt, moeten ze nog eens even bij zichzelf ten rade.
  9. Wees niet bang om een bepaalde periode uit te wissen. Negatieve brieven te verbranden, foto’s of complete albums met eikels (m/v) te verscheuren.
    Weet ik nog een mooie soundtrack bij!

7 tips om je huis op te ruimen.

Ik kan nu ik kinderen heb, slecht tegen rommel. Dat is onhandig want ze maken belachelijk veel daarvan, maar het zorgt er wel voor dat ons huis een aangename plek blijft.

Sommige mensen doen het prima tussen stapels oud papier, een boekenkast vol met alles behalve boeken en een aanrecht vol gezellige bakjes en potjes maar ik niet, en ik merk ook aan de kinderen dat ze gezelliger zijn in een opgeruimd huis.

Er liggen bij ons ook heus overbodige spullen en ik moet ook opruimen en ik word er soms zelfs wel eens flauw van, de zoveelste keer maar over het algemeen valt het mee. Hoe?

Doe makkelijk dingen weg. Van Lena, Eskil en Sophia doe ik weinig meer weg en ook hun knuffelbeesten moeten allemaal blijven maar spullen die ik zelf niet meer nodig heb en waar ze niet aan gehecht zijn, gaan linea recta de doos voor de kringloop in.

Ik vind het ongelofelijk relaxed om bijna alleen de spullen te hebben die ik op dit moment nodig heb. Natuurlijk zijn er wat praktische zaken op voorraad en wat lieve sentimentele dingen achter in kasten maar verder is alles voor ons leven zoals dat nu is. Niet voor onrealistische dromen en niet voor desillusies uit het verleden.

Een erin, een eruit. Als ik iets nieuws koop, doe ik het oude bijna altijd weg. Alleen iets ‘ernaast’ leggen is in de meeste gevallen overbodig en zonde van het geld.
Als je het zonde vindt om het oude weg te doen, had je het nieuwe niet moeten kopen, denk ik.
Zo waren mijn onderlakens te klein voor onze bedden hier. Na een half jaar ruzie ermee, kocht ik een groot onderlaken. Oh, zo fijn!
Een is genoeg. De andere twee ga ik dan niet bewaren tot ik weer een kleiner bed heb, die kans is vrij klein.

Kies dingen die er niet rommelig uitzien. Een kamer met een plastic wasmand, een berg plastic speelgoed en een oude fleecedeken op de bank ziet er rommelig uit, terwijl een rieten mand, een stapel houten blokken en een wollen deken in een neutrale kleur veel minder zeer doet aan je ogen. Aan de mijne dan zeker.

  • Ruim rigoureus op. Neem er desnoods een paar dagen vrij voor. Houd alleen dingen waar jij of jullie blij van worden. Leef met de dingen die je nu nodig hebt. Je kinderen worden geen baby meer, je vakanties komen niet terug door dozen vol souvenirs en in de toekomst ga je ook die kapotte spullen of niet fijne kleding ook echt niet meer gebruiken. En er is ook zoiets als ‘teveel van het goede’.
    Dat je het misschien ooit nog kan gebruiken, wil niet zeggen dat je het nog dertig jaar in je huis hoeft te hebben. Niemand heeft 50 balpennen, een schoenendoos vol gummetjes, een krat vol oude woonaccessoires of drie complete serviezen nodig.Onthoud: het was zonde van het geld toen je het kocht, niet als je het weg doet. Je hebt je geld ‘weggegooid’ toen je die nu ongebruikte spullen kocht. Van ze in je kast laten staan worden ze alleen maar minder waard en ze geven je bovendien een schuldgevoel.
    Ze spoken rond in je hoofd en pikken je kostbare ruimte in. Doe iets nuttigs ermee en geef het aan de kringloop. Je krijgt je geld niet terug door het tot aan je dood te bewaren. Sterker nog, het leidt alleen maar af.

    Kijk wat het meeste rommel geeft, pak dat aan.

  • Kinderspeelgoed? Kleintjes hebben amper iets nodig, bij iets grotere kinderen kan je vijf dingen voor het grijpen hebben en de rest op verzoek geven. Met een zesjarige zijn prima afspraken te maken over de hoeveelheid spullen en het opruimen ervan. (nakomen is iets anders 😀 )
  • Je keuken? Combineer meerdere functies in een ding, maak minder rommelige maaltijden, geef apparaten die je minder dan eens per week gebruikt een andere bestemming of plaats en zet niet meer serviesgoed in de kast dan wat je op een dag gebruikt.
  • De gang? Ruim alles op wat er niet hoort, breng weinig gebruikte spullen naar kledingkasten en als het dan nog een drama is, schaf dan wat handige opbergdingen aan, of breid de ruimte uit, bijvoorbeeld met een extra kapstok in een trapgat.
  • Rondslingerende kleding? Maak een kleine garderobe met alleen je lievelingskleding. Je hebt maar weinig nodig. Heb je meer lievelingskleren, is dat fijn. Maar pleur je lievelingskleren dan niet op de vloer. Is zonde.
  • Of gewoon de hele dag die *argh* rommeltjes? Maak een of twee keer per dag een ronde met een grote mand en gooi alle slingerende dingen erin. Aan het einde van de week kan iedereen zijn spullen eruit halen, mits ze worden opgeruimd. Wat niet wordt opgehaald, kan weg. 

    En: laat iedereen zijn dingen doen! Want je kan niet alles alleen doen. Je kan ook niet verwachten dat iedereen 80% van zijn meuk bij de kringloop dumpt maar wel dat iedereen zijn rotzooi achter zijn reet opruimt.
    Een jas aan de kapstok hangen, helpen met afruimen, schoenen in een rek zetten en schoon wasgoed in hun eigen kast leggen zijn dingen die ik van drie van de vier kinderen wel verwacht. Ik laat ze merken dat ik er blij mee ben als ze dit doen.

