Geen shampoo meer gebruiken (jubeldejubel)

Terwijl er een pakket met een voorraadje Utrekram-shampoo onderweg is voor de man, schrijf ik over mijn shampooloze bestaan want na 22 dagen zonder shampoo en beter haar dan ooit, vind ik dat het wel gelukt is.

Ik ergerde me kapot aan al die stomme teruggroeiende haartjes na de grote post-partum haaruitval. Overal stomme flapjes en plukjes rond mijn hoofd. Schoon haar zonder shampoo intrigeerde me al een hele tijd maar na een paar mislukte pogingen waste ik het alweer een tijd lang met shampoo. Wel een milde zonder SLS en parabenen en siliconen, maar toch. Shampoo.

Je leest vaak enge verhalen over haar dat maanden baggervet is en wassen met baking soda en appelazijn. Nu zijn dat twee dingen waarvan ik inderdaad meen dat de toepassingen ervan eindeloos zijn maar alsjeblieft, niet op mijn haar. Ik wil geen dood haar dat naar vinaigrette ruikt.

Wat ik deed.

De eerste weken heb ik elke avond en ochtend mijn hoofdhuid gemasseerd, een minuutje ofzo.

Ik kamde het voorzichtig en slechts een paar keer per dag. Na een dag of vier / vijf heb ik het met alleen lauw water gewassen want toen begon het minder goed te zitten.

Wassen is dan: lauw water op je hoofd en goed je hoofdhuid masseren.

na een dikke week

Het water is hier heel zacht, het kan zijn dat het met hard water minder makkelijk had gegaan. Dan kan je een laatste spoeling water met iets zuurs (citroensap, een klein beetje appelazijn) of met zacht water (bijvoorbeeld uit een brita filter) gebruiken.

Na het wassen was mijn haar heel erg zacht. Hiephoi. Niet shampoozacht, maar gewoon lekker zacht.

No(shampoo) is niet niet wassen!

De horror van baking soda en appelazijn kom je vaak tegen en het kan prima zijn voor sommige mensen, maar er zijn zo veel soorten haar en zo veel soorten water dat De Manier niet bestaat. Maar er zijn er veel meer dan die!

Je kan het wassen met honing. Met een soort kleipoeder. Met thee. Naspoelen met water met etherische olie. Met gefilterd water. Er is een Nederlandse no- en low poo-facebookgroep waar veel informatie te vinden is dus mocht baking soda en azijn niet werken bij jou is er vast wel een shampooloze of -luwe manier die wel werkt.

mijn telefoon strijkt uit zichzelf mijn rimpels glad. dat is wel sympathiek. in elk geval, ik vind mijn haar prima zitten zo. geen kapsel is ook een kapsel uiteindelijk.
Hoe voelt het?

Het is dus absoluut niet vet. Het voelt minder slap. Het voelt dikker. Het blijft zitten zoals ik het wil. De stomme teruggegroeide haartjes zijn verdwenen in de rest van mijn haar en steken niet meer sprietig naar buiten.

Hiervoor had ik het vaak in een staart omdat het irritant om mijn hoofd zat. Nu niet meer!

net na het uit bed rollen, nog voor de koffie!
EN nu?

Ik doe er nu weinig aan. Ik kam het en eens in de circa vier dagen was ik het met water. Ik heb het een keer met ei ‘gewassen’. Twee eieren breken, in je haar smeren, een minuut of vijf laten inwerken en uitspoelen met lauw water want niemand wil roerei op zijn hoofd. Het werd er heel glanzend van.

niet vet, zie je?
Hoe ruikt het?

Volgens mijn immer eerlijke man ruikt het precies naar helemaal niks. Dus, om lekker te ruiken heb je evenmin shampoo nodig.

Waar kam je het mee?

 

Dus wat zeggen we dan?

Dag shampoo, jou heb ik niet meer nodig 🙂

 

Maximaal drie toiletartikelen?

In The Guardian stond een leuk artikel. Een bedrijf, Akamai verkoopt een complete lijn verzorgingsproducten. Bestaande uit drie artikelen. Kijk, dan is het nog eens leuk om de hele lijn ergens van te hebben!