Minimalisme en opruimen.

Een doorgaans redelijk opgeruimd huis is voor mij toch wel een fijn voordeel van ‘minimalisme’. Met vier kinderen wordt het hier nooit light als by coco, maar dat hoeft ook niet. Ik heb momenteel een mooi uitzicht op een stapel Donald Ducks, een wasrek vol was, ballonnen van het feestje van Fietje en in de keuken zitten vier kinderen hun zelfgemaakte cakejes te ‘pynten’ met glazuur en strooisels.

En een chaoot blijf ik altijd wel. Zoals gisteren, toen ik dacht: ik ga de koelkast schoonmaken, de restjes opkoken, knolselderijsoep, rodekoolsalade, bananencake en brood maken. Tegelijk. Briljante ideeën: ik heb ze. niet vaak. Daar is geen vorm van minimalisme tegen opgewassen.

Opruimen vind ik soms ook echt rustgevend. Als ik het idee heb dat ik meer nodig heb, dat helpt het vaak om te gaan ruimen in plaats van iets toe te voegen.
Zo dacht ik te weinig glazen bakjes te hebben maar na een flinke keuken- en koelkastopruiming had ik er zes over.
En ik baalde dat mijn broeken allemaal afzakken, maar toen ik de bak met zomerkleding leeghaalde, bedacht ik dat de jurken en tunieken die erin zaten, prima kan dragen met lange mouwen eronder, op een panty. Ik hoef dus geen nieuwe broek.

Voor mij is minimalisme geen vastgesteld aantal bezittingen, opruimen om het opruimen, een leeg huis met lege oppervlakken (hoe rustgevend om naar te kijken het ook is) of jezelf dingen ontzeggen voor dat doel. Ik weet wat ik de belangrijkste dingen vind in mijn leven en daaraan wil ik aandacht, tijd en als het per se moet, geld besteden 😉

Ik vind de kinderen bijvoorbeeld best belangrijk. En het is niet zo dat ik nu heel de dagen met ze bezig ben daarom, maar ik probeer ze wel een leuk leven te bezorgen. En af en toe een draai om hun oren, anders worden ze verwend 😀
Gezond eten, zelfgemaakt eten en milieubewuster leven vind ik belangrijk en daarom besteden we daar relatief veel aandacht aan.

Dingen als de nieuwste kleding, spullen om af te moeten stoffen, een luxe auto en verre vakanties zeggen me dan weer niet zo veel. Ik zou ze misschien best (tijdelijk) leuk kunnen vinden maar het is gewoon geen prioriteit.

Dat je weer (meer) de baas bent over je eigen leven, dat is mooi. Dat je niet met de meute mee hoeft te hollen naar het nieuwste van het nieuwste, de volgende hype, de liveblogs over zoveelste angst veroorzakende gebeurtenis en dat je geen oplossing nodig hebt voor elk door marketeers of damesbladen aangepraat ‘probleem’. Dat geen constante prikkels van buitenaf nodig hebt om een erg fijn leven te hebben.

Minimalistisch op pad

Ik herinner nog de tijd dat ik een tas met spullen had. Heel belangrijke spullen natuurlijk. Sleutels, portemonnee en telefoon nam ik mee. En ook heel veel onzin. Lippenbalsem, deodorant, elastiekjes, oude kauwgumverpakkingen, schuifspeldjes, papieren zakdoekjes, een verkruimelde cracker, morsige oogpotloodjes en tampons waar de verpakking inmiddels vanaf was gegaan door maanden lang onderin een tas wonen. Ik ruimde hem af en toe wel op. Als ik een nieuwe tas kocht ofzo.

Als je het jezelf lekker moeilijk wil maken moet je een enorme tas mee gaan sjouwen en hem tot de rand toe vol stoppen.

Vreselijk. Alleen al dat je je druk maakt om hem te verliezen, is zo vervelend. Steeds in de stress om die stomme tas! Of je hem niet vergeet, of er niets is uitgevallen terwijl het gewoon ergens onderop ligt.

Of dat iemand hem steelt. De poot van je stoel door de hengels steken op een druk terras, over je andere schouder dragen in een drukke winkelstraat… het maakt het leven niet relaxter. Gelukkig heb je daarvan hier geen last.

Een rugzak met niks!

Sinds een half jaar heb ik deze rugzak. Een Patagonia Black Hole. Ja, leuke naam. Ik ben er zo blij mee! Hij valt niet van mijn schouders als ik kindertjes opraap, er kan veel in en ’t is niet zo’n blij outdoor ding, hoewel ie daarvoor prima geschikt is. Er kan een laptop in en hij blijft van binnen droog, zelfs bij epische regenbuien.

20161128_213138Diepe bewondering voor de mensen die de verkoopfoto’s van dit ding hebben gemaakt trouwens.

Wat erin meegaat?

Dat hangt af van de situatie. Luiers en doekjes als we ver van de auto gaan want daar heb ik ook een voorraadje van die dingen liggen.
Klean Kanteen flessen met water. Als ik ze niet bij me heb, gaan de kinderen klagen over dorst, al heb ik ze voor vertrek nog zo goed gehydrateerd.
Telefoon. Als ik hem niet vergeet.
Iets te eten, afhankelijk van hoe ver we weg gaan.
We hebben maar 1 sleutelbos met een sleutel van het huis en de auto’s. Er is altijd wel een deur open, dus ik hoef me er niet druk om te maken. Als iemand hier naar binnen wil is het een kwestie van een schroevendraaier tussen de deur, dan sta je ook binnen. Fløtslåtjes hier op de deur.

Make up neem ik alleen mee als we ‘snel’ weg willen en ik heb nog niets op mijn hoofd. Soms prima, soms wil wel zichtbare wenkbrauwen en wimpers. De tijd dat ik met een complete schminckset rondliep…. hahaha. Ik vind dat nu best triest van mezelf. Who gives a shit!

Portemonnee. We hebben al tijden een gedeelde portemonnee. Want als de man weg is met de auto kan ik toch nergens heen om iets uit te geven 😉 Als hij langer weggaat, heb ik de Nederlandse pas hier.

Het is een klein dingetje en toch valt er nog heel veel in te organiseren. Er zijn nog minstens 18 zakjes en flapjes om dingen in te verstoppen. Maar waarom zou je. Lekker makkelijk, als er niets te organiseren valt behalve die vijf pasjes. Maar leggen we die nu op categorie, alfabet of toch op kleur? Keuzes… keuzes….

20161128_212844

Marie Kondo….

Ze zegt het. Dat je je tas leeg moet maken als je weer thuis bent. Om je tas te laten rusten. Ik doe dit niet omdat zij het zegt of om de tas te laten rusten maar omdat ik wat ik meeneem niet dubbel heb. Make up terug in de badkamer, drinkflessen in de keukenkastjes want die moeten ook mee naar school en de portemonnee in het ladenkastje. Ongeveer 1 minuten werk en wel zo overzichtelijk.

Dus.

Tegenwoordig ga ik hartstikke relaxed op pad met mijn rugzak met weinig erin.

Goeie dingen wegdoen?

Mensen willen geen ‘goede’ dingen wegdoen omdat ze denken de spullen in de toekomst nodig te hebben of omdat ze er goed geld voor betaald hebben en het daarom zonde vinden.

58a1830197feb9115d878ba8d1d3db78Been there, done that…

Ik heb vroegah ook heel veel dingen weggedaan, niet met pijn in mijn hart maar wel lichtelijk misselijk van het geld dat ik weggooide.
Maar naar mijn idee deed ik dat niet op dat moment, maar al veel eerder. Toen ik tassen, jassen, schoenen, kleding en andere dingen kocht die ik niet nodig had en die ik weliswaar best leuk vond, maar niet ‘geweldig’ waardoor ik ze niet gebruikte.

Ga je die dingen ooit nog gebruiken? Ik denk het niet. Als je huidige dingen het begeven, ga je dan winkelen in de dozen op je zolder? Nee.

Het geld heb je verspild toen je het kocht, door het wegdoen ‘bevrijd’ je jezelf alleen maar van een last. Van schuldgevoel.

Je bent bang?

Het is vrij confronterend om te zien dat je echt slechte keuzes hebt gemaakt en geld over de balk heb gepleurd voor iets dat je niet langer dan een half uurtje leuk vond.
Ik denk dat veel mensen daar bang voor zijn en zichzelf daarom voorhouden dat ze de dingen nog wel gaan dragen of gebruiken. Ooit… Maar diep van binnen weet je dat je jezelf voor de gek houdt, natuurlijk.

429402c16f36a7c4914a8e0b84e2a63bHet is auw.

Als je schoenen koopt voor 100 euro en op marktplaats krijg je er een tientje voor, dan is dat balen. Maar hangend in je kast wordt het ook niet meer waard. ‘Je geld eruit halen’ ga je dan ook echt nooit meer doen, wat je ook probeert.

Je had het gewoon in de eerste plaats niet moeten kopen. Zie het maar als een dure maar wijze les. Eenmaal ontdaan van al die troep laat je al het overbodige in de winkels veel makkelijker voor wat het is, merk ik zelf.

Maar laat het gaan…

Heel veel dingen heb ik voor een zachte prijs op marktplaats verkocht. Koper blij, ik blij. Voor een paar dingen kreeg ik een goede prijs en voor al het overige hoop ik dat een kringloopwinkelaar er een goede vondst aan heeft gehad omdat dingen er zijn om gebruikt te worden en niet om voor de rest van hun leven opgeslagen te worden en uiteindelijk te worden weggeflikkerd omdat na 30 jaar ontbinden definitief niemand er meer iets aan heeft. Al krijg ik er weinig voor, het is in elk geval meer dan wanneer ik het niet verkoop.

Als een ander bovendien wat jij wegdoet, in een kringloopwinkel kan vinden hoeft ie het niet nieuw te kopen. Dat scheelt weer grondstoffen en milieubelasting.

Als wil dat je leven makkelijker wordt omdat je veel minder spullen hebt om te onderhouden, moet je ook ‘goede’ dingen wegdoen.

Echt, je krijgt je geld niet terug. Nooit meer. Helaas.  😉

De kosten van rommel

En al die spullen, die moeten natuurlijk ergens wonen. Dus zijn er complete zolders, garages, kamers en talloze kasten en handige schotten gewijd aan de troep. Als je berekent wat je huis je per vierkante meter kost en vervolgens eerlijk opmeet hoeveel van die ruimte is gereserveerd voor meuk weet je dat de uitspraak ‘het eet geen brood’ dus nergens op slaat. Het eet minstens een paarhonderd euro per maand, als je niet oppast.

Die ene keer dat je dan iets opnieuw moet kopen dat je in je enthousiasme hebt weggegooid is een schijntje daarbij vergeleken.