Het bedrijf verkoopt drie producten waarvan ze zeggen dat het alle behoeften aan persoonlijke verzorging dekt: tandpasta, een stuk zeep voor lichaam, gezicht en haar en een oliespray als parfum, haarverzorging en voor het lichaam. Ook moedigt het bedrijf aan om je minder te wassen.

“Typical personal care product companies want you to consume more of their products, so they say wash your hair and body every day,” says Cobb. “We have been led into this false sense of what is required to have healthy skin, teeth and hair.”

Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens 🙂

De obsessie met bacteriën weren: ik snap er niets van.  Er is een link tussen de bacteriën die op je lijf wonen, die in je darmen wonen en je hersens en de gezondheid van alledrie. Voer je bacteriën gezonde dingen van binnen, in plaats van ze allemaal te bestrijden met rommel van buiten.

Het schrikbeeld van stinkende mensen in hemdjes voor je bij de supermarkt als het buiten dertig graden is, dringt zich op bij het horen van ‘minder wassen’ en ‘minder verzorgingsproducten’. Maar dat is nergens voor nodig. Het is typisch weer iets waarvoor we zijn bang gemaakt door reclamemakers en sopverkopers.

“Typical personal care product companies want you to consume more of their products, so they say wash your hair and body every day,” says Cobb. “We have been led into this false sense of what is required to have healthy skin, teeth and hair.”

Vroegah gebruikte ik ook veel spullen en dat werd gaandeweg minder. En minder. En minder. En mijn huid werd er alleen maar beter van. Wat was ik denkende, met al die reinigingsmelkjes en tonics met alcohol en troep!

Creme. Oh nee!

Een paar maanden geleden had ik zo een trekkerig gezicht. Einde van de winter, een bleek vel en droog weer: waah!

Dus ik kocht crème. Van Nivea. En dat was heel even lekker. Mijn vel voelde weer zacht en soepel. Maar na een paar weken begon het gedoe.  Pukkels op mijn kin die ik sinds mijn eerste zwangerschap nauwelijks meer heb gehad. Stomme pukkeltjes op mijn hoofd. Overal. Ieuw!

Dus de crème ging van toedeledokie. Grmbl. Waarom deed ik het!

Ik ging fijn weer terug naar mijn ‘eigen’ spullen. Spul. Wat ik gebruik wisselt. Omdat minder meer is maar afwisseling ook wel eens leuk.

Is ‘maar¨ drie dingen zo gek? Wat mij betreft is het inderdaad alles wat je nodig hebt. Het ligt aan je eigen huid en voorkeuren, ik gebruik nu het volgende:

Kokosolie.

Ik gebruik het voor van alles, maar je kan er ook je tanden mee poetsen. En dat doe ik dan ook. Zo makkelijk en goedkoop en effectief!

Jojoba- en avocado-olie.

Jojobaolie vind ik heel fijn, net als avocado-olie. Ik kocht van beide een biologische variant in Nederland en mengde deze twee. Fijn om mee te smeren op hoofd en lijf en om make up mee te verwijderen.

utrekram kindershampoo

Met 100% natuurlijk kinder-extract. Nee, calendula. Maar fijn! Als shampoo, scheerschuim en als sopje voor die ene keer in de vier weken dat ik mijn kinderen in bad doe.

En meer heb ik inderdaad niet nodig!

Late lente – zomer – vroege herfstgarderobe (project 333-achtig)

Ik hing lekker in de hangmat, lichtelijk smorend in de 32 graden die het is volgens de thermometer en mijn voorliefde voor zwart. Ik zit nu binnen, wegens slapend kindje boven en een man die op het bootje aan het hobby’en werken is. Drie dagen geleden liep ik nog op mijn winterlaarzen met een muts op mijn hoofd en dat was niets geks!

Waarmee ik bedoel te zeggen: het weer is nogal wisselvallig en alleen vijf jurkjes in de kast hangen is een minimalistisch gezien zeer verantwoorde optie maar het kan nogal fris wezen in deze regionen.

Half september wissel ik weer wat dingen om: lange maar luchtige rokken voor een leren broek en de flip flops voor hoge warme laarzen en armloze shirtjes  voor truien. Maar nu nog effe niet! Asjeblieft zeg.

Project 333

Dat kwam van dit blog, waar je 33 kledingstukken hebt om 3 maanden mee door te komen. Toen ik ermee begon vond ik 33 zo weinig maar dat bleek helemaal niet zo te zijn. Nu heb ik minder dan dat voor een langere periode, en vind het nog veel.

Het heeft me in elk geval doen inzien dat je absoluut geen grote hoeveelheid kleding nodig hebt om elke ochtend iets te hebben om aan te trekken. Integendeel!

Ik zou met minder uit de voeten kunnen maar houd ook wel van enige afwisseling. Meestal liggen er zo’n 30 kledingstukken (gewone kleding, schoenen, jassen en accessoires) in mijn kast.

Ik draag nu (niet alles tegelijk):

  • Lange rok, groen (kringloop)
  • Lange rok, zwart (kringloop, made in italy in maat XXXXL, malle italianen!)
  • Korte rok, zwart (H&M)
  • Legging (Akasha, etsy)
  • Tie-dye broek, allerlei kleuren (Sew Red, etsy)
  • Spijkerbroek, zwart (kringloop)
  • Nepleren broek (H&M)

  • Dunne blouse, grijs (kaffe)
  • Blouse, donkergroen (g star)
  • Blouse, zwart (kringloop)
  • Longsleeve, zwart (2) (kringloop)
  • Lang mouwloos shirtje (kringloop)
  • Mouwloos shirtje (comma)
  • Arch Enemy shirtje (large)
  • Jurkje, groen (patagonia)

  • Vest, zwart (cubus)
  • Vest, grijs (kringloop)
  • Wollen poncho (kringloop)

  • Flip flops voor naar het strand (havaianas)
  • Sandalen voor in en om huis (savopoulos, etsy)
  • Pumps-achtige dingen (El Naturalista)
  • Enkellaarsjes (gabor)
  • New Rock laarzen
  • Hooooge laarzen
  • Tasje
  • Muts, zwart
  • Sjaal, zwart
  • Ring
  • Regenjas

Het is echt meer dan genoeg! Ik draag alles. Met plezier.

Anuschka Rees – the curated closet

Ik las toch een leuk boek! Het is van de schrijfster van het blog Into Mind, Anuschka Rees en het gaat erover hoe je ideale, perfecte, duurzame garderobe samenstelt.

De insteek

Als je zulke dingen leest, krijg je vaak van die suffe lijstjes van ‘wat er niet in een garderobe mag ontbreken’. Moet je een blazer kopen, een zwart jurkje en drie sullige broeken in flauwe kleuren plus een paar ballerina’s en dan komt alles goed. Ze vertelt ook niet hoeveel je moet hebben of welke combinaties je moet maken.

Maar: niets van dat alles. Aah, heerlijk!

Ze heeft een eenvoudig stappenplan voor hoe je De Perfecte Garderobe creëert. Eentje die precies past bij het leven dan je leeft, die op maat gemaakt is, met tijdloze stukken die jaren meegaan.

Het enige dat het kost, is wat tijd en zelfs die heb je eruit, als het je twee miskopen bespaard heeft. En dat zal het zeker!

Hierdoor is het boek echt voor iedereen, van sad old goth tot superhip modemeisje. Voor mensen die leven voor mode en mensen die na vijf minuten in een kledingwinkel depressief zijn geworden.

Stappenplan

Je begint met het zoeken van plaatjes van kleding of stijlen die je leuk vind en zelf zou willen dragen, online of in tijdschriften en boeken.
Ze laat je kijken naar wat het is dat je daar leuk aan vind. De hele ‘look’, een detail, de kleur, de stoffen, de sfeer? Weten wat je leuk vind, is zo handig. Hieruit kan je een bepaalde stijl ‘filteren’ en dat schrijf je op.

Ze geeft geen handleiding voor wat je moet kopen, maar wel waar je op moet letten.

Ga eens op een rustige dag naar een winkel en pas daar alles dat voldoet aan de criteria van ‘leuk’. Pas de kleding. Wat staat mooi en wat niet?
Een maxijurk is misschien hip maar als je je er een slons in blijkt te voelen, schrap het dan van je lijstje en kies iets dat wel bij je past.
Koop nog niets, maar check of wat je denkt mooi te vinden ook bij je past en pas je je lijstje eventueel aan.