Voor je gemoed…

Maar het is niet alleen dat. Als je overal in je huis geconfronteerd wordt met het verleden, met dingen die je al lang niet meer nodig hebt, slechte keuzes die je hebt gemaakt en leuke dingen die echt niet meer terug gaan komen drukt dat zwaar op je gemoed.

Misschien ervaar je dat niet zo, net zoals dat je niet merkt dat je je eigenlijk best kl*te voelde, tot je echt gezond gaat eten. Je bent eraan gewend.

Alles zesdubbel

Al die keren dat je iets kocht, omdat je het andere kwijt was? Denk aan scharen, aardappelschilmesjes, hemdjes, sokken, mascara, nagelschaartjes, kaartspellen… Je komt ze tegen als je gaat ruimen. Maar wat fijn als je in het vervolg al je spullen kan terugvinden.

a5b796d094e45dae48c5757f46d60b1dEn denk aan de tijd die je gebruikt voor je spullen. Alles wat je overhoop moet halen als je iets uit je berging nodig hebt. Al die keren dat je het weer makkelijker ging organiseren. Al die dingetjes die heel de dag je aandacht vragen. Al. Die. Keuzes. Een fijn kledingstuk zoeken in een stapel net-niets die je vorige week nog zo netjes georganiseerd had. Je keukenla overhoop halen om de kurkentrekker te vinden. Om kwart over acht rondrennen omdat je de gymschoenen van je kind bent kwijtgeraakt in een grote berg meuk. Je benen breken over de zooi.

Natuurlijk zijn er ook mensen die stikgelukkig zijn met al hun spullen. Dat kan ook. En dat is fijn. Maar veel mensen zijn dat niet. Of ze zeggen van wel, maar duiden hun spullen aan als ‘zooi’, hun zolder en garage als ‘bende’ en de ruimte die ze in huis hebben als ‘opbergplek’. Dat zegt ook genoeg.

Dus.

28882e6722dcd7d7ee3454a72dfb3144 En dat is echt waar.

Waarom je huis een rommel blijft.

Zo raar. Je bent een weekend bezig met opruimen en de kliko zit stampvol. Toch is het een paar dagen -of uren, als je kinderen hebt- weer een grote puinzooi en kan je weer van voren af aan beginnen.

Als je kinderen hebt ligt dat deels aan je kinderen. Zelfs met een minimale hoeveelheid spullen kunnen ze het omtoveren tot een goeie voor een aflevering van Hoarders, maar voor het overgrote deel ligt het toch aan de spullen die je hebt. Want:

Je propt al je rommel in kastjes.

En in opbergdozen, opbergmandjes en opberghangzakken en alles wat ikea maar te bieden heeft. Je overbodige zooi tijdelijk uit het zicht stoppen, betekent niet dat het er niet meer is, je hebt het probleem alleen tijdelijk verplaatst. Tot je iets nodig hebt uit zo’n opbergding en alles overhoop moet trekken.

Je bewaart belachelijke hoeveelheden oud papier.

Boeken liggen gevoelig bij mensen en ik snap niet waarom. Als ik een boek wil lezen laat ik het in de kast staan en ben ik ermee klaar dan geef ik het door zodat andere mensen er weer plezier van hebben. Scheelt een boel dode boom en kasten in huis. (hoewel ik het altijd geweldig vind om Kekke Kasten te kijken bij vriendinnetje Ogma.)

Oude jaargangen van tijdschriften, giroafschriften, pensioenoverzichten, brieven van mensen die al lang uit je leven zijn, oude ansichtkaarten van reizen die je ooit maakte, readers van je studie van 1998, je steno-diploma, knutsels van de basisschool, 500 kindertekeningen, geboortekaartjes, oude dagboeken, gebruiksaanwijzingen in 18 talen van een inmiddels overleden apparaat… Zo krijg je je huis wel vol.

Je denkt dat je gehecht bent aan dingen.

Dat kan. Maar vraag je eens af of dat ding je gelukkig maakt. Of het je helpt met wat je wil in het leven. Of het iets toevoegt. Of je het nu zou willen hebben als je het niet had. Waarom je het bewaart.

Je bewaart dingen uit schuldgevoel.

A die dingen die je ooit kocht. Die dure stoffen die liggen te verkommeren, die jurk die net niet past, die hobby die nooit echt van de grond kwam, al die projecten die je ooit nog een keer moet afmaken, die honderden of duizenden euro’s die je uitgaf in interieurwinkels, cd-winkels, aan games die je nooit speelde, films die je niet meer gaat kijken. Dat servies dat je oma bewaarde voor de speciale gelegenheden… Het neemt enorm veel plek in en je hebt er niets aan. Ooit is nooit, doe het lekker weg en begin overnieuw met dingen die je wel blij maken.

Je bewaart dingen die je niet nodig hebt.

Bij veel mensen liggen er zo maar vier kurkentrekkers, vijf scharen, acht botte schilmesjes, tien pakken met spelkaarten en een pak wegenkaarten van Zuidwest Nederland in huis. Als je van al die dingen een exemplaar hebt, of een ding hebt dat die functie vervult, is het genoeg en raak je ook niet alles meer kwijt. Al die dingen op voorraad houden is zo overbodig. Mocht je kurkentrekker kwijt zijn, kan je zo tien manieren vinden op internet hoe je die fles dan openkrijgt.

Idem met vazen, kerstspullen, rollen oud behang en verf in kleuren die je al tijden niet meer op de muur hebt. Stofzuigerzakken van overleden stofzuigers. Pakken wasmiddel met een stinklucht. Altijd handige bewaarblikken, mandjes en dozen.

Je loopt dingen te organiseren die gewoon wegmoeten.

Als je het niet gebruikt maar wel keer op keer in je handen krijgt als je opruimt, moet het gewoon weg.