Tips bij het kopen van kleding

Daarna volgen er allerlei handige tips om de juiste kleding te kiezen. Bekijk wat je doet in een week. Werk je fulltime op kantoor en woon je in de stad, dan heb je weinig aan geinige Hunter kaplaarzen.
Heb je kleine kinderen en ga je weinig uit, geef dan je geld uit aan goede en comfortabele kleding in plaats van het zoveelste paar hoge hakken en hip jurkje dat je voorlopig toch niet draagt. Kies kleding voor het leven dat je hebt, niet voor een fantasiewereld.

Maar er is meer!

Winkelen voor mensen die winkelen haten.
Winkelen voor mensen die koopjes jagen (doe het niet!)
Hoe je compromisloos kleding koopt.
Hoe je een capsule wardrobe samenstelt.
Hoe je goede kwaliteit kleding herkent, zoals goed geweven katoen, stevige zomen en leer van kwaliteit.
Hoe je een nieuw kledingstuk op nut kan beoordelen, door bijvoorbeeld minimaal 3 outfits met spullen die je al hebt ermee samen te kunnen stellen. (dus niet denken dat je er nog wel een broek en een paar schoenen bij shopt)
Hoe je stopt met winkelen uit verveling, om iets te vieren of om andere non-redenen.
Welke kleding je wel kan laten innemen of verstellen en welke niet. Welke voering en naden goed gemaakte kleding heeft zodat de pasvorm optimaal is en hoe je het herkent.

Wat ik ervan heb opgestoken

Het is een erg leuk boek om te lezen. Hoewel ze niet per definitie spreekt over een minimalistische garderobe, is goed kiezen en kiezen voor kwaliteit de rode draad in dit boek. Mits je onbeperkt de ruimte of het budget hebt, koop je dan sowieso al minder dan wanneer je de aanbiedingenrekken leeg graait.

Ik koop het liefst kleding bij de kringloop. Dat het dan na een jaar niet meer te redden kaput is, vind ik dan niet zo vreselijk. Iets nieuws is uiteindelijk ook best eens leuk.
Maar, ook bij de kringloop hoef je evenmin dingen te kopen die je niet nodig hebt, of dingen te kiezen die slecht gemaakt zijn, of dingen waar je helemaal niets bij hebt om te dragen.

En dingen die je echt veel draagt, mogen ook best wat kosten. Daarom is investeren in bepaalde stukken echt de moeite waard. Het bespaart je uiteindelijk een boel geld en de frustratie van uit elkaar vallende of slecht zittende kleding.

Ik koop de komende tijd niets nieuws, want ik heb nog genoeg waar ik heel blij mee ben. Maar als mijn nepleren rok definitief overlijdt en de gaten in mijn legging niet meer kunnen worden gerepareerd, ga ik haar adviezen ter harte nemen en op zoek naar exemplaren waar ik de komende 10 jaar mee vooruit kan. Dat zijn de kleren die ik heel vaak draag en daarbij is het dan ook lonend erin te investeren.

Jaja, blabla. Dus?

Een dikke aanrader voor iedereen die wel eens kleren draagt!

Hier te koop, onder andere.

Het Cadeautje voor het Broertje

Mijn kleine broertje wordt dertig. Ik weet niet of het dan nog officieel een klein broertje is, maar hij blijft vijf jaar jonger dus: klein broertje hij is.

Hij is net zo gek als ik op verjaardagen, visite en feestjes en heeft ook weinig materiële wensen. Maar wat geef je dan, als je toch iets wil geven?

Niet dat ik nu per se iets wil geven, maar ik had een goed idee.

Een tijdje terug kreeg ik een scheermes dat al langer op mijn verlanglijstje stond en herinnerde me dat mijn opa er vroeger zo een had.

Mijn opa was heel erg mijn broertjes lievelingsmens en alles wat opa ooit heeft gehad of gemaakt wordt best een beetje geëerd door hem.

Toen mijn opa overleed, is het huis leeggemaakt en mijn vader heeft Het Scheermes in een van zijn drie bakken met scheermessen gestopt want om een onverklaarbare reden spaarde hij (wegwerp) scheermessen. En hij heeft er VEEL.

Ieder zijn hobby 😉

Maar ik was blij dat hij het scheermes had bewaard. Met een zilverpoetsdoek maakte ik de gladde delen weer helemaal glimmend. Met baking soda en water poetste ik het ruwe gedeelte en toen was ie als nieuw. De scheerkwast stopte ik in heel heet water zodat de bladderende vernislaag losliet. Hij was weer prachtig wit daarna. En schoon. Mesje erin: als nieuw!

Mijn moeder diepte de scheerkan van haar opa op.

En toen had ik een prachtig cadeautje voor het broertje. Een familie-erfstuk-super-duurzaam-gratis-weldoordacht-zelfgepoetst cadeautje.

Ik was erg content met mijzelf.

Mijn broertje was dat ook, met zijn cadeau. Hij was helemaal blij om geen wegwerpscheermesjes en uit elkaar vallende scheerkwasten te hoeven gebruiken en dat het van De Opa is geweest maakte de leukheid compleet.

Dus ja, wie wat bewaart heeft soms wel wat 😉

Ik moet kleren!

‘Boehoe, ik heb helemaal niets om aan te trekken’ miepte ik gisteren tegen de man. Die keek mij verwonderd aan want hoewel mijn kledingkast niet uitpuilt, ligt er toch genoeg dat de dag daarvoor prima voldeed.

Daarom deed ik wat elke vrouw zou doen: ik ging naar zalando.no en laadde mijn virtuele winkelwagentje tot de nok toe vol. Dat was dan 49.547 kronen alstublieft.

Shit.

Een beter plan had ik ook: (ik denk serieus soms na over dingen. nadenken over kleding voelt zo nutteloos maar het voorkomt miskopen als je een plan hebt).

Ik bedacht wat ik leuk vind, en draag.
In mijn geval simpele kleding. Geen ruches, overbodige knoopjes, bandjes of rare prints. Lange hemdjes en longsleeves. Geen doorzichtige of plastic-achtige stoffen, behalve soms een randje kant. Overhemden. Strakke rokken die niet omhoog waaien. Veel been goed, veel buik slecht. Stoffen die niet uittekenen, maar ook geen fladderdingen. Broeken met uitlopende pijpen en alles in zwart, grijs, donkergroen of donkerrood en in een fatsoenlijke kwaliteit.

Er zijn ongelofelijk veel leuke kleren en het is af en toe heus verleidelijk om die leuke dingen te kopen maar ik weet dat ik het in de praktijk nooit zal dragen.

Ik paste al mijn kleren.

Alles ja. Het voelt een beetje vreemd, terwijl de natte sneeuw tegen de ramen waait

Alles dus. Behalve wat in de was zit (dat draag ik dus vind ik het blijkbaar leuk) en waarvan ik zeker weet dat ik het graag draag zoals leggings, wollen truitjes en andere favoriete dingen.

Een paar dingen trok ik aan en dacht direct: nah. Die gaan richting kringloop, waaronder een echt te kort rokje, een panterprint topje (en die is zo gaaf!) en drie sjaals met gaten.

Alleen de fijnste dingen gingen terug de kast in. Gelukkig was dat het overgrote deel.

Ik besefte dat het wel meevalt en bedacht wat ik nodig heb:

Eigenlijk heb ik alleen maar fijne kleren, maar een paar extra dingen zijn erf fijn voor het voorjaar, zomer en de vroege herfst.

  • Een trenchcoat. Dan lijkt je gelijk zo netjes! Ik wil er al lang een.
  • Een nette zwarte broek voor als ik dingen draag die niet tot over de bip vallen.  Leggings are not pants! Mijn oude broeken waren me te groot geworden, maar ik had ze nog niet vervangen. In de winter draag ik uit praktische overwegingen zelden zulke broeken.
  • Een nette strakke rok tot boven de knie.
  • Een mouwloos truitje voor boven mijn groene rok die ik kocht voor een euro. Ik had hem nog niet gepast, maar hij is ideaal voor warme dagen en strand. Maar niet met zo’n lullig hemd erboven.
  • Twee lange longsleeves van goede kwaliteit. Ik draag die zo vaak, maar die ik nu heb zijn nog uit de tijd dat ik ze zes keer per dag omlaag trok voor de baby en zijn derhalve enigszins uit model.