Je sleept te veel crap je huis in.

Je denkt -ten onrechte- dat je nog meer nodig hebt, dan je al hebt. Dat is natuurlijk helemaal niet zo. Stoppen met kopen of het aannemen van spullen van anderen zorgt dat het niet erger wordt dan het is en dat je opruimpogingen straks ook een blijvend effect hebben.

Je hebt te veel spullen voor de droomversie van jezelf.

Kampeerspullen en outdoorkleding terwijl je stiekem veel liever in een comfy vakantiehuisje zit. Knappe jurkjes en schoenen omdat je dat hippe meisje wil zijn dat je nooit zal worden. Kasten vol moeilijke boeken terwijl de dvd-box van Friends datgene is dat jou echt blij maakt. Allemaal niet nodig om die dingen te blijven onderhouden.

Je bewaart spullen die je ooit nog wel gaat gebruiken.

Dus niet.

Je denkt dat kinderen een enorme berg speelgoed nodig hebben om zich te vermaken.

Kinderen hebben net zo goed last van stress als ze overweldigd worden door een enorme hoeveelheid spullen. Ken je dat, dat je zo veel keuze hebt dat je niet eens meer zin hebt om te kiezen? Zo’n restaurant met 480 gerechten op de kaart.

Je ruimt niet op achter je kont.

Koffie op = kopje in de vaatwasser. Boek uit = boek naar kringloop. Kledingstuk gewisseld = kledingstuk in de kast of wasmand. Schoenen uit = schoenen onder de kapstok. Thuiskomen = tas uitruimen en aan de kapstok. Eten gemaakt = alles terug in de keukenkastjes behalve wat je net gekookt hebt natuurlijk.

Je bedenkt ingewikkelde systemen.

Een kast indelen is leuk als er ruimte tussen de spullen is zodat je alles eenvoudig kan pakken en terugleggen zonder dat het een rommel wordt omdat je dingen opzij moet schuiven waar je geen zin in hebt.

Idem met administratie: maak het zo eenvoudig mogelijk, doe zo veel mogelijk digitaal en maak geen bakjes en mapjes met overige of diverse dingen en mappen met 6 miljoen tabbladen.

Je hebt spullen zonder huis.

Er zijn van die dingen, die blijf je maar tegenkomen. Dan weer op de bodem van de wasmand, in een keukenla, de boekenkast en de rugzak van je kleuter. Dat is een teken dat het een nogal overbodig ding is, anders had het wel een vaste plek in je huis.

Je hebt geen suffe routines.

Routines lijken misschien saai, maar besparen een boel tijd. Een paar keer per week een beetje doen is veel makkelijker dan eens in de twee weken een ruimte aanpakken. Als je zorgt dat het niet vies of rommelig wordt, hoef je het ook niet op te ruimen of schoon te maken met mr. muscle en zijn gevolg.

Als de kinderen hun tanden hebben gepoetst, maak ik gelijk de wasbak en spiegel schoon met een handdoek. Tien seconden werk. Als ik naar boven loop, neem ik gelijk spullen uit de mand onderaan de trap mee. Enzo.

Je denkt dat meer beter is.

Er kan ook teveel van goede dingen zijn en dan is het ook niet meer leuk. Te veel spullen voor je hobby, te veel mooie kleding om te kunnen vinden wat je zoekt of te veel keukenspullen, hoe zeer je ook houdt van koken: genoeg is genoeg en meer voegt niets positiefs meer toe.

Je doet niet improviseren.

Als je een brood wil bakken, heb je niet eerst een bakblik of bakmachine nodig. Niet elk drankje hoeft in een speciaal daarvoor gemaakt glas. Als je een keer wil gaan vissen, kan je ook een hengel lenen in plaats van kopen. Je bbq kan je ook gebruiken als vuurkorf. Cadeaus inpakken kan ook in het zelfde papier waar je boeken mee kaft. De meeste spullen kan je makkelijk verplaatsen, zodat je niet op elke verdieping een exemplaar nodig hebt. Enzovoort.

Je doet niet een in, een uit.

Als je iets nieuws koopt, doe het oude dan weg. Je koopt uiteindelijk iets nieuws omdat het oude aan vervanging toe was. (toch? 😉 ) Lukt dat niet, doe dan iets anders de deur uit dat je toch niet meer gebruikt. Zo slibt je huis niet langzaam dicht met meuk.

Of je hebt gewoon geen tijd. Wegens kinderen en verplichtingen. Of je hebt geen energie, wegens moe of ziek. Of je vindt het prima zo. In dat geval komen er ongetwijfeld / hopelijk beter tijden. Sterkte!

 

 

Gratis dingetjes, argh!

1626Ik voel me net zo’n Maarten van Rossem als ik zeg dat ik de schurft heb aan gratis dingetjes, maar ik heb echt de schurft aan gratis dingetjes. Vooral gratis dingetjes voor kinderen, die je worden aangeboden als je kinderen erbij zijn. Die vinden alles mooi, natuurlijk. Die van mij zeker want die hebben niks 😉

Gelukkig is alles hier duur (behalve bootjes. en luiers) en niet gratis en wordt er niet zo openlijk gedaan aan het omkopen van kinderen door de ouders -of andersom-.

Een tijdje geleden was er een show van de Reddingsmaatschappij. Na afloop kregen ze een zakje met Eliaspleisters, een Elias toverpotlood (retro! jaren 80!) en een foldertje. Dat vond ik dan wel weer leuk, maar vooral ook omdat ze hier niet o-ver-al wat krijgen. Dan is het nog bijzonder.