Ik bedacht waar ik het kan vinden:

Sommige dingen zijn niet of nauwelijks tweedehands te vinden (de longsleeves en de lang gezochte trenchcoat), die koop ik nieuw. Met zwarte rokken, broeken en shirtjes hangt de kringloop vol, dus dat is een kwestie van een paar keer binnenlopen. Het hoeft ook niet in een dag gevonden te zijn.

Dus.

Vroeger kocht ik altijd maar wat dingen die ik leuk vond. Met als gevolg een wirwar van stijlen en dingen die ik afzonderlijk leuk vond maar niet kon combineren. Dita von Teese meets Janet Joplin meets Goth en dan uiteindelijk toch altijd dezelfde paar dingen dragen.

Als je weet wat je graag draagt en wat je staat en dingen kiest die onderling te combineren zijn, doe je minder miskopen.

En wees kritisch op wat je koopt. Als je het aantrekt en je staat er meteen aan te trekken, dan is het vermoedelijk niks.
Net als wanneer je in allerlei houdingen moet staan om te kijken of het dan leuk staat. Check ook de achterkant of iets niet strak trekt, lubbert of aftekent. Of wanneer je niets hebt om erbij te dragen.
Koop het alleen in de uitverkoop als je het ook voor de volle prijs zou kopen.

Snel snel….

het was best fijn om die eeuwige trui, broek en laarzen weer aan te trekken. hu, teringweer.

Ik heb een hekel aan winkelen en ben daarom geneigd om nogal snel iets goed te vinden om maar uit de winkel te kunnen. Maar uiteindelijk kost dat meer tijd omdat je vaak iets koopt dat niet helemaal naar je zin is.

Als ik meer tijd besteed aan bedenken wat ik nodig heb en iets echt moois vinden, heb ik er veel langer plezier van en juist minder nodig.

Het is raar maar waar.

 

Je hebt eten op je gezicht.

Ik gebruik altijd olie om mijn gezicht schoon te maken met de oil cleansing methode. Je smeert je hoofd in met olie, laat het even inwerken en verwijdert daarna de olie met een washand met zo warm mogelijk water. Omdat het evengoed, of beter werkt dan een hele batterij aan reiningsmelkjes, cleansers en tonics vind ik het natuurlijk ideaal!

Eerst gebruikte ik walnootolie maar om mijn leven wat spannender te maken (afwisseling, das belangrijk zeggen ze!) kocht ik amandelolie bij de toko. Wel, dat kunnen we voortaan maar beter gebruiken om mee te bakken, denk ik.

Vanavond viel me opeens het kwartje van de link tussen de mee-eter uitbraak en de amandelolie. Ik had zitten verzinnen waar het van zou kunnen komen. Dat ene pitabroodje of die ene keer chips in een week zal de boosdoener niet zijn.

Ik doe nooit aan maskers. Vroeger kocht ik wel eens zo’n zakje, maar dat is jaren geleden. Ik weet dat er talloze zelfmaak recepten zijn voor maskers en scrubs maar het is mij altijd te veel gedoe om met een half pak havermout / geprakte banaan / druipende honing / nog erger: yoghurt op mijn kop te gaan zitten in de tijd die bedoeld is om even te relaxen na een dag vol kinderen. Geen gedoe, alsjeblieft!

Maar ik ging toch enigszins wanhopig naar de internet en daar vond ik de tip om melk te mengen met nootmuskaat en daarmee te scrubben. En als ik twee dingen goor vind he. (dan zijn het koolrapen en rode bieten). Maar het werkte wel! Ik vond ook de tip om rauw eiwit op de besmette gebieden aan te brengen, en daarna nog een laagje, nog een laagje en als het droog was met warm water te verwijderen. Dus dat deed ik, want wat op internet staat is waar.

En mijn gezicht nu he. Zooo zacht. Toetjes kont is er niets bij. Het ziet er echt stukken beter uit! Zo egaal en zonder vlekjes en dingen. Alleen ruiken mijn handen en gezicht en de mouwen van mijn trui naar de spercieboontjes van mijn oma vroegah. Maar dat trekt wel weer bij.

En toen dacht ik: ik moest eens iets vaker eten op mijn lijf smeren. Daar knapt het van op. Te beginnen met de gewone walnootolie in plaats van die amandelmeuk.

Maak jij zelf maskers enzo? Of koop je ze?