Zelfs in deze wereld die bijna letterlijk ten onder gaat aan de hoeveelheid spullen die we hebben, menen we nog meer nodig te hebben. Vooral als het gratis is. Koop je een doosje met 20 theezakjes, of een van 40 met een gratis mok? Die laatste natuurlijk. Niet dat je de komende 50 jaar een nieuwe mok nodig zal hebben, maar gratis is gratis en dat is mooi meegenomen. Beter mee verlegen dan om verlegen.

Of van die spaarsystemen. Moet je jarenlang dezelfde dure koffie drinken, elleke keer die punten uitknippen en bewaren en dan mag je na inlevering van 450.000 spaarpunten (gebundeld in stapels van 1000 punten) een ontiegelijk lelijk koffiekopje kopen, dat ook nog eens voorzien is van enorme Douwe Egberts logo’s. (Ik heb het even opgezocht). Onbegrijpelijk.

Koop een tijdschrift en hop, zes proefmonsters erbij die vervolgens jarenlang in je badkamerkastje staan te vegeteren. Neem een abonnement op het tijdschrift en leg je man lekker onder een Janneke Brinkman-dekbed. Zal ie leuk vinden 😉 Koop een pak cornflakes en krijg een gratis sleutelhanger. Pas na drie dagen kapot! Krijg een gratis bananenopbergbakje bij een kilo bananen.

Argh! Ik zou bijna extra betalen om die dingen er niet bij te krijgen. Maar ik koop sowieso geen tijdschriften. Of cornflakes. Of DE-koffie. Dat scheelt weer.

Als je het niet nodig hebt, is het ook nog niet nodig om het gratis te krijgen. Geen wuppies, koekvormpjes, opbergbakjes, bekers, lunchtrommels, sleutelhangers, sleutelkoorden, veters, chocolaadjes, koekjes, pepermuntjes, potloodjes, handige bewaardeksels, babygeschenkdozen, schenktuitjes, t-shirts, opbergmapjes, spaarpotjes, markeerstiften, labello’s, gebaksbordjes, receptenboekjes, parkeerschijven, katoenen tasjes, armbandjes, kurketrekkers, speelkaarten, usbsticks, ruitenkrabbers, stropdassen, te kleine kalenders, pennen, potloden, etuis, toilettassen, beweegmeters, notitieboekjes, rekenmachientjes, tijdschriften of andere meuk die uiteindelijk niets anders doet dan een rommeltje maken van je keukenlades en uiteindelijk op de vuilnishoop belandt. Of je reet vetter maakt in het geval van eetbaar spul, en dat wil je ook niet. (toch?)

De enige positieve uitzondering die ik zo kan verzinnen, zijn gratis zakjes met blijebijenbloemzaden van de biologische zadenleverancier.

Het niet accepteren van dingen die gratis zijn, wordt nogal typisch gevonden. ‘Nee’ zeggen tegen een of ander spaarplaatje met een achtjarige bij me leverde me de vorige keer bij AH een verbaasde blik van de kassamevrouw op. Natuurlijk wilde iemand achter me ze wel 😉

Toch is nee zeggen tegen al die onzin, een stuk makkelijker dan al die onzin weer je huis uit krijgen. Soms is nee echt een heel mooi en makkelijk woord.

Keukeninventaris

DSC05056
om er maar eens een spannend onderwerp tegenaan te gooien…

In dit huis hebben we een kleine keuken en de helft van de bergruimte is amper toegankelijk. Lekker praktisch 😉 Maar dat geeft niet want zo veel spullen hebben we niet.

We hebben genoeg serviesgoed voor een dag met zes personen, of voor twee maaltijden als we bezoek hebben. Daarna moet er worden afgewassen, door ons of door de vaatwasser. Of door de visite natuurlijk 😉 We maken ook veel zelf.

We hebben (en gebruiken, minstens een paar keer per week) het volgende:

  • 14 grote borden
  • 3 kleine borden
  • 10 schaaltjes
  • 16 picardieglazen voor koffie, wijn en thee
  • 4 grote bier- en waterglazen
  • 4 glazen voor speciaal bier
  • 2 wijnglazen (voor mijn ouders)
  • karaf voor limonade
  • thermoskan voor koffie

Voor de kinderen / op school:

  • 3 lunchtrommels
  • 2 thermosflessen
  • 4 grillstokken
  • 2 kopjes
  • 4 klean kanteens
  • poffertjespan (die gebruiken we als een van de weinige dingen, niet wekelijks)
  • 2 gewone pannen
  • 2 steelpannetjes
  • 2 gietijzeren koekenpannen
  • 1 wadjan
  • 1 slaschaal / mengkom
  • 1 ovenschaal
  • 2 broodbakvormen
  • cupsmaatschepjes
  • siliconen cakevormpjes
  • 4 koekjesvormen
  • 6 ijsvormpjes
  • meetglas
  • weegschaal
  • zeef
  • zeeppompje met afwasmiddel / handsop
  • rechaud
  • koffiezetapparaat
  • koffiepers
  • fluitketel
  • keukenmachine
  • frituurpan
  • staafmixer
  • bestek
  • aardappelschilmesje, groot scherp mes, broodmes
  • 2 ijzeren spatels, houten lepel, knoflookpers, insmeerkwastje, kaasschaaf, rasp, opscheplepel, soeplepel, garde, schaar, blikopener, flesopener
  • bierspullen: trechter, thermometer, kroonkurkapparaat etc.
  • grote + kleine snijplank
  • afdruiprek
  • een stuk of 20 glazen ‘tupperware’ bakjes van ikea, bijna altijd in gebruik
  • en oh ja een snelkookpan en een wafelijzer, lekker handig om zo ongeveer de grootste dingen gewoon te vergeten.

Er is niets in de keuken dat ik makkelijk zou missen omdat we alles gebruiken. Zo uitgeschreven lijkt het heel wat, maar het vult vermoedelijk een kwart van de kastjes van ‘onze’ ‘nieuwe’ keuken. En dat is mooi, zo hoef ik geen lelijke voorraadkasten erbij te hebben zoals hier.

Ik probeer spullen meerdere functies te laten hebben, zoals de glazen voor verschillende dranken, de ikea-bakjes voor bewaren, serveren en als bakvorm en de slaschaal die tevens mengkom is (maar ik ga niet voor het ‘weinig spullen’ dingen wegdoen die ik graag gebruik).

Mocht de keukenmachine echter overlijden, dan weet ik niet of ik hem zou vervangen. Het belangrijkste dat ie doet, is brooddeeg kneden. Voor dingen als smoothies, snel groenten snijden en een cake zo nu en dan is ie handig, maar dat kan ook op een andere manier.
Gelukkig doet ie het voorlopig weer.

Wat vind jij onmisbaar in een keuken?

Rommellade opruimen voor altijd.

rommellaatje
want goed georganiseerde troep is ook nog steeds troep. dus.

Vroeger hadden we een rommellade. Die was echt befaamd. Er lag van alles. Kattenbandjes, zegeltjes, kapotte knijpers, haakjes, haarspeldjes, usb-sticks, halve labellostiften, lucifers, doppen, oude boodschappenbriefjes, muntjes, potjes schoensmeer, een boekje over slechte e-nummers, onder meer. Soms ging ie niet eens meer dicht zonder geweld. Ik vond er zelfs een keer een back-up disk van de server van mijn werk. *pomtiedom*

Argh! Die lade bestaat inmiddels niet meer maar hij heeft het lang volgehouden voordat ik snapte dat ook die lade echt niet nodig was. Hoe ruim je hem voor eens en voor altijd leeg?

  • Haal hem leeg. Leg alles op het aanrecht of op tafel. Doe je dat niet, dan laat je misschien weer dingen liggen omdat ze daar horen. Dingen van hun plek halen maakt het makkelijker om te beoordelen of je het nog nodig hebt.
  • Doe alles weg wat kapot is. Als het belangrijk was, had je het inmiddels wel laten repareren.
  • Doe alles weg waar je niets aan hebt. Oude wijnkurken, flauwe sleutelhangers, sleutels waarvan je geen idee hebt waar ze voor zijn, kattenspeeltjes terwijl de kat al vijf jaar dood is, oude portemonnees, paperclips, wuppies, oude batterijen, reclamepotloodjes en -pennen, menu’s van bezorgketens waar je nooit bestelt (als je dat wil, is er altijd nog internet), honderdvijftig punaises en kapotte cd’s
  • Doe die flauwe rondslingerende zegeltjes weg. Geef ze weg, gooi ze weg en neem ze ook niet meer aan bij de kassa. Als je geen trouwe zegelplakkert en spaarkaartinleveraar bent, dan word je dat ook niet meer. Nee, ook niet als je vanaf nu de zegeltjes netjes bewaart (hahaha) Vind je dat zonde, bied ze dan aan op een weggeefgroep als je zin hebt in het gedoe ermee.
  • En klantenkaarten die daar rondslingeren. Die vergeet je toch mee te nemen als je naar die winkel gaat. En dan kunnen ze heel lief een stempeltje op het bonnetje zetten voor je maar voor die paar euro heb je toch geen zin om nog zestien keer aan dat rottige bonnetje te denken, het op te bergen, bewaren en onthouden. Gewoon geen onzin kopen bespaart je echt veel meer en bovendien zijn er wel belangrijkere of leukere dingen om aan te denken.
  • Geef dingen een eigen plek. Haarspeldjes in het haarspeldjesbakje, muntjes in de spaarpot, het kattenbandje om de kat zijn nek, de schroevedraaiers bij het gereedschap, een usb-stick bij de computerspullen tenzij dat nummer zeventien is want hoeveel van die dingen heb je nu nodig? (hooguit een, in ons geval), de puntenslijper bij de potloden enzovoort.
  • Doe dingen waar je er teveel van hebt, weg. Van die plasticzakjesbijelkaarknijpers van ikea want in geval van ‘nood’ gebruik je gewoon wasknijpers. Ophanghaakjes voor handdoeken. Elastiekjes (gewoon meer bosuitjes eten, dan heb je altijd wel een elastiekje bij de hand. mijn beste tip ooit). Puntenslijpers. Gummetjes want de laatste keer dat je iets gumde was bij wiskunde op de middelbare school.
  • Doe dingen die ‘altijd handig’ zijn weg. Want rommel trekt rommel aan en als dingen geen duidelijk doel hebben, heb je er niets aan. En wees niet bang om iets weg te doen dat je later nog eens nodig kan hebben want de kans dat dat gebeurt is uiterst klein, net als het probleem dat je dan eventueel zou hebben.

Je snapt het wel. Eigenlijk heb je 95% van de inhoud van die lade helemaal niet nodig. Het is dan ook zonde van je tijd er steeds dingen in te zoeken en kwijt te raken en hem vervolgens weer op te ruimen, de overbodige dingen weer te organiseren enzovoort.

Natuurlijk is een vaste plek om anders rondwarende spullen te bewaren, best handig. Zoals een pen (waar je er ook maar eentje van nodig hebt), een watervaste stift, een rolletje plakband, bank-inlogdingetjes, een zaklamp etc.
Anders ben je het steeds kwijt en voel je je weer genoodzaakt om een verpakking met zes stuks aan te schaffen, omdat je het altijd kwijt bent. Tot je gaat opruimen, en je nog 31 stuks bleek te hebben van alles.

Ja echt.

Digitale foto’s opruimen.

De afgelopen dagen was ik grieperig. Blergh. Voor zo’n beetje alles wat ik wilde doen voelde ik me te gaar. Dus ik sliep wat, las wat, ik voedde wat baby, dronk wat bouillon, klaagde wat over mijn ouwewijvigheid qua stijve spieren en las iets over het inscannen van foto’s.

Hoewel ik voor de kinderen elk jaar een aantal foto’s laat afdrukken, heb ik het overgrote deel digitaal. Het overGROTE deel van de foto’s want het zijn er ook nog al wat. Dat heeft een paar oorzaken:

  • Ik maak te veel foto’s (no shit Sherlock!) Hoewel ik mijn camera meestal thuis laat, heb ik toch foto’s waarbij ik achteraf denk: waaaarom maakte ik daar foto’s van!
  • Ik maak foto’s van nutteloze dingen. Deels als illustratie bij een blogpost, want anders zou ik de inhoud van mijn kleerkast of de pallets met hout in de tuin nooit fotograferen, maar ook van eten, was aan de waslijn, slapende katten, het huis, gebouwen in steden waar ik nooit meer kom, ruiten met regen, het zoveelste hert in de tuin, de brandende kachel en kopjes koffie omdat het er op dat moment zo leuk of gezellig of lief uitziet.
    Maar zeg, het is niet dat het dingen zijn die nooit meer voor gaan komen (ik maak me sowieso geen illusies over het wasgoed), of dat het heel bijzondere herinneringen zijn. Ik kan altijd nog een keer eten maken, koffie zetten of de kachel opporren.
  • Ik maak te veel foto’s van de leuke dingen. 15 foto’s van de eerste keer worstjes grillen in de lente. Van het snijden van een pompoen. Van elke bijgegroeide plant in de moestuin. Van een lachende kwijlende baby -in tijd van drie minuten.

Sinds half 2015 ben ik kieskeuriger, zodra ik het geheugenkaartje weer in de computer steek, gooi ik alle wazige / dubbele / nutteloze foto’s eraf en maak een back up van wat overblijft.

Maar goed, ik las over het inscannen van foto’s. Diegene gebruikte de foto’s die ie had ingescand als screensaver. Omdat je ze dan tenminste nog eens bekijkt, in tegenstelling tot wanneer ze ergens op een externe hd staan te verstoffen. Of in je kast, zoals ‘echte’  foto’s bij veel mensen doen.

Omdat ik toch op de bank zat te hangen, pakte ik de computer van de man erbij, waarop het overgrote deel van de foto’s opgeslagen is. En ik nam alle mapjes door. Vanaf 1976 tot 2015, waarbij de Enorme Berg begint op het moment dat de eerste wordt geboren in 2008. En ik werd moedeloos bij het zien van aaaal die foto’s.
En dan te bedenken dat het meeste van onze digitale foto’s uit de tijd voor de kinderen, al kwijt ben geraakt. (maar nooit heb gemist, ik had geen idee meer wat erop stond. een serie van mijn opaatje met zijn parkiet, dat was het enige)

En ik delete, delete, delete en delete nog wat meer. Van foto’s van courgettes en rucola, tot foto’s van boze rooie baby’s die helemaal niet in bad wilden, van slapende kinderen, motorblokken en ander leuks. Ik ben er gauw een uur of vijf mee zoet geweest maar he, ik ging toch nergens heen…

Totdat alleen de mooiste foto’s overbleven. De mooiste, of de foto’s van momenten die ik wil bewaren.

En de foto’s komen nu voorbij op de screensaver van de computer van de man. Ongelofelijk leuk inderdaad. Steeds als ie aangaat, zitten we te kijken. Ik moet wel meekijken, want ik ben de enige die die vier koppen op alle foto’s uit elkaar kan houden (denk ik).

Meer dan 90% van de foto’s is verdwenen. Ik heb geen 400 foto’s in een maand nodig om de kinderen te herinneren op een bepaald moment van hun leven. 4 is ook goed. En ook zonder foto’s ervan te hebben geloof ik dat die enorme beuk in de voortuin straks weer groene en bruine blaadjes krijgt, die ie in de herfst weer laat vallen. En van dat mooie gebouw staan op internet veel mooiere foto’s. Net als van alle flora en fauna op de wereld.

En nog eens wat: ik hoef ook helemaal niet alles te onthouden of te herinneren. Want dat is ook wel een nadeel van zo’n handig klein makkelijk digitaal cameraatje waarbij het niets kost om tot vervelens toe raak te klikken van alles wat je ziet: je maakt zo makkelijk overal maar foto’s van met het idee dat het dingen zijn die je wil bewaren of onthouden terwijl je er amper meer naar kijkt daarna. Het wordt alleen maar rommel.

Van mijn opa werden tot ie 20 was een stuk of 10 foto’s gemaakt. Ik werd in de loop van een fotoalbum van een pasgeboren baby, een flinke kleuter. En de gemiddelde baby tegenwoordig die kan na een maand of twee zijn complete riante babykamer al behangen met alle kiekjes die er hem of haar zijn gemaakt.

Dus… af en toe een ‘snapshot’ is hartstikke leuk. En leuker dan dat wordt het eigenlijk niet. En dan geldt wederom dat less = more. De dingen gaan nu eenmaal voorbij. Dat is het hele idee van het leven. Af en toe een herinnering is goed, het complete verleden proberen op te slaan…. niet zo, wat mij betreft